Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT8415

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-06-2005
Datum publicatie
29-06-2005
Zaaknummer
200502652/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 juni 2004 heeft de gemeenteraad van Binnenmaas, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 mei 2004, het bestemmingsplan "Landelijk Gebied Binnenmaas" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200502652/2.

Datum uitspraak: 23 juni 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1.    Land- en Tuinbouw Organisatie Noord, gevestigd te Haarlem,

2.    [verzoeker sub 2], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 29 juni 2004 heeft de gemeenteraad van Binnenmaas, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 mei 2004, het bestemmingsplan "Landelijk Gebied Binnenmaas" vastgesteld.

Bij besluit van 9 februari 2005, kenmerk DRM/ARB/04/7354A, heeft verweerder beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.

Tegen dit besluit hebben onder meer Land- en Tuinbouw Organisatie Noord (hierna: LTO Noord) per fax van 8 april 2005, bij de Raad van State ingekomen op 8 april 2005, en [verzoeker sub 2] per fax van 6 april 2005, bij de Raad van State ingekomen op 6 april 2005, beroep ingesteld.

Bij dezelfde fax als waarmee beroep is ingesteld heeft LTO Noord de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Per fax van 6 april 2005, bij de Raad van State ingekomen op 6 april 2005, heeft [verzoeker sub 2] de Voorzitter eveneens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 10 juni 2005, waar LTO Noord, vertegenwoordigd door A.P. Verhorst en J.J.J. Beugelsdijk, gemachtigden, en [verzoeker sub 2], in persoon, en bijgestaan door mr. D.N.J. van Horssen, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. R.A.J. de Jong en ing. J.C. Wassens, ambtenaren van de provincie, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord de gemeenteraad, vertegenwoordigd door mr. H.H. Luigies, advocaat te Rotterdam.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

Het plan

2.2.    Het plan voorziet in een planologische regeling voor het buitengebied van de gemeente Binnenmaas.

Onthouding van goedkeuring aan de aanduiding "kassenperceel" en aan artikel 10, eerste lid, onder 2, sub a en b, artikel 10, tweede lid, onder 1, sub b, tweede lid, onder 2, sub a, b en c, tweede lid, onder 5 en artikel 10, derde lid, onder 2 en 3, van de planvoorschriften

Het bestreden besluit

2.3.    Verweerder heeft aan de bovengenoemde planonderdelen goedkeuring onthouden omdat hij van mening is dat deze regeling voor glastuinbouw in strijd is met het provinciale beleid terzake, zoals neergelegd in het streekplan Zuid-Holland Zuid. Hij voert daartoe aan dat de in het plan vervatte regeling te algemeen is en als gevolg hiervan een te grote uitbreiding van glasareaal in het plangebied met zich kan brengen.

Standpunt LTO Noord

2.4.    LTO Noord stelt dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft onthouden aan de bovengenoemde planonderdelen en beoogt met haar verzoek in zoverre de inwerkingtreding van het plan te bewerkstelligen. Daartoe voert zij aan dat de onthouding van goedkeuring aan deze planonderdelen een belemmerende werking heeft op de bedrijfsvoering van de agrarische bedrijven in het plangebied.

Vaststelling van de feiten

2.5.    Bij haar oordeelsvorming gaat de Afdeling uit van de volgende als vaststaand aangenomen gegevens.

2.5.1.    Verweerder heeft aan de aanduiding "kassenperceel" goedkeuring onthouden. Op de legenda, behorende bij de plankaarten, is deze aanduiding doorgehaald. Met deze onthouding van goedkeuring is beoogd verdere uitbreiding van glastuinbouw als gevolg van het plan bij bestaande agrarische bedrijven tegen te gaan. In verband hiermee heeft verweerder voorts aan de bovengenoemde voorschriften goedkeuring onthouden.

Het oordeel van de Voorzitter ten aanzien van het verzoek van LTO Noord

2.6.    Het verzoek van LTO Noord strekt er toe dat de bovengenoemde planonderdelen alsnog worden goedgekeurd. Een voorlopige voorziening die dat mogelijk maakt is, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, te verstrekkend, aangezien ook de uitspraak van de Afdeling, gelet op de aard van de toetsing in de bodemprocedure, alleen dan zal strekken tot goedkeuring van deze planonderdelen indien voor verweerder geen ruimte bestaat een andersluidende beslissing te nemen. Van een zodanige situatie is niet gebleken, noch van uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld dat het bestreden besluit evidente gebreken vertoont en bovendien zo urgente belangen in het geding zijn dat de procedure in de hoofdzaak in redelijkheid niet kan worden afgewacht.                          

     Gelet op het vorenstaande dient het verzoek van LTO Noord te worden afgewezen.  

"Het Reigersnest"

Standpunt [verzoeker sub 2]

2.7.    [verzoeker sub 2] stelt dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plandeel met de bestemming "Bijzondere doeleinden" met de subbestemming "gebouw voor openbaar bestuur, sociaal-cultureel leven en volksgezondheid (Ob)" voorzover het betreft het perceel Ritselaarsdijk 11c. Hij is van mening dat het bestreden plandeel overeenkomstig het huidige feitelijke gebruik een woonbestemming had moeten krijgen.

Het bestreden besluit

2.8.    Verweerder heeft het bestreden plandeel niet in strijd geacht met een goede ruimtelijke ordening of het recht en heeft het goedgekeurd. Hij is van mening dat aan het bestreden plandeel geen woonbestemming toegekend behoefde te worden, aangezien het huidige feitelijke gebruik van het pand "Het Reigersnest" als woning in strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan is aangevangen en burgemeester en wethouders voornemens zijn het strijdige gebruik te doen beëindigen.

Vaststelling van de feiten

2.9.    Bij haar oordeelsvorming gaat de Afdeling uit van de volgende als vaststaand aangenomen gegevens.

2.9.1.    In het voorheen geldende bestemmingsplan "Binnenbedijkte Maas" had het bestreden plandeel de bestemming "Openbare en Bijzondere doeleinden". Het pand "Het Reigersnest" is lange tijd in gebruik geweest als vakantieverblijf van de Stichting voor sociaal-cultureel vormingswerk en buurtwerk. In 1994 heeft [verzoeker sub 2] het pand in strijd met de bovengenoemde bestemming als woning in gebruik genomen. Dit strijdige gebruik is door burgemeester en wethouders gewraakt.

2.9.2.    Ingevolge artikel 18, eerste lid, van de planvoorschriften zijn de gronden met de als zodanig op de plankaart aangegeven bestemming "Bijzondere doeleinden" bestemd voor bijzondere doeleinden, met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen, overeenkomstig de op de plankaart met de volgende lettercodes aangeduide subbestemmingen:  

      (….)                                

      Ob: gebouw voor openbaar bestuur, sociaal-cultureel leven en     volksgezondheid;    

     (….).

Het oordeel van de Voorzitter ten aanzien van "Het Reigersnest"

2.10.    Het verzoek van [verzoeker sub 2] strekt er toe dat het bestreden plandeel een woonbestemming overeenkomstig het huidige illegale gebruik krijgt. Verzoeker is niet gebaat bij schorsing van het bestreden besluit ten aanzien van dit plandeel aangezien daarmee niet het door hem gewenste resultaat kan worden bereikt. Een voorlopige voorziening die dat mogelijk maakt is, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, te verstrekkend, aangezien het scheppen van die mogelijkheid niet met een uitspraak van de Afdeling op onmiddellijke wijze kan worden bewerkstelligd. De uitspraak van de Afdeling in de hoofdzaak zou kunnen strekken tot onthouding van goedkeuring aan het betreffende plandeel, doch daarmee zou het gewenste gebruik van de gronden nog niet mogelijk zijn. De Voorzitter ziet in dit geval in de handhavingprocedure dienaangaande niet een uitzonderlijke omstandigheid. Ook overigens is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die het treffen van een voorlopige voorziening als door verzoeker beoogd, rechtvaardigen. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek van [verzoeker sub 2] te worden afgewezen.

2.11.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.E.A. Neuwahl, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren    w.g. Neuwahl

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2005

280-459.