Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT8429

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-06-2005
Datum publicatie
29-06-2005
Zaaknummer
200504373/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 september 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere (hierna: het college) aan de stichting "Woningstichting Groene Stad Almere (hierna: de woningstichting) vrijstelling als bedoeld in artikel 17 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) verleend voor de duur van vijf jaar voor het bouwen van 56 tijdelijke starterswoningen op een perceel (Wierdenpark) in gebied 1M2 te Almere. Bij besluit van 4 oktober 2004 heeft het college aan de woningstichting een bouwvergunning verleend ten behoeve van bovengenoemd bouwplan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200504373/2.

Datum uitspraak: 24 juni 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

de vereniging "Belangenvereniging Houdt Haven Groen", gevestigd te Almere,

verzoekster,

tegen de uitspraak in zaak nos. AWB 05/351 en  05/352 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 21 april 2005 in het geding tussen:

verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van Almere.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 29 september 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere (hierna: het college) aan de stichting "Woningstichting Groene Stad Almere (hierna: de woningstichting) vrijstelling als bedoeld in artikel 17 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) verleend voor de duur van vijf jaar voor het bouwen van 56 tijdelijke starterswoningen op een perceel (Wierdenpark) in gebied 1M2 te Almere. Bij besluit van 4 oktober 2004 heeft het college aan de woningstichting een bouwvergunning verleend ten behoeve van bovengenoemd bouwplan.

Bij besluit van 14 februari 2005 heeft het college het tegen deze besluiten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 21 april 2005, verzonden op diezelfde datum, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoekster bij brief van 17 mei 2005, bij de Raad van State ingekomen op 18 mei 2005, hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 17 mei 2005, bij de Raad van State ingekomen op 18 mei 2005, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 16 juni 2005, waar verzoekster, vertegenwoordigd door [bestuurslid] bijgestaan door mr. M. Vink, advocaat te Almere, en het college, vertegenwoordigd door C.L. Aben, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is de woningstichting, vertegenwoordigd door [adjunct-directeur] daar gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit geldt te meer, indien zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het besluit heeft getoetst en het daartegen ingestelde beroep ongegrond heeft geoordeeld.

2.2.    In hetgeen verzoekster naar voren heeft gebracht, wordt geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de vrijstelling en de bouwvergunning uiteindelijk niet in stand zullen blijven. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat geen aanknopingspunten zijn te vinden voor het oordeel dat de tijdelijkheid van de starterswoningen onvoldoende is gewaarborgd. De omstandigheid dat mogelijk in de toekomst ter plaatse woningbouw zal worden gepleegd, betreft plannen die zien op de periode na het jaar 2010 en moeten nog verder ontwikkeld worden en doen aan de tijdelijkheid van de thans in geding zijnde bouwwerken niet af.

Voorts wordt in aanmerking genomen dat de aantasting van het groen, gezien het in de directe omgeving in ruime mate aanwezige overige groen, beperkt is.

2.3.    Gelet hierop en de betrokken belangen, waaronder het belang van de volkshuisvestiging en dat van vergunninghoudster om op korte termijn een aanvang te maken met de bouw van de tijdelijke woningen, bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek    w.g. Steinebach-de Wit

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2005

328.