Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT8419

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-06-2005
Datum publicatie
29-06-2005
Zaaknummer
200503671/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 september 2004 heeft de gemeenteraad van Alkemade, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 augustus 2004, het bestemmingsplan "Eerste partiële herziening bestemmingsplan Meerkreuk (Gezondheidscentrum)" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200503671/2.

Datum uitspraak: 23 juni 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 7 september 2004 heeft de gemeenteraad van Alkemade, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 augustus 2004, het bestemmingsplan "Eerste partiële herziening bestemmingsplan Meerkreuk (Gezondheidscentrum)" vastgesteld.

Verweerder heeft bij zijn besluit van 8 maart 2005, kenmerk DRM/ARB/04/9203A, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief van 26 april 2005, bij de Raad van State ingekomen op 27 april 2005, beroep ingesteld.

Bij brief van 25 april 2005, bij de Raad van State ingekomen op 27 april 2005, heeft [verzoeker] de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 juni 2005, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. T.L. Fernig, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door ing. E. Schepers, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord de gemeenteraad, vertegenwoordigd door mr. J.H.M. Berends, ambtenaar van de gemeente.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

Het plan

2.2.    Het plan voorziet in de bouw van een gezondheidscentrum en een aantal appartementen aan de Schoolbaan.

Standpunt [verzoeker]

2.3.    [verzoeker] stelt dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plandeel met de bestemming "Wijkcentrum II-GC", dat voorziet in het gezondheidscentrum en beoogt met zijn verzoek onomkeerbare gevolgen van inwerkingtreding van het plandeel te voorkomen. Eerst ter zitting is daartoe aangevoerd dat de luchtkwaliteit in de omgeving zal verslechteren als gevolg van het voorziene gezondheidscentrum. Hij voert daarnaast aan dat de financiële uitvoerbaarheid van het plan, gelet op de bodemverontreiniging ter plaatse en de daarbij horende saneringskosten, onzeker is. Voorts voert hij aan dat het voorziene gezondheidscentrum zijn woon- en leefklimaat ernstig zal aantasten.

Het bestreden besluit

2.4.    Verweerder acht het plandeel niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening of het recht en heeft het goedgekeurd. Hij stelt dat het bestemmingsplan "Meerkreuk" reeds voorzag in het voorziene gezondheidscentrum en dat het voorliggende plan ten aanzien van dit plandeel slechts voorziet in het vervangen van de toegestane goothoogte van 5 meter en de niet gelimiteerde bouwhoogte in een maximale bouwhoogte van 9 meter. Verweerder is van mening dat het gezondheidscentrum geen ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat met zich zal brengen.

Vaststelling van de feiten

2.5.    Bij zijn oordeelsvorming gaat de Voorzitter uit van de volgende als vaststaand aangenomen gegevens.

2.5.1.    Artikel I van de planvoorschriften luidt: van het bestemmingsplan Meerkreuk, vastgesteld door de raad van de gemeente Alkemade op 13 december 1990, plannummer RO8901, worden de volgende bepalingen gewijzigd.                              

      Ingevolge artikel III wordt aan artikel 5.1 een tweede lid toegevoegd. Artikel 5.1. wordt vernummerd tot lid 1. Het tweede lid komt als volgt te luiden: De gronden die op de plankaart voor "Wijkcentrum-GC" zijn aangewezen zijn bestemd voor de volgende doeleinden:          

     - wonen;

     - doeleinden voor openbaar nut;

     - verkeer en parkeren.

       Ingevolge artikel V, tweede lid, wordt aan artikel 5.2 een zevende lid toegevoegd. Het zevende lid komt als volgt te luiden: Het parkeren van de bewoners, bezoekers en gebruikers van het gezondheidscentrum dient op eigen terrein plaats te vinden.

   Ingevolge artikel VI, tweede lid, onder b, dienen bouwwerken op gronden die op de plankaart zijn aangeduid met 'Gezondheidscentrum' aan de volgende eisen te voldoen:  

      (….);

      b. bouwhoogte hoofdgebouwen -maximaal- het aantal meters zoals aangegeven op de plankaart;

      (….).

2.5.2.    Op de plankaart is bij het bestreden plandeel een maximale bouwhoogte van 9 meter aangegeven. De dichtstbijzijnde woning aan de Schoolbaan staat op ongeveer 12 meter afstand van het voorziene gezondheidscentrum.

2.5.3.    In de plantoelichting staat vermeld dat naar de gevolgen van de voorziene gebouwen op de omgeving een zogenoemde massastudie is verricht. Daarin wordt geconcludeerd dat de schaduwwerking van de nieuwbouw op de bestaande bebouwing beperkt zal blijven. Voorts is in de plantoelichting opgenomen dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Ten aanzien van de financiële uitvoerbaarheid van het plan is opgenomen dat het gezondheidscentrum uitvoerbaar is. De bouw hiervan is verwerkt in de exploitatieberekening Meerkreuk, zoals deze door de gemeenteraad is vastgesteld, aldus de plantoelichting.      

2.5.4.    Er is nader bodemonderzoek verricht. Niet in geding is dat de saneringskosten van de bodem als gevolg van de resultaten van dit onderzoek ter plaatste hoger zullen komen te liggen dan de kosten die aanvankelijk waren beraamd.

2.5.5.    Thans wordt het plangebied gebruikt als marktterrein en als parkeerterrein voor vracht- en personenwagens.

Het oordeel van de Voorzitter

2.6.    Ten aanzien van het eerst ter zitting aangevoerde argument dat de luchtkwaliteit ter plaatse zal verslechteren als gevolg van het plan overweegt de Voorzitter dat hij een dergelijke verslechtering op voorhand niet aannemelijk acht. Hierbij betrekt hij de omstandigheid dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de verwezenlijking van het gezondheidscentrum met zich zal brengen dat op dit terrein geen vrachtwagens meer geparkeerd zullen worden.

2.6.1.    Voorzover [verzoeker] van mening is dat de financiële uitvoerbaarheid van het plan onzeker is geworden vanwege de hogere saneringskosten van de bodem ter plaatse overweegt de Voorzitter dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat er onderzoek is verricht naar de uitvoerbaarheid van het plan. Voorts is ter zitting namens de gemeenteraad verklaard dat hij de bovenbedoelde hogere saneringskosten voor zijn rekening neemt. Niet aannemelijk is dat de financiële middelen hiertoe ontoereikend zijn en dat het plan als gevolg hiervan niet uitvoerbaar is.

2.6.2.    Vast staat dat het uitzicht vanuit de woning van [verzoeker] aan de Schoolbaan als gevolg van het voorziene gezondheidscentrum zal wijzigen. Gelet op de afstand tussen dit centrum en de woningen aan de Schoolbaan, de relatief geringe maximale bouwhoogte van dit centrum en de bovengenoemde massastudie acht de Voorzitter een ernstige aantasting van het uitzicht en ernstige schaduwhinder echter niet aannemelijk. In dit verband acht de Voorzitter voorts van belang dat het voorziene wijkgroen het zicht op het gezondheidscentrum enigszins zal doen verminderen.

     Ten aanzien van de gevreesde parkeerhinder overweegt de Voorzitter dat het gezondheidscentrum een relatief beperkte omvang heeft en op het bestreden plandeel parkeervoorzieningen mogelijk zijn.      

     Gelet op het vorenstaande acht de Voorzitter een ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat als gevolg van het voorziene gezondheidscentrum niet aannemelijk.

2.6.3.    Gezien het voorgaande ziet de Voorzitter voorshands geen aanleiding voor de verwachting dat in de bodemprocedure zal worden geoordeeld dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plandeel niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In hetgeen [verzoeker] heeft aangevoerd ziet de Voorzitter voorts voorshands geen aanleiding voor de verwachting dat zal worden geoordeeld dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2.6.4.    Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening komt derhalve niet voor toewijzing in aanmerking.

2.7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.E.A. Neuwahl, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren    w.g. Neuwahl

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2005

280-459.