Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AU2611

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-09-2005
Datum publicatie
14-09-2005
Zaaknummer
200503398/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 september 2003 heeft de raad van de gemeente Haelen (hierna: de raad) besloten tot opheffing van de gelijkvloerse kruising van de Berikstraat en de spoorweg en tot onttrekking aan de openbaarheid van het gedeelte van de Berikstraat dat gelegen is tussen bedoelde kruising en de Roermondseweg en daarbij onder meer bepaald dat ter vervanging nieuwe infrastructuur zal worden gerealiseerd die minimaal gelijkwaardig is aan het te onttrekken weggedeelte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200503398/1.

Datum uitspraak: 14 september 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de stichting "Stichting tot behoud leefmilieu Buggenum, Haelen, Horn, Nunhem en naaste omgeving", gevestigd te Buggenum

appellante,

tegen de uitspraak in zaak no. 04/942 BESLU K1 van de rechtbank Roermond van 7 maart 2005 in het geding tussen:

appellante

en

de raad van de gemeente Haelen.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 29 september 2003 heeft de raad van de gemeente Haelen (hierna: de raad) besloten tot opheffing van de gelijkvloerse kruising van de Berikstraat en de spoorweg en tot onttrekking aan de openbaarheid van het gedeelte van de Berikstraat dat gelegen is tussen bedoelde kruising en de Roermondseweg en daarbij onder meer bepaald dat ter vervanging nieuwe infrastructuur zal worden gerealiseerd die minimaal gelijkwaardig is aan het te onttrekken weggedeelte.

Bij besluit van 17 mei 2004 heeft de raad het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 7 maart 2005, verzonden op 17 maart 2005, heeft de rechtbank Roermond (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 april 2005, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 13 mei 2005 heeft de raad van antwoord gediend.

ProRail B.V.(hierna: ProRail) die bij brief van 14 juni 2005 heeft verzocht om als partij aan het geding te mogen deelnemen is door de Afdeling op de voet van artikel 8:26, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht daartoe in de gelegenheid gesteld.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 juli 2005, waar appellante, vertegenwoordigd door [secretaris van appellante] vergezeld door C.G. Klein, de raad, vertegenwoordigd door drs. P.C.W. van Doorn, ambtenaar van de gemeente, en ProRail vertegenwoordigd door mr. B.J.A. Appelhof, medewerker bij ProRail, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Appellante bestrijdt het oordeel van de rechtbank dat er geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat de raad het besluit van 29 september 2003 niet overeenkomstig de eigen besluitvorming zou hebben vastgelegd. Volgens appellante heeft de rechtbank in dit verband ten onrechte geen doorslaggevende betekenis toegekend aan haar stelling dat het op schrift gestelde besluit van 29 september 2003 niet overeenstemt met de bij de openbare raadsvergadering op 29 september 2003 door de plaatsvervangend voorzitter gegeven mondelinge samenvatting. Appellante meent dat daaruit volgt dat in die raadsvergadering is besloten dat de afsluiting van de Berikstraat tussen de Roermondseweg en de aansluiting met de Parallelweg, inclusief de spoorwegovergang, pas zal plaatsvinden nadat er een volwaardig alternatief is gerealiseerd.

2.2.    Het beroep treft geen doel. Appellante heeft in hoger beroep zelf naar voren gebracht dat in het besluit van 29 september 2003, zoals dit op schrift is gesteld, noch in het daaraan ten grondslag liggende raadsvoorstel het voorbehoud is opgenomen dat de afsluiting pas zal plaatsvinden, nadat vervangende infrastructuur is gerealiseerd. Niet is gebleken dat de raad bij het nemen van onderhavig verkeersbesluit in de raadsvergadering van 29 september 2003 uitdrukkelijk mondeling - bij monde van zijn plaatsvervangend voorzitter - dan wel schriftelijk is afgeweken van het raadsvoorstel. Uit de vaststelling van de besluitenlijst in de openbare raadsvergadering van de raad van 27 oktober 2003 blijkt dat de raad zonder enige discussie heeft besloten overeenkomstig dit raadsvoorstel. Gelet op het vorenstaande heeft de rechtbank in de mondelinge samenvatting als door de plaatsvervangend voorzitter op 29 september 2003 tijdens de openbare raadsvergadering gegeven, terecht geen aanleiding gezien om te oordelen dat de raad het besluit van 29 september 2003 niet overeenkomstig de eigen besluitvorming zou hebben vastgelegd.

2.3.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. F.P. Zwart, Voorzitter, en mr. B.J. van Ettekoven en mr. S.F.M. Wortmann, Leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. de Leeuw-van Zanten, ambtenaar van Staat.

w.g. Zwart    w.g. De Leeuw-van Zanten

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 september 2005

91-402.