Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT7973

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-06-2005
Datum publicatie
22-06-2005
Zaaknummer
200501834/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 31 augustus 2004 heeft de gemeenteraad van Steenwijkerland, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 augustus 2004, het bestemmingsplan "Giethoorn - Ds. T.O. Hylkemaweg e.o." vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200501834/2.

Datum uitspraak: 16 juni 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Overijssel,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 31 augustus 2004 heeft de gemeenteraad van Steenwijkerland, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 augustus 2004, het bestemmingsplan "Giethoorn - Ds. T.O. Hylkemaweg e.o." vastgesteld.

Verweerder heeft bij zijn besluit van 25 januari 2005, kenmerk RWB/2004/3400, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.

Tegen dit besluit heeft onder meer verzoeker bij brief van 17 februari 2005, bij de Raad van State ingekomen op 2 maart 2005, beroep ingesteld.

Bij deze brief heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 31 mei 2005, waar verzoeker in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door drs. G. Rooks, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.

Voorts is de gemeenteraad van Steenwijkerland, vertegenwoordigd door ing. A.P. van der Wal en mr. A.J. IJsseldijk, ambtenaren van de gemeente, daar gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Het plan voorziet onder meer in een verlenging van de Bartus Warnersweg en de aansluiting daarvan op de Ds. T.O. Hylkemaweg.

2.3.    Verzoeker kan zich volgens het verzoekschrift niet met het plan verenigen, voorzover het bestaande gedeelte van de Bartus Warnersweg een openbare weg wordt en hij daarvoor geen vergoeding krijgt. Verzoeker stelt dat hij de gronden waarop deze weg ligt eerder bij een ruilverkaveling heeft ingebracht. Hij heeft daarvoor een vergoeding ontvangen, die was gebaseerd op de aanleg van een weg, die slechts ter ontsluiting van de aangrenzende agrarische percelen zou dienen, aldus verzoeker. Nu de weg een openbare weg wordt, stelt hij dat hij recht heeft op een hogere vergoeding.

Verder is verzoeker van mening dat het bestaande gedeelte van de Bartus Warnersweg niet geschikt is om een grotere hoeveelheid verkeer te verwerken.

2.4.    Verweerder heeft geen aanleiding gezien het plan in zoverre in strijd met een goede ruimtelijke ordening of het recht te achten en heeft in zoverre goedkeuring verleend. Hij stelt zich op het standpunt dat de vraag of verzoeker in het kader van de ruilverkaveling recht heeft op een extra vergoeding niet in een bestemmingplanprocedure aan de orde kan komen.

2.5.    Ter zitting heeft verzoeker verklaard dat het hem uitsluitend gaat om het verkrijgen van een vergoeding, die is gebaseerd op het verschil in waarde tussen hetgeen hij voor de inbreng van zijn gronden bij de ruilverkaveling heeft gekregen en hetgeen hij zou hebben ontvangen indien destijds duidelijk was geweest dat op zijn gronden een openbare weg zou komen. De Voorzitter is van oordeel dat nu het verzoek slechts is gedaan met het oog op deze vordering, geen aanleiding bestaat tot het treffen van een voorlopige voorziening. Niet is gebleken dat de inwerkingtreding van het plan zal leiden tot ernstige onomkeerbare gevolgen voor verzoeker in de periode tot aan de uitspraak op het beroep van verzoeker. Evenmin is gebleken dat de belangen van verzoeker door inwerkingtreding van het plan anderszins ernstig worden geschaad. Gelet hierop dient het verzoek te worden afgewezen.

2.6.    Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.W.M. Kooijman, ambtenaar van Staat.

w.g. Bartel    w.g. Kooijman

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 juni 2005

177-425.