Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AU0121

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-07-2005
Datum publicatie
27-07-2005
Zaaknummer
200500311/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 november 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wieringen het wijzigingsplan "Camping Wiringherlant" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200500311/1.

Datum uitspraak: 27 juli 2005.

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de Bewonersgroep Stroe, gevestigd te Hoorn,

appellante,

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 11 november 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wieringen het wijzigingsplan "Camping Wiringherlant" vastgesteld.

Verweerder heeft bij zijn besluit van 28 januari 2004, kenmerk 2003-47552, beslist over de goedkeuring van het wijzigingsplan.

Tegen dit besluit heeft de Bewonersgroep Stroe (hierna: de Bewonersgroep) bij brief van 13 januari 2005, bij de Raad van State ingekomen op 13 januari 2005, beroep ingesteld.

Bij brief van 21 februari 2005 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 juli 2005, waar appellante, vertegenwoordig door L. Stegmeijer, en verweerder, vertegenwoordigd door W.J. Ardewijn, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts zijn het college van burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door M.N.J. Kerssens, ambtenaar van de gemeente, en [partij], exploitant van de camping Wiringherlant, daar gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    Aan de orde is een geschil inzake een besluit omtrent de goedkeuring van een wijzigingsplan. Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, voorzover hier relevant, kan bij een bestemmingsplan worden bepaald dat het plan kan worden gewijzigd binnen bij het plan te bepalen grenzen. Bij de beslissing omtrent goedkeuring van het wijzigingsplan dient verweerder te toetsen of aan de bij het bestemmingsplan gegeven wijzigingsvoorwaarden is voldaan. Ingevolge artikel 11, vierde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht rust daarnaast op verweerder de taak om te bezien of het plan binnen de bij het bestemmingsplan bepaalde grenzen niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Tevens heeft verweerder erop toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan overigens niet in strijd zijn met het recht.

De Afdeling kan slechts tot vernietiging van het besluit omtrent goedkeuring van het plan overgaan, indien moet worden geoordeeld dat verweerder de aan hem toekomende beoordelingsmarges heeft overschreden, dan wel dat hij het recht anderszins onjuist heeft toegepast.

Het plan

2.2.    Het plan voorziet ten aanzien van een aangrenzend perceel bij  [locatie] in een wijziging van de bestemming "Agrarische doeleinden zonder bebouwing met landschappelijke waarde" in de bestemming "Verblijfsrecreatie". Met het plan wordt beoogd de bouw van 17 recreatiewoningen op de camping "Wiringherlant" mogelijk te maken.

Standpunt van de Bewonersgroep

2.3.    De Bewonersgroep stelt in beroep dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plan. Zij voert daartoe aan dat de publicaties inzake het besluit tot goedkeuring van het plan onjuist waren. Tevens voert zij een aantal bezwaren aan ten aanzien van de procedure omtrent het verlenen van de bouwvergunning voor de bouw van de recreatiewoningen. Voorts vreest zij als gevolg van het plan een ernstige aantasting van het landschap en de natuur.

Het bestreden besluit

2.4.    Verweerder heeft het plan goedgekeurd. Hij stelt dat aan de bij het bestemmingsplan gegeven wijzigingsvoorwaarden is voldaan en dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening of het recht. Hij is van mening dat het plan geen ernstige aantasting van de landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden van het gebied met zich zal brengen.

Vaststelling van de feiten

2.5.    Bij haar oordeelsvorming gaat de Afdeling uit van de volgende als vaststaand aangenomen gegevens.

2.5.1.    Bij besluit van 28 januari 2004 heeft verweerder beslist over de goedkeuring van het plan. Op 17 februari 2004 zijn in dit kader publicaties in het huis-aan-huisblad "Wieringer Courant" en de Staatscourant verschenen. In deze publicaties is opgenomen dat burgemeester en wethouders van Wieringen bekend maken dat zij voornemens zijn het bestemmingsplan "Buitengebied 2002" te wijzigen, voorzover dit betrekking heeft op het perceel [locatie]. Voorts is in deze publicaties opgenomen dat gedurende de daartoe gestelde termijn belanghebbenden schriftelijk bezwaren aan het college kenbaar kunnen maken. Vast staat dat per abuis publicaties inzake een ontwerp van een wijzigingsplan zijn geplaatst in plaats van publicaties inzake een besluit tot goedkeuring van een reeds vastgesteld wijzigingsplan. De gemeente heeft het bovenstaande door middel van publicaties van 3 december 2004 hersteld.

2.5.2.    Het plangebied heeft in het bestemmingsplan "Buitengebied 2002" de bestemming "Agrarische doeleinden zonder bebouwing met landschappelijke waarde". Direct aangrenzend aan het plangebied ligt de camping "Wiringherlant". De gronden van deze camping hebben de bestemming "Verblijfsrecreatie".

2.5.3.    Ingevolge artikel 26, eerste lid, van de voorschriften van het bestemmingsplan zijn de op de plankaart voor "Verblijfsrecreatie" aangewezen gronden bestemd voor de bedrijfsmatige exploitatie van een kampeerterrein met de daarbij horende bouwwerken, verhardingen, groenvoorzieningen en waterlopen. Ingevolge artikel 26, tweede lid, aanhef en onder b, mogen op het terrein Wiringherlant maximaal 158 kampeermiddelen en/of stacaravans worden geplaatst dan wel gebouwd.

2.5.4.    Ingevolge artikel 37, tweede lid, aanhef en onder b, van de voorschriften van het bestemmingsplan, voorzover hier van belang, kunnen burgemeester en wethouders, mits de aanwezige waarden daardoor niet in onevenredige mate worden of kunnen worden geschaad, het plan wijzigen ten behoeve van de uitbreiding van de bestemming "Verblijfsrecreatie" met ten hoogste 10% van de oppervlakte van het betreffende bestemmingsvlak ten behoeve van een kwaliteitsverbetering van het kampeerterrein door het geheel of gedeeltelijk vervangen van kampeermiddelen door zomerhuisjes, mits het totale aantal aan kampeermiddelen en/of zomerhuisjes in een bestemmingsvlak niet meer zal zijn dan voor het betreffende bestemmingsvlak in artikel 26 van de voorschriften is bepaald, een en ander mits dit gepaard gaat met een kwaliteitsverbetering van de overige voorzieningen op het kampeerterrein en mits tevoren de kwaliteitsverbetering aan de hand van een kwaliteitsplan of ondernemersplan is aangetoond, waarin in ieder geval ingegaan wordt op het aantal parkeerplaatsen, waarbij uitgegaan wordt van parkeren op eigen terrein, de omvang van iedere standplaats, de recreatieve en groenvoorzieningen op eigen terrein en de landschappelijke inpassing van het terrein.

2.5.5.    In het kader van de wijzigingsprocedure is door het adviesbureau "Van Gent Van der Reest, adviseurs in recreatiemanagement" een kwaliteitsplan opgesteld. Het betreft het kwaliteitsplan "Kwaliteitsverbetering en uitbreiding van Camping 'Het Wiringherlant' te Wieringen" van 13 september 2001.

Het oordeel van de Afdeling

2.6.    Ten aanzien van de onder 2.5.1. weergegeven gang van zaken overweegt de Afdeling dat het bezwaar dienaangaande betrekking heeft op een onregelmatigheid van na de datum van het bestreden besluit. Reeds om die reden kan dit de rechtmatigheid van het besluit niet aantasten. Deze onregelmatigheid kan daarom geen grond vormen voor de vernietiging van het bestreden besluit.

2.6.1.    De Afdeling stelt vast dat de bezwaren van de Bewonersgroep die zijn gericht tegen de bouwvergunning voor de recreatiewoningen en de procedure daaromtrent in een geschil inzake een besluit omtrent de goedkeuring van een wijzigingsplan niet aan de orde kunnen komen. In de aan de orde zijnde procedure staat alleen het besluit omtrent de goedkeuring van het wijzigingsplan ter beoordeling en de Afdeling kan slechts tot vernietiging hiervan overgaan, indien moet worden geoordeeld dat verweerder de aan hem toekomende beoordelingsmarges heeft overschreden, dan wel dat hij het recht anderszins onjuist heeft toegepast.

2.6.2.    Voorzover de Bewonersgroep stelt dat de bouw van de voorziene recreatiewoningen een onevenredige aantasting van de waarden van het landschap en de natuur in het plangebied met zich zal brengen overweegt de Afdeling dat een dergelijke aantasting niet aannemelijk is gemaakt. Niet is gebleken dat de in het gebied aanwezige waarden in onevenredige mate worden of kunnen worden geschaad door het plan. Strijd met de in artikel 37, tweede lid, aanhef en onder b, van de voorschriften van het bestemmingsplan vervatte wijzigingsvoorwaarden doet zich op dit punt niet voor.

2.6.3.    Gezien het vorenstaande bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het wijzigingsplan, waarvan de invulling past binnen de regels van het bestemmingsplan, niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In hetgeen appellante heeft aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Hieruit volgt dat verweerder terecht goedkeuring heeft verleend aan het plan. Het beroep is ongegrond.

2.7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van Staat.

w.g. Parkins-de Vin    w.g. Klein

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2005.

176-459.