Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT8404

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-06-2005
Datum publicatie
29-06-2005
Zaaknummer
200503088/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 31 augustus 2004, verzonden op 9 september 2004, heeft verweerder het verzoek van verzoeker van 10 juni 2004 om toepassing van bestuurlijke handhavingsmaatregelen met betrekking tot het woonzorgcomplex "Zorgcentrum Marishof" gelegen aan De Neerlanden 12 te Maarheeze afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200503088/2.

Datum uitspraak: 20 juni 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 31 augustus 2004, verzonden op 9 september 2004, heeft verweerder het verzoek van verzoeker van 10 juni 2004 om toepassing van bestuurlijke handhavingsmaatregelen met betrekking tot het woonzorgcomplex "Zorgcentrum Marishof" gelegen aan De Neerlanden 12 te Maarheeze afgewezen.

Bij besluit van 21 februari 2005, verzonden op 23 februari 2005, heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 5 april 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, beroep ingesteld.

Bij brief van 4 mei 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 juni 2005, waar verzoeker in persoon en bijgestaan door M.J.E. Driessen, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door A. Hoelen, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is het Zorgcentrum Marishof, vertegenwoordigd door mr. drs. E.D.M. Knegt, advocaat te Breda, en G.L.A.M. Peijs, gemachtigde, daar gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Verzoeker stelt in het onderhavige verzoek onder meer dat het in werking zijn van de inrichting onaanvaardbare overlast, zoals geluidhinder als gevolg van verkeersbewegingen op, van en naar de inrichting en het parkeren van voertuigen, tot gevolg heeft. Daarbij heeft hij gewezen op de in zijn ogen tekortschietende beoordeling door verweerder van de vraag of de inrichting kan voldoen aan de geluidvoorschriften van het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer (hierna: het Besluit).

2.3.    Aan de afwijzing van het verzoek om handhavend op te treden heeft verweerder de overweging ten grondslag gelegd dat uit de op 30 juli 2004 door ambtenaren van de gemeente uitgevoerde controle is gebleken dat onderhavig woonzorgcomplex voldoet aan de voorschriften van het Besluit. Vanwege het karakter en het gebruik van het woonzorgcomplex overeenkomstig de door "Zorgcentrum Marishof" ingediende melding op grond van het Besluit is een geluidonderzoek naar de mening van verweerder niet noodzakelijk. Verweerder acht zich gezien het vorenstaande niet bevoegd handhavend op te treden.

2.4.    Ter zitting is gebleken dat het woonzorgcomplex op korte afstand van de woning van verzoeker is gelegen. De parkeerplaats van het woonzorgcomplex ligt op een afstand van circa 45 meter van de woning van verzoeker. Voorts grenst de in de inrichting gelegen rondweg met eenrichtingsverkeer aan het perceel van verzoeker. Gelet op de afstand van de onderhavige inrichting tot aan de woning van verzoeker en mede gezien het in de melding opgenomen aantal verkeersbewegingen van personenauto's en (lichte) vrachtwagens in de dag- en avondperiode, brengt de onderhavige situatie naar het oordeel van de Voorzitter met zich mee dat er een risico is voor onaanvaardbare geluidhinder. Verweerder heeft evenwel geen geluidmetingen verricht om te kunnen vaststellen of aan de in de bijlage bij het Besluit opgenomen geluidvoorschriften kan worden voldaan. De enkele waarneming van de controleurs dat nauwelijks geluid afkomstig van de inrichting hoorbaar was, zonder dat deze wordt gestaafd door geluidmetingen en zonder dat daarbij overigens de geluidseffecten van passerende auto's en het parkeer- en weggedrag behoorlijk in beeld zijn gebracht, is in deze situatie onvoldoende om te kunnen vaststellen dat de geluidvoorschriften niet worden overtreden. Gezien het vorenstaande is de Voorzitter van oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht dat vereist dat het bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis omtrent de relevante feiten vergaart.

2.5.    Gelet hierop ziet de Voorzitter, bij afweging van de betrokken belangen, aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek behoeft voor het overige geen bespreking.

2.6.    Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck van 21 februari 2005;

II.    treft de voorlopige voorziening dat verweerder binnen 2 maanden na verzending van deze uitspraak door middel van een representatieve geluidmeting van de in de inrichting "Zorgcentrum Marishof" aanwezige installaties en toestellen alsmede van de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten, waarvan de resultaten dienen te worden neergelegd in een akoestisch rapport, aantoont of aan de geluidvoorschriften van de bijlage bij het Besluit wordt voldaan;

III.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 722,87 (zegge: zevenhonderdtweeëntwintig euro en zevenentachtig cent), waarvan een gedeelte groot € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro) is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Cranendonck aan verzoeker onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

IV.    gelast dat de gemeente Cranendonck aan verzoeker het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 138,00 (zegge: honderdachtendertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. D.A.B. Montagne, ambtenaar van Staat.

w.g. Konijnenbelt    w.g. Montagne

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2005

374.