Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AU7600

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-12-2005
Datum publicatie
07-12-2005
Zaaknummer
200501690/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 juli 2004 heeft appellant (hierna: de gemeenteraad) een verzoek van de stichting "Stichting Evangelisch Basisonderwijs Oss" (hierna: de Stichting) om opneming van een evangelische basisschool in het Plan van scholen 2005-2008 afgewezen.

Wetsverwijzingen
Wet op het primair onderwijs
Wet op het primair onderwijs 73
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200501690/1.

Datum uitspraak: 7 december 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de raad van de gemeente Oss,

appellant,

en

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 22 juli 2004 heeft appellant (hierna: de gemeenteraad) een verzoek van de stichting "Stichting Evangelisch Basisonderwijs Oss" (hierna: de Stichting) om opneming van een evangelische basisschool in het Plan van scholen 2005-2008 afgewezen.

Bij besluit van 14 januari 2005, heeft verweerder het hiertegen door de Stichting ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 22 juli 2004 vernietigd en bepaald dat de verlangde evangelische basisschool via het eerstvolgende plan van scholen als bedoeld in artikel 80, tweede lid, van de WPO voor bekostiging in aanmerking dient te worden gebracht.

Tegen dit besluit heeft de gemeenteraad bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 februari 2005, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 24 maart 2005.

Bij brief van 14 april 2005 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 10 mei 2005 heeft de Stichting, die in de gelegenheid is gesteld als partij aan het geding deel te nemen, een reactie ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 juli 2005, waar de gemeenteraad, vertegenwoordigd door mr. J.C. Bartels, werkzaam bij Deloitte Adviseurs B.V., en T. van Bussel, ambtenaar van de gemeente Oss, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. M.Y. van Hattum, ambtenaar bij de Centrale Financiën Instellingen, zijn verschenen. Tevens is de Stichting, vertegenwoordigd door [voorzitter] gehoord.

Op verzoek van de Afdeling heeft verweerder bij brief van 26 juli 2005 nadere stukken overgelegd. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

Bij brief van 2 augustus 2005 heeft de gemeenteraad een reactie ingediend.

Bij brief van 8 augustus 2005 heeft verweerder een reactie ingediend.

2.    Overwegingen

2.1.    Voor het wettelijk kader wordt verwezen naar de beslissing op het administratief beroep van 14 januari 2005.

2.2.    De Stichting heeft in de prognose bij haar aanvraag als voedingsgebied voor de op te richten school de gemeenten Oss, Lith, Maasdonk, Bernheze, Veghel, Uden, Landerd, Boekel, 's-Hertogenbosch, Vught, St. Michielsgestel, Schijndel, Grave, Wijchen en Tiel aangemeld. Voorts heeft zij in de prognose Arnhem als vergelijkbare gemeente aangemerkt voor het bepalen van het belangstellingspercentage voor evangelisch basisonderwijs. Dat Arnhem als vergelijkbare gemeente is aan te merken is niet in geschil.

2.3.    Bij het besluit van 22 juli 2004 heeft de gemeenteraad de aanvraag van de Stichting afgewezen, omdat zij naar zijn oordeel niet aannemelijk heeft gemaakt dat de door haar gewenste evangelische basisschool binnen 5 jaar vanaf de datum van ingang van de bekostiging en voorts gedurende 15 jaar na die periode van 5 jaar zal worden bezocht door ten minste 213 leerlingen, overeenkomstig de ten tijde van het besluit voor de gemeente Oss geldende stichtingsnorm. De gemeenteraad heeft daartoe overwogen dat de Stichting de reisbereidheid van leerlingen en hun ouders en daarmee het aantal aan te trekken leerlingen uit het voedingsgebied heeft overschat. De gemeenteraad heeft daarbij in aanmerking genomen dat Veghel en Uden ten opzichte van Oss en Eindhoven redelijk centraal liggen en de infrastructuur met betrekking tot het openbaar vervoer gelijkwaardig is, maar uit deze gemeenten geen leerlingen zijn ingeschreven op de evangelische basisschool in Eindhoven. Hetzelfde geldt volgens de gemeenteraad met betrekking tot het stadsgewest 's-Hertogenbosch. Voorts heeft de gemeenteraad het niet reëel geacht om de gemeenten Wijchen en Tiel, gelet op hun ligging over de Maas dan wel over de Maas en de Waal, in het voedingsgebied te betrekken. De gemeenteraad heeft tevens overwogen dat het voedingsgebied ook het stadgebied 's-Hertogenbosch behelst en het aantal naar verwachting door de geplande school aan te trekken leerlingen dat afkomstig is uit dat stadsgewest aanzienlijk groter is dan dat uit de regio Oss zelf.

2.4.    Verweerder heeft het besluit van de gemeenteraad in administratief beroep vernietigd. Hiertoe heeft hij overwogen dat uit de leerlinggegevens van de evangelische basisschool in Eindhoven kan worden opgemaakt dat de reisbereidheid van ouders van deze richting groot is, zodat niet geconcludeerd kan worden dat het door de Stichting gekozen voedingsgebied niet reëel is. Gezien de door de Stichting geprognosticeerde basisgeneratie in dit voedingsgebied en uitgaande van het belangstellingspercentage zal de school worden bezocht door het wettelijk vereiste aantal leerlingen.

2.5.    De gemeenteraad betoogt in hoofdzaak dat verweerder ten onrechte uit de gegevens van de evangelische basisschool in Eindhoven concludeert dat het door de Stichting gekozen voedingsgebied reëel is.

2.5.1.    Dit betoog slaagt. Vooropgesteld zij, dat de WPO een keuze voor een voedingsgebied dat zich uitstrekt over meer dan een gemeente niet verbiedt en de Stichting in beginsel derhalve de vrijheid heeft daartoe over te gaan. Dit betekent, gelet op het stelsel van de WPO, evenwel niet dat op dit punt geen enkele beperking zou gelden en willekeurig elk voedingsgebied zou kunnen worden gekozen. Tussen het gekozen voedingsgebied en de gewenste plaats van vestiging van de school dient in zoverre een relatie te bestaan dat aannemelijk moet zijn dat daadwerkelijk en in voldoende mate leerlingen uit het gekozen gebied zullen worden aangetrokken.

   Volgens de prognose van de Stichting voor het jaar 2010 zullen voor de geplande school 68 leerlingen afkomstig zijn uit de gemeente Oss.  Uit de regio Oss, dat de gemeente Oss en de omliggende gemeenten, Lith, Bernheze en Maasdonk omvat, zullen volgens de prognose 115 leerlingen worden aangetrokken. Uit de door verweerder overgelegde gegevens van de evangelische basisschool in Eindhoven blijkt dat 80 van de 287 leerlingen, derhalve minder dan een derde van het totaal aantal leerlingen, van die school afkomstig is van buiten de gemeente Eindhoven. Indien deze verhouding wordt toegepast op het door de Stichting gekozen voedingsgebied, dan zullen, gelet op het belangstellingspercentage en de basisgeneratie in de gemeente Oss ongeveer 90 leerlingen in 2010 de school in Oss bezoeken. Wordt uitgegaan van de basisgeneratie in de regio Oss, dan zullen in 2010 slechts ongeveer 150 leerlingen de school in Oss bezoeken. Deze aantallen liggen ver onder de voor de gemeente Oss geldende stichtingsnorm van 213 leerlingen. Dat de verhouding van leerlingen afkomstig van binnen en buiten de gemeente voor de school in Oss in betekenende mate anders zou liggen dan voor de school in Eindhoven, is niet aannemelijk gemaakt. Maar ook wanneer ervan wordt uitgegaan dat de geplande school in Oss een zelfde aantal van 80 leerlingen van buiten de regio Oss zal aantrekken als de evangelische basisschool in Eindhoven van buiten de gemeente Eindhoven weet aan te trekken, is volgens de prognose het aantal aan te trekken leerlingen niet groter dan 195, waarmee evenmin de voor de gemeente Oss geldende stichtingsnorm van 213 leerlingen wordt gehaald.

   Verweerder heeft met de gegevens van de school in Eindhoven dan ook niet aannemelijk gemaakt dat daadwerkelijk en in voldoende mate leerlingen uit het gekozen voedingsgebied zullen worden aangetrokken om binnen vijf jaar te voldoen aan de voor de gemeente Oss geldende stichtingsnorm. Dat uit de gegevens van de school in Eindhoven blijkt dat een aantal ouders van deze richting een grote reisbereidheid toont, maakt dit niet anders. Het gaat om een gering aantal ouders en niet aannemelijk is gemaakt dat dat aantal voor de school in Oss naar verhouding substantieel hoger zal zijn.

   Gelet hierop kan de motivering van het besluit van verweerder dat besluit niet dragen.

2.6.    Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht.

2.7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    verklaart het beroep gegrond;

II.    vernietigt het besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 14 januari 2005, Cfi/BGS/2004/120458BM;

III.    gelast dat de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) aan de raad van de gemeente Oss het voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht (€ 273,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Voorzitter, en mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek en mr. J.A.M. van Angeren, Leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump    w.g. Van Meurs-Heuvel

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 december 2005

164-362.