Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT8421

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-06-2005
Datum publicatie
29-06-2005
Zaaknummer
200406506/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op 12 november 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne (hierna: het college), voorzover thans van belang, besloten de aansluiting van de Kerkeindseweg op de Milhezerweg te Deurne voor gemotoriseerd verkeer op te heffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2006, 46
Module Verkeer 2005/87
O&A 2005, 52
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200406506/1.

Datum uitspraak: 29 juni 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 22 juni 2004 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Deurne.

1.    Procesverloop

Op 12 november 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne (hierna: het college), voorzover thans van belang, besloten de aansluiting van de Kerkeindseweg op de Milhezerweg te Deurne voor gemotoriseerd verkeer op te heffen.

Bij besluit van 6 mei 2003 heeft het college, voorzover thans van belang, het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 juni 2004, verzonden op 28 juni 2004, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank), voorzover thans van belang, het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 augustus 2004, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 6 september 2004. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 19 januari 2005 heeft het college van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 april 2005, waar appellant in persoon, bijgestaan door mr. M.J. Smaling, gemachtigde, en het college, vertegenwoordigd door drs. P.C.J. Verheijen, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Wegenverkeerswet 1994 kunnen de krachtens deze wet vastgestelde regels strekken tot het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van de weggebruikers en passagiers.

2.2.    Het college heeft aan het onderhavige verkeersbesluit ten grondslag gelegd dat het buitengebied van de Walsberg valt binnen de uitwerkingsplannen uit het beleidsplan "Duurzaam veilig in de Peel", dat tot doel heeft om het aantal verkeersslachtoffers terug te dringen, en dat is gebleken dat sluipverkeer op met name de Kerkeindseweg, Voortseweg en Walsbergseweg, de snelheid van het gemotoriseerd verkeerd op met name de Walsbergseweg en Kerkeindseweg en een aantal gevaarlijke kruispunten belangrijke knelpunten zijn in het gebied. Om de veiligheid op de weg te verzekeren, de weggebruikers en passagiers te beschermen en het omrijden voor bestemmingsverkeer zo beperkt mogelijk te houden, is onder meer besloten de aansluiting van de Kerkeindseweg op de Milhezerweg voor gemotoriseerd verkeer op te heffen.

2.3.     Het college komt bij het nemen van een verkeersbesluit een ruime beoordelingsmarge toe. Het is aan het college om alle verschillende bij het nemen van een dergelijk besluit betrokken belangen tegen elkaar af te wegen. De rechter zal zich bij de beoordeling van zo’n besluit terughoudend moeten opstellen en dienen te toetsen of het besluit niet strijdig is met wettelijke voorschriften, dan wel sprake is van zodanige onevenwichtigheid in de afweging van de betrokken belangen, dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid tot dat besluit is kunnen komen.

2.4.    Het betoog van appellant dat een verkeersonveilige situatie zal ontstaan doordat hij ten gevolge van het door hem bestreden onderdeel van het verkeersbesluit met zijn landbouwvoertuig vanaf de aansluiting van de Vuchtvenweg de Milhezerweg moet oprijden, faalt. Het college heeft zich op het standpunt mogen stellen dat het oversteken van de Milhezerweg op die plaats niet onveiliger is dan bij de oude aansluiting van de Kerkeindseweg op de Milhezerweg, nu uit de ter zitting getoonde plattegrond en foto's van de betreffende aansluitingen blijkt dat de verkeerssituatie op de aansluiting van de Vuchtvenweg vergelijkbaar is met die op de aansluiting van de Kerkeindseweg.

    Het betoog van appellant dat hij ten gevolge van het verkeersbesluit circa 800 meter zal moeten omrijden en daardoor schade zal lijden, welke het normaal maatschappelijk risico overstijgt, zoals volgens appellant kan worden afgeleid uit een door hem bij de rechtbank overgelegde brief van 7 juli 2003, faalt eveneens. Als uitgangspunt heeft te gelden dat het treffen van een verkeersmaatregel als hier aan de orde als een normale maatschappelijke ontwikkeling moet worden beschouwd, waarmee een ieder kan worden geconfronteerd en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van betrokkenen behoren te blijven. Dat neemt echter niet weg dat zich feiten en/of omstandigheden kunnen voordoen waardoor een individueel belang ten gevolge van een dergelijke maatregel zodanig zwaar wordt getroffen dat het uit die maatregel voortvloeiende nadeel redelijkerwijs niet ten laste van betrokkenen dient te blijven. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het nadeel dat hij ondervindt van de omstandigheid dat hij ten gevolge van het voor gemotoriseerd verkeer opheffen van de aansluiting van de Kerkeindseweg op de Milhezerweg circa 800 meter vanaf zijn bedrijf moet omrijden om zijn akkerbouwperceel aan de Milhezerweg te bereiken, van dien aard is, dat sprake is van onevenredige, buiten zijn normaal maatschappelijk risico vallende schade. De rechtbank heeft derhalve terecht geoordeeld dat het college niet gehouden is appellant compensatie voor dat nadeel te bieden.

2.5.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, Voorzitter, en mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen en mr. W. van den Brink, Leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. de Leeuw-van Zanten, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom    w.g. De Leeuw-van Zanten

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2005

97-419.