Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT7974

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-06-2005
Datum publicatie
22-06-2005
Zaaknummer
200502143/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 september 2004 heeft de gemeenteraad van Almere het bestemmingsplan "Waterwijk" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200502143/2.

Datum uitspraak: 16 juni 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

verzoekers,

en

het college van gedeputeerde staten van Flevoland,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 2 september 2004 heeft de gemeenteraad van Almere het bestemmingsplan "Waterwijk" vastgesteld.

Bij besluit van 1 februari 2005, kenmerk ROV/05.040108/L heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan.

Tegen dit besluit hebben onder meer verzoekers bij brief van 6 april 2005, bij de Raad van State ingekomen op 11 april 2005, beroep ingesteld.

Bij brief van 6 april 2005, bij de Raad van State ingekomen op 11 april 2005, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 juni 2005, waar verzoekers, vertegenwoordigd [gemachtigde] en verweerder, vertegenwoordigd door mr. S.C. van den Broek, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.

Voorts is daar gehoord de gemeenteraad van Almere, vertegenwoordigd door E. Weijnen, G. Hietland en R. Nijland, ambtenaren van de gemeente.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Het plan voorziet in een actuele juridisch-planologische regeling voor de Waterwijk, een woonwijk in het noordoosten van Almere-Stad.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het plan goedgekeurd.

2.3.    Verzoekers stellen dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plandeel met de bestemming "Groenvoorzieningen (GR)" ten zuiden van de splitsing van de Karperweg en de Baarsweg. Zij menen dat een deel van deze bestemming vervangen moet worden door de bestemming "Verblijfsgebied". Verzoekers willen beogen dat eventuele nieuwbouw op het plandeel met de bestemming "Maatschappelijke voorzieningen (M)" van de noordzijde ontsloten kan worden.

Verzoekers stellen voorts dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan een aantal gedeelten binnen het plandeel met de bestemming "Verblijfsgebied (VG)" ten zuiden van het hiervoor bedoelde plandeel met de bestemming "Maatschappelijke voorzieningen (M)". Verzoekers hebben er bezwaar tegen dat de binnen deze gedeelten aanwezige groenstroken kunnen worden vervangen door parkeerplaatsen.

2.3.1.    Ter zitting is namens de gemeenteraad verklaard dat er geen concrete bouwplannen voor het plandeel met de bestemming "Maatschappelijke voorzieningen (M)" zijn. Voorts is van de zijde van de gemeenteraad verklaard dat het huidige gebouw binnen dit plandeel ten minste tot de zomervakantie van 2006 bij de Internationale School in gebruik zal blijven. Niet gebleken is dat vooruitlopend op de bouwplannen reeds wijzigingen in de groenstroken zullen worden aangebracht.

Gelet hierop is de Voorzitter van oordeel dat onverwijlde spoed ontbreekt en dat de behandeling van het geschil over deze plandelen in de hoofdzaak kan worden afgewacht.

2.4.    Verzoekers stellen dat verweerder eveneens ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plandeel met de bestemming "Detailhandels- en horecadoeleinden (DH)" ter plaatse van het zuidelijke blok van het buurtwinkelcentrum Botplein. Verzoekers hebben er bezwaar tegen dat binnen dit plandeel de bestaande detailhandelszaken kunnen worden vervangen door middelzware horecabedrijven.

2.4.1.    Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting acht de Voorzitter niet aannemelijk geworden dat de bestaande detailhandelszaken binnen het plandeel op korte termijn zullen worden vervangen door horecabedrijven. Gelet hierop is de Voorzitter van oordeel dat onverwijlde spoed ontbreekt en dat de behandeling van het geschil over dit plandeel in de hoofdzaak kan worden afgewacht.

2.5.    Gelet op het voorgaande ziet de Voorzitter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek hiertoe dient te worden afgewezen.

2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H.A. Bultema, ambtenaar van Staat.

w.g. Dolman    w.g. Bultema

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 juni 2005

400.