Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AU5349

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-10-2005
Datum publicatie
02-11-2005
Zaaknummer
200507882/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Het college van burgemeester en wethouders van Graafstroom heeft bij besluit van 24 mei 2005 het wijzigingsplan "[locatie] te Wijngaarden" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200507882/2.

Datum uitspraak: 26 oktober 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

verweerder.

1.    Procesverloop

Het college van burgemeester en wethouders van Graafstroom heeft bij besluit van 24 mei 2005 het wijzigingsplan "[locatie] te Wijngaarden" vastgesteld.

Bij besluit van 26 juli 2005, kenmerk DRM/ARB/05/5216A, heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 8 september 2005, bij de Raad van State ingekomen op 9 september 2005, beroep ingesteld.

Bij brief van 8 september 2005, bij de Raad van State ingekomen op 9 september 2005, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 13 oktober 2005, waar verzoeker in persoon en bijgestaan door K. Weren, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. J.H.M. Hemelaar en M. Breet, beiden ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts zijn als partij gehoord het college van burgemeester en wethouders van Graafstroom, vertegenwoordigd door ing. A.J. de Graaf-van 't Kruis en drs. H.J. Breman, beiden ambtenaar van de gemeente, en [partij], bijgestaan door mr. J.R. van Manen, advocaat te Sliedrecht.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Op 1 juli 2005 zijn de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb en de Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze wetten op het geding van toepassing blijft.

2.3.    Met het wijzigingsplan wordt beoogd te komen tot woningbouw op het voormalige agrarische perceel aan de [locatie] te Wijngaarden.

2.4.    Verzoeker stelt dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plan en verzoekt om schorsing van het goedkeuringsbesluit. Hij voert hiertoe aan dat het plan woningbouw in de stankcirkel van zijn melkveehouderij mogelijk maakt en dat dit de bestaande en voorgenomen uitbreidingsmogelijkheden voor zijn bedrijf zal beperken.

2.5.    Verweerder heeft het plan niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening geacht en heeft het goedgekeurd. Hij is onder verwijzing naar het standpunt van het college van burgemeester en wethouders van mening dat het bedrijf in verband met de aanwezigheid van andere bestaande woningen niet (verder) wordt belemmerd in haar bedrijfsvoering of uitbreidingsmogelijkheden.

2.6.    Aan het plandeel dat ziet op het perceel [locatie], is in het bestemmingsplan "Dorpskern Wijngaarden" de bestemming "Agrarische doeleinden (A)" toegekend. Ingevolge artikel 16, zestiende lid, aanhef en onder c, van de voorschriften van dat bestemmingsplan is het college van burgemeester en wethouders bevoegd, uitsluitend indien sprake is van bedrijfsbeëindiging van een ter plaatse gevestigd agrarisch bedrijf, de bestemming van het gedeelte van die gronden waarop een bedrijfswoning is gebouwd, daaronder begrepen de gebouwen waarvan de bedrijfswoning inpandig deel uitmaakt alsmede de bij de woning behorende gronden, te wijzigen in de bestemmingen "Woondoeleinden (W)" en "Tuin (T)" ten behoeve van de aanpassing of verandering van deze gebouwen die in de toekomst niet meer als zodanig gebruikt zullen worden ten einde deze geschikt te houden of beter geschikt te maken voor bewoning door niet-agrariërs.

2.6.1.    Met wijziging van de bestemming "Agrarische doeleinden (A)" in de bestemming "Woondoeleinden (W)" met de aanduiding van één stip op de kaart van het wijzigingsplan en in de bestemming "Tuin (T)" maakt het wijzigingsplan de bouw van één woning binnen het plandeel met de bestemming "Woondoeleinden (W)" mogelijk. Omtrent de precieze plaats van deze woning binnen het bestemmingsvlak zijn geen nadere regels bepaald.

2.6.2.    Naar tussen partijen niet in geding is dient in dit geval voor stankgevoelige objecten als uitgangspunt een afstand van 100 meter te worden aangehouden. Bij de bepaling van hieruit voortvloeiende stankcirkel dient in beginsel als meetpunt de grens van het aangegeven bouwvlak van het agrarische bedrijf te gelden, aangezien binnen het gehele bouwvlak bedrijfsbebouwing tot stand kan komen waarin hinderveroorzakende activiteiten plaatsvinden. De Voorzitter ziet geen aanknopingspunten voor het oordeel dat in dit geval niet aan deze wijze van afstandsbepaling zou moeten worden vastgehouden. Niet in geding is dat het plandeel met de bestemming "Woondoeleinden (W)" is gelegen binnen een afstand van 100 meter van het agrarische bouwvlak van verzoeker en dat zich aan deze zijde van het bouwvlak geen andere woningen op een kortere afstand bevinden.

   De Voorzitter sluit niet uit dat het plan daarmee een functieverandering mogelijk maakt welke van invloed kan zijn op de bedrijfsvoering en uitbreidingsmogelijkheden van verzoeker. Het betoog van het college van burgemeester en wethouders en verweerder dat het plan vanwege de aanwezigheid van andere bestaande woningen geen invloed zal hebben acht de Voorzitter niet overtuigend aangezien die woningen zich aan de andere zijde van en op een andere afstand tot het agrarische bouwvlak bevinden. Indien acht geslagen wordt op de feitelijk voor nieuwe stalruimte nog beschikbare ruimte op het agrarische bouwvlak, liggen de bestaande woningen op een grotere afstand dan de met het onderhavige wijzigingsplan mogelijk gemaakte nieuwe burgerwoning. Gelet hierop acht de Voorzitter voorshands onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe de belangen van verzoeker zijn afgewogen tegen de belangen die zijn betrokken bij het kunnen voorzien in een nadere invulling van het perceel [locatie].

2.6.3.    Gelet op het vorenstaande acht de Voorzitter, in aanmerking genomen de onomkeerbare gevolgen die kunnen ontstaan als gevolg van de inwerkingtreding van het wijzigingsplan, termen aanwezig het bestreden besluit bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen.

2.7.    Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten van verzoeker te worden veroordeeld.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 26 juli 2005, kenmerk DRM/ARB/05/5216A;

II.    veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de provincie Zuid-Holland aan verzoeker onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

III.    gelast dat de provincie Zuid-Holland aan verzoeker het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 138,00 (zegge: honderdachtendertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren    w.g. Bechinka

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2005

371.