Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AU2598

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-09-2005
Datum publicatie
14-09-2005
Zaaknummer
200505660/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft op grond van artikel 15, eerste lid, van de Tracéwet op 9 mei 2005 het Tracébesluit "A2/A67 Randweg Eindhoven 2005 km. 10.417-10.609" (hierna: het Tracébesluit) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200505660/2.

Datum uitspraak: 7 september 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers], wonend respectievelijk gevestigd te [plaats],

en

de minister van Verkeer en Waterstaat, in overeenstemming met de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

verweerder.

1.    Procesverloop

Verweerder heeft op grond van artikel 15, eerste lid, van de Tracéwet op 9 mei 2005 het Tracébesluit "A2/A67 Randweg Eindhoven 2005 km. 10.417-10.609" (hierna: het Tracébesluit) vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 30 juni 2005, bij de Raad van State per fax ingekomen op 30 juni 2005, beroep ingesteld.

Bij brief van 30 juni 2005, bij de Raad van State per fax ingekomen op 30 juni 2005, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 26 augustus 2005, waar verzoekers, in de persoon van [gemachtigde] en bijgestaan door mr. C.G.J.M. Termaat, advocaat te Eindhoven, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. H.A.J. Gierveld en mr. P.M.B. Logister, ambtenaren van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Het Tracébesluit voorziet in de ombouw van de bestaande randweg van Eindhoven van km. 10.417-10.609 van twee naar vier rijbanen en beoogt het door de Afdeling bij uitspraak van 17 maart 2004 nr. 200300807/1 vernietigde deel van het Tracébesluit "A2/A67 Randweg Eindhoven" te repareren, voorzover het betreft het tracéonderdeel "locatie […].

2.3.    Verzoekers stellen dat verweerder ten onrechte het Tracébesluit heeft vastgesteld. Bij wege van voorlopige voorziening verzoeken zij het bestreden besluit te schorsen teneinde te voorkomen dat vergunningen worden verleend en met de aanleg van het tracé wordt aangevangen.

2.4.    Bij brief van 11 juli 2005, kenmerk HDJZ/I&O/2005-1598, bevestigd per e-mail op 14 juli 2005 en nogmaals bevestigd ter zitting, is van de zijde van verweerder verklaard dat niet eerder met de werkzaamheden ter uitvoering van het Tracébesluit zal worden aangevangen dan nadat de Afdeling in de bodemprocedure uitspraak heeft gedaan. Eveneens is door verweerder ter zitting verklaard dat ten aanzien van deze locatie ook anderszins geen feitelijke werkzaamheden met onomkeerbare gevolgen zullen worden verricht. Ter zitting is voorts gebleken dat voor de uitvoering van dit Tracébesluit geen vergunningen, zoals een kapvergunning op grond van de Algemene Plaatselijke verordening dan wel een bouwvergunning op grond van de Woningwet benodigd zijn. Verder is gebleken dat weliswaar de  vergunningaanvraag op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken ( hierna: Wbr ) in procedure is, doch dat, aangezien de "locatie […]" momenteel geen waterstaatsbestemming heeft, deze locatie momenteel ook nog niet onder die vergunning als zodanig valt en staat vast dat de aangevraagde vergunning ingevolgde de Wbr op deze locatie geen betrekking heeft. Gelet op het voorgaande is de Voorzitter van oordeel dat met het verzoek geen spoedeisend belang is gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.

2.5.    Het verzoek dient te worden afgewezen.

2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.D. van Onselen, ambtenaar van Staat.

w.g. Scholten-Hinloopen    w.g. Onselen

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 september 2005

178-500.