Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AU7585

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-12-2005
Datum publicatie
07-12-2005
Zaaknummer
200501054/1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBARN:2004:AR8763
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluiten van 26 maart en 6 mei 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen (hierna: het college) vrijstelling respectievelijk bouwvergunning verleend voor het verbouwen tot restaurant van het pand op het perceel kadastraal bekend Nijmegen, sectie C, no. 08131, plaatselijk bekend Waalkade 5.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200501054/1.

Datum uitspraak: 7 december 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 04/852 van de rechtbank Arnhem van 22 december 2004 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen.

1.    Procesverloop

Bij besluiten van 26 maart en 6 mei 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen (hierna: het college) vrijstelling respectievelijk bouwvergunning verleend voor het verbouwen tot restaurant van het pand op het perceel kadastraal bekend Nijmegen, sectie C, no. 08131, plaatselijk bekend Waalkade 5.

Bij besluit van 23 januari 2003 heeft het college de daartegen door appellante gemaakte bezwaren gegrond verklaard en alsnog geweigerd vrijstelling en bouwvergunning te verlenen.

Bij besluit van 25 november 2003 heeft het college een verzoek van appellante om vergoeding van de door haar tijdens de procedure inzake de vrijstelling en bouwvergunning gemaakte kosten buiten behandeling gesteld.

Bij op 15 maart 2004 verzonden besluit heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 december 2004, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 1 februari 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 2 maart 2005. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 20 april 2005 heeft het college van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 september 2005, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. T.E.P.A. Lam, advocaat te Nijmegen, en W.H. Grutters, en het college, vertegenwoordigd door mr. S.G. Blasweiler, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    De door appellante beweerdelijk geleden schade bestaat uit kosten die zij heeft gemaakt in verband met het indienen van een zienswijze tegen het voornemen van het college vrijstelling en bouwvergunning te verlenen. Het verzoek betreft derhalve uitsluitend kosten die zijn gemaakt in de periode voorafgaand aan het nemen van de besluiten van 26 maart en 6 mei 2002.

2.2.    Volgens vaste jurisprudentie - onder meer in de uitspraak van 6 mei 1997, in zaak no. H01.96.0578/Q01 (AB 1997, 229) - is de schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan op een verzoek om vergoeding van schade, naar gesteld veroorzaakt bij de uitoefening door dat orgaan van een publiekrechtelijke bevoegdheid, een besluit, als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

   Volgens die jurisprudentie is de bestuursrechter echter slechts bevoegd om van een beroep tegen een zodanig besluit kennis te nemen, indien die rechter ook bevoegd is te oordelen over het beroep tegen de uitoefening van de desbetreffende bevoegdheid.

2.3.    De gestelde schadeoorzaak bestaat uit het voornemen vrijstelling en bouwvergunning te verlenen, waartegen geen beroep bij de bestuursrechter openstaat. De bestuursrechter is daarom ook niet bevoegd kennis te nemen van de afwijzing van het verzoek om ten gevolge van dat voornemen opgekomen schade te vergoeden en daartegen kan daarom ook geen bezwaar worden gemaakt. De rechtbank heeft dit miskend. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de kosten, anders dan in de door de rechtbank aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 16 mei 2000, no. 200001423/1, niet zijn gemaakt in het kader van de openbare voorbereidingsprocedure, welke procedure het karakter heeft van een bestuurlijke heroverweging, maar in het kader van een procedure voorafgaand aan de bezwaarschriftenprocedure, derhalve vóór de bestuurlijke heroverweging.

2.4.    Gelet op het voorgaande wordt aan de hoger-beroepsgronden niet toegekomen.

2.5.    Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen zal de Afdeling het beroep alsnog gegrond verklaren, het besluit van 15 maart 2004 vernietigen en, zelf voorziend, het bezwaar tegen het besluit van 25 november 2003 alsnog niet-ontvankelijk verklaren.

2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    verklaart het hoger beroep gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 22 december 2004, AWB 04/852;

III.    verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV.    vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen van 15 maart 2004;

V.    verklaart het bezwaar tegen het besluit van 25 november 2003 niet-ontvankelijk;

VI.    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, Voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. D. Roemers, Leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Duursma, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek    w.g. Duursma

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 december 2005

378.