Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT9676

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-07-2005
Datum publicatie
20-07-2005
Zaaknummer
200500333/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 februari 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort (hierna: het college) aan [aanvrager] een bouwvergunning verleend voor het plaatsen van een hekwerk op een achteruitbouw aan de [locatie].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200500333/1.

Datum uitspraak: 20 juli 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. SBR 03/1772 van de rechtbank Utrecht van 6 december 2004 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te [woonplaats]

en

het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 12 februari 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort (hierna: het college) aan [aanvrager] een bouwvergunning verleend voor het plaatsen van een hekwerk op een achteruitbouw aan de [locatie].

Bij besluit van 6 juni 2003 heeft het college het daartegen door [wederpartij] gemaakte bezwaar deels gegrond en deels ongegrond verklaard. Het besluit van 12 februari 2003 heeft het college niet herroepen.

Bij uitspraak van 6 december 2004, verzonden op 7 december 2004, heeft de rechtbank Utrecht (hierna: de rechtbank) het daartegen door [wederpartij] ingestelde beroep gegrond verklaard en de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 11 januari 2005, bij de Raad van State ingekomen op 13 januari 2005, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 1 maart 2005 heeft het college een memorie ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 juni 2005, waar appellante, in persoon en bijgestaan door [gemachtigde] en [wederpartij], in persoon en bijgestaan door mr. E.M.J. van Gestel, verschenen. Voorts is het college, vertegenwoordigd door mr. T.P. Grünbauer, ambtenaar der gemeente, daar gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    Anders dan [wederpartij] ter zitting heeft betoogd, is het hoger-beroepschrift voldoende gemotiveerd. Van een niet-ontvankelijkverklaring op die grond kan derhalve geen sprake zijn.

2.2.    Niet in geschil is dat het plaatsen van het hekwerk op de achteruitbouw aan de [locatie] in strijd is met artikel 27 van de voorschriften van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Leusderkwartier" en dat het college met toepassing van artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van het bestemmingsplan vrijstelling kon verlenen.

2.3.    Hetgeen appellante heeft betoogd noch het betoog van het college ter zitting doet af aan het oordeel van de rechtbank dat de beslissing op bezwaar er ten onrechte geen blijk van geeft dat artikel 5:50, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek een rol heeft gespeeld bij de belangenafweging door het college.

2.4.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk    w.g. Lodder

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2005

17-499.