Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT8742

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-06-2005
Datum publicatie
06-07-2005
Zaaknummer
200504724/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 april 2005, kenmerk M-04124, heeft verweerder ambtshalve de aan verzoekers verleende milieuvergunning gewijzigd en onder meer de vergunde geluidgrenswaarden aangescherpt. Dit besluit is op 20 april 2005 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200504724/2.

Datum uitspraak: 29 juni 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Voorst,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 12 april 2005, kenmerk M-04124, heeft verweerder ambtshalve de aan verzoekers verleende milieuvergunning gewijzigd en onder meer de vergunde geluidgrenswaarden aangescherpt. Dit besluit is op 20 april 2005 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 30 mei 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, beroep ingesteld.

Bij brief van 30 mei 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 juni 2005, waar verzoekers, bijgestaan door mr. L.P. Berg, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. ing. R. van der Plank, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

Voorts zijn [partijen], vertegenwoordigd door mr. F.F. Scheffer, advocaat te Zwolle, daar gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Verzoekers betogen dat verweerder ten onrechte de geluidnormen voor de woningen Beentjesweg 2 en 3 heeft aangescherpt van 45, 40 en 35 dB(A) naar 40, 35 en 30 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Volgens hen is onvoldoende gebleken dat de inrichting aan die normen kan voldoen en belemmert het bovendien eventuele uitbreiding van de inrichting.

2.3.    Verweerder heeft op basis van akoestische rapporten uit 1995 en 2002 geconcludeerd dat ter plaatse van de woningen Beentjesweg 2 en 3  de geluidimmissie vanwege de inrichting van verzoekers lager is dan in de eerder verleende milieuvergunning is vergund. Volgens hem lag daarom aanscherping van die geluidnormen in de rede.

2.4.    Gelet op het voorgaande en het verhandelde ter zitting constateert de Voorzitter dat verweerder ervan uit gaat dat reeds wordt voldaan aan de aangescherpte geluidnormen. Ter zitting heeft verweerder onweersproken gesteld dat verzoekers geen wijzigingen hoeven aan te brengen binnen de inrichting dan wel enige andere actie hoeven te ondernemen vanwege die aanscherping. Gelet hierop ziet de Voorzitter geen spoedeisend belang om de werking van het bestreden besluit tot aan een uitspraak in de hoofdzaak te schorsen.

2.5.    De Voorzitter ziet aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.G. Stolker, ambtenaar van Staat.

w.g. Hirsch Ballin    w.g. Stolker

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2005

157-428.