Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT9266

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-07-2005
Datum publicatie
13-07-2005
Zaaknummer
200410316/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 juli 2004 heeft de gemeenteraad van Beesel, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) van 5 juli 2004, het bestemmingsplan "Kernen" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200410316/1.

Datum uitspraak: 13 juli 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.    [appellanten sub 1], wonend te [woonplaats],

2.    [appellant sub 2], wonend te [woonplaats],

3.    het college van burgemeester en wethouders van Beesel e.a.,

appellanten,

en

het college van gedeputeerde staten van Limburg,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 19 juli 2004 heeft de gemeenteraad van Beesel, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) van 5 juli 2004, het bestemmingsplan "Kernen" vastgesteld.

Verweerder heeft bij zijn besluit van 16 november 2004, no. 2004/63070, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.

Tegen dit besluit hebben appellanten sub 1 bij brief van 16 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op 20 december 2004, appellant sub 2 bij brief van 28 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op 3 januari 2005, en appellanten sub 3 bij brief van 17 januari 2005, bij de Raad van State per fax ingekomen op dezelfde dag, beroep ingesteld. Appellanten sub 1 hebben hun beroep aangevuld bij brief van 17 januari 2005.

Bij brief van 22 maart 2005 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 juni 2005, waar appellanten sub 1 in persoon, appellant sub 2 in persoon, appellanten sub 3, vertegenwoordigd door H.C.J. Lommerse, ambtenaar van de gemeente, bijgestaan door mr. A.A. van den Brand, advocaat te Venlo, en verweerder, vertegenwoordigd door P.H.M. Haenen zijn verschenen.

2.    Overwegingen

Toetsingskader

2.1.    Aan de orde is een geschil inzake een besluit omtrent de goedkeuring van een bestemmingsplan. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) rust op verweerder de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te bezien of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient hij rekening te houden met de aan de gemeenteraad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft verweerder er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

   De Afdeling kan slechts tot vernietiging van het besluit omtrent goedkeuring van het plan overgaan, indien moet worden geoordeeld dat verweerder de aan hem toekomende beoordelingsmarges heeft overschreden, dan wel dat hij het recht anderszins onjuist heeft toegepast.

Standpunt van appellanten

2.2.    [Appellanten sub 1] en het college e.a. stellen in beroep dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft onthouden aan het plandeel met de bestemming "Woondoeleinden (W)" met de aanduiding "3 maximaal aantal nieuw te bouwen woningen", wat betreft het perceel aan de Kesselseweg te Reuver. Appellanten betogen dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het bestreden plandeel tot het buitengebied behoort, waardoor gelet op de Handreiking Ruimtelijke Ontwikkeling Limburg nieuwe bebouwing niet is toegestaan. Verweerder gaat er ten onrechte van uit dat het plandeel volgens het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (hierna: het POL) deel uitmaakt van perspectief 1, "Bos- en natuurgebieden (P1)", nu de begrenzing van deze gebieden op de POL- kaart slechts indicatief is, aldus appellanten. Daarenboven ligt het plandeel volgens de POL-kaart gedeeltelijk binnen perspectief 4. Appellanten zijn dan ook van mening dat het plandeel, gelet op de feitelijke situatie, onderdeel is van het bebouwde gebied dan wel de kern, hetgeen evenzeer blijkt uit de omstandigheid dat het plandeel in het vorige bestemmingplan deel uitmaakte van de kern dan wel de bebouwde omgeving en niet is opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied".

2.3.    [Appellant sub 2] stelt dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plandeel met de bestemming "Woondoeleinden (W)" betreffende zijn percelen […] aan [locatie] te [plaats]. Hij voert aan dat het bestemmingsplan ten onrechte niet voorziet in de bouw van een nieuwe woning op zijn percelen, nu sprake is van een saneringslocatie van bedrijvigheid en hij voldoet aan de voorwaarden van de uitzondering op het uitgangspunt dat uitsluitend geldende particuliere bouwrechten in het bestemmingsplan zijn opgenomen.

Het standpunt van verweerder

2.4.    Verweerder heeft het plandeel met de bestemming "Woondoeleinden (W)" met de aanduiding "3 maximaal aantal nieuw te bouwen woningen", wat betreft het perceel aan de Kesselseweg te Reuver, in strijd geacht met een goede ruimtelijke ordening en heeft daaraan goedkeuring onthouden.

   Verweerder heeft geen reden gezien het plan voor het overige in strijd met een goede ruimtelijke ordening te achten en heeft het plan voor het overige goedgekeurd. Volgens verweerder hoeft het bestemmingsplan niet te voorzien in een bouwtitel voor de percelen van [appellant sub 2], nu hij in het vorige bestemmingsplan daar evenmin over beschikte en het uitgangspunt bij het plan is dat alleen bestaande bouwrechten worden opgenomen.

Vaststelling van de feiten

2.5.    Bij haar oordeelsvorming gaat de Afdeling uit van de volgende als vaststaand aangenomen gegevens.

2.5.1.    Het bestemmingsplan voorziet in een actuele juridisch-planologische regeling voor de kernen Reuver, Offenbeek en Beesel.

2.5.2.    Het plandeel met de bestemming "Woondoeleinden (W)" met de aanduiding "3 maximaal aantal nieuw te bouwen woningen", is gelegen aan de Kesselseweg te Reuver. Het plandeel wordt ten noorden, oosten en zuidoosten omsloten door woningbouw. Ten westen en zuidwesten van het bestreden plandeel is bosgebied.

   Volgens het POL zijn perspectiefgebieden niet zo homogeen als ze wellicht lijken en is een kaartgrens op de POL-kaart 1:50.000 niet zonder meer over te nemen op bestemmingsplanniveau. Verder heeft perspectief 1 betrekking op bestaande bos- en natuurgebieden en reeds verworven en in beheer genomen reservaat- en natuurontwikkelingsgebieden. Perspectief 4 heeft betrekking op landbouwgebieden met een grote variatie aan landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Voorts is onder beide perspectieven onder meer vermeld dat de begrenzing van de gebieden op de POL-kaart indicatief is.

2.5.3.    In het vaststellingsbesluit van 19 juli 2004 staat, voorzover thans van belang, dat uitsluitend geldende particuliere bouwrechten in het bestemmingsplan worden opgenomen. Een uitzondering is gemaakt voor saneringslocaties van bedrijvigheid. Indien een bedrijf dat thans tussen de bestaande woonbebouwing ligt, verplaatst of beëindigd wordt, kan die locatie, onder voorwaarden worden ingevuld met woningbouw.

Het oordeel van de Afdeling

De beroepen van [appellanten sub 1] en het college e.a.

2.6.    Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting, in het bijzonder de getoonde luchtfoto's, is niet aannemelijk geworden dat, gelet op de feitelijke situatie, afgeweken dient te worden van de aanduiding van het bestreden plandeel op de POL-kaart als P1 respectievelijk P4 gebied. Nu het uitgangspunt van het provinciale beleid, dat in voormelde gebieden de bouw van nieuwe burgerwoningen is uitgesloten, redelijk is, heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan, voorzover dat voorziet in woningbouw op het bestreden plandeel, in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Hierbij is in aanmerking genomen dat appellanten geen feiten of omstandigheden hebben aangevoerd op grond waarvan verweerder een uitzondering had moeten maken op zijn beleid. In dit verband wijst de Afdeling erop dat de enkele omstandigheid dat het bestreden plandeel in het vorige bestemmingsplan deel uitmaakte van de kern dan wel de bebouwde omgeving en niet is opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied" geen reden kan vormen voor het maken van een dergelijke uitzondering. De gemeenteraad komt immers in beginsel een grote mate van beleidsvrijheid toe bij het bepalen van de begrenzing van een bestemmingsplan, waaraan verweerder slechts dan goedkeuring kan onthouden indien die begrenzing is vastgesteld in strijd met een goede ruimtelijke ordening of anderszins in strijd is met het recht. In hetgeen appellanten overigens hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Hieruit volgt dat verweerder terecht goedkeuring heeft onthouden aan het plandeel met de bestemming "Woondoeleinden (W)" met de aanduiding "3 maximaal aantal nieuw te bouwen woningen", wat betreft het perceel aan de Kesselseweg te Reuver.

   De beroepen zijn ongegrond.

Het beroep van [appellant sub 2]

2.7.    Niet is gebleken dat verweerder bij zijn beoordeling heeft betrokken dat de gemeenteraad heeft voorzien in een uitzondering voor saneringslocaties van bedrijvigheid op het uitgangspunt dat uitsluitend geldende particuliere bouwrechten in het bestemmingsplan worden opgenomen. Nu [appellant sub 2] een beroep heeft gedaan op voormelde uitzondering en verweerder daar ten onrechte aan voorbij is gegaan, is het bestreden besluit in zoverre genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid.

   Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb dient te worden vernietigd, voorzover daarbij het plandeel met de bestemming "Woondoeleinden (W)" betreffende de percelen […] aan [locatie] te [plaats] is goedgekeurd.

Proceskostenveroordeling

2.8.    Ten aanzien van het beroep van [appellant sub 2] is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen. Voor een proceskostenveroordeling ten aanzien van de beroepen van [appellanten sub 1] en het college e.a. bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    verklaart het beroep van [appellant sub 2] gegrond;

II.    vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Limburg van 19 juli 2004, no. 2004/63070 voorzover goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Woondoeleinden (W)", wat betreft de percelen […] aan [locatie] te [plaats];

III.    verklaart de beroepen van [appellanten sub 1] en van het college van burgemeester en wethouders van Beesel e.a. ongegrond;

IV.    gelast dat de provincie Limburg aan [appellant sub 2] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 136,00 (zegge: honderdzesendertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. R. Cleton, Voorzitter, en mr. R.H. Lauwaars en mr. P.A. Offers, Leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, ambtenaar van Staat.

w.g. Cleton    w.g. Verbeek

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2005

12-432.