Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT8739

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-06-2005
Datum publicatie
06-07-2005
Zaaknummer
200504266/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 maart 2005 heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghoudster] een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een bedrijf voor het poedercoaten van metalen werkstukken, gelegen te [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 31 maart 2005 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2005/4368
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200504266/2.

Datum uitspraak: 27 juni 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers], allen wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Reeuwijk,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 21 maart 2005 heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghoudster] een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een bedrijf voor het poedercoaten van metalen werkstukken, gelegen te [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 31 maart 2005 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 11 mei 2005, bij de Raad van State ingekomen op 12 mei 2005, beroep ingesteld.

Bij brief van 11 mei 2005, bij de Raad van State ingekomen op 12 mei 2005, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 juni 2005, waar verzoekers, van wie [gemachtigde] in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. ing. N.M. Heemskerk, ing. M.J.H. Kijzers, J.F. Rins, medewerkers bij de Milieudienst Midden-Holland, en E.S. ten Cate, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is vergunninghoudster, vertegenwoordigd door ing. J.B. Levels-Vermeer, gemachtigde, daar gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Verzoekers voeren aan dat de activiteiten die [partij] verricht op het buitenterrein van vergunninghoudster ten onrechte niet aan onderhavig bedrijf zijn toegerekend.

2.3.    Verweerder stelt dat de verkeersbewegingen van en naar [partij] over het terrein van vergunninghoudster zijn toegerekend aan onderhavig bedrijf. Het laden en lossen ten behoeve van [partij] is aan het bedrijf van [partij] toegerekend, zodat [partij]. zeggenschap kan uitoefenen over de wijze van laden en lossen.

2.4.    De Voorzitter stelt vast dat de bedrijven van [partij] en vergunninghoudster naast elkaar liggen. Bij het bedrijf van [partij] is geen buitenterrein. Het vrachtverkeer van en naar het bedrijf van [partij] rijdt over en het laden en lossen ten behoeve van [partij] vindt plaats op het buitenterrein van vergunninghoudster. Bij het laden en lossen ten behoeve van [partij] wordt door [partij] een heftruck ingezet.

   De Voorzitter overweegt dat het buitenterrein behoort tot het bedrijf van vergunninghoudster. Voor zover zij dit tot haar bedrijf behorende terrein laat gebruiken voor de hier bedoelde activiteiten, dienen deze activiteiten naar het oordeel van de Voorzitter te worden toegerekend aan de bedrijfsvoering waarvoor vergunninghoudster verantwoordelijk is. Nu verweerder dit heeft miskend, ligt naar het oordeel van de Voorzitter aan het bestreden besluit onvoldoende onderzoek en een ondeugdelijke motivering ten grondslag, hetgeen in strijd is met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.

2.5.    Gelet op het voorgaande ziet de Voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.6.    Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Reeuwijk van 21 maart 2005;

II.    gelast dat de gemeente Reeuwijk aan verzoekers het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 138,00 (zegge: honderdachtendertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Leurs, ambtenaar van Staat.

w.g. Hirsch Ballin    w.g. Leurs

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2005

372.