Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT7962

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-06-2005
Datum publicatie
22-06-2005
Zaaknummer
200503626/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 september 2004 heeft de gemeenteraad van Veldhoven, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29 juni 2004, het bestemmingsplan "Voltooiing Kempenbaan De Run, aanvulling I (de Meteoor)" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OGR-Updates.nl 1001152
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200503626/2.

Datum uitspraak: 15 juni 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 28 september 2004 heeft de gemeenteraad van Veldhoven, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29 juni 2004, het bestemmingsplan "Voltooiing Kempenbaan De Run, aanvulling I (de Meteoor)" vastgesteld.

Verweerder heeft bij zijn besluit van 22 februari 2005, no. 1033372, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 25 april 2005, bij de Raad van State ingekomen op 26 april 2005, beroep ingesteld.

Bij brief van 25 april 2005, bij de Raad van State ingekomen op 26 april 2005, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 7 juni 2005, waar verzoeker, in persoon en bijgestaan door mr. G.M.H. Vogels, advocaat te Eindhoven, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. A.J.J.M. Danen, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.

Voorts zijn de gemeenteraad van Veldhoven, vertegenwoordigd door M. Scharenborg - van Westerveld en R.J. Smits, ambtenaren van de gemeente, en de kousenfabriek "de Meteoor", vertegenwoordigd door [directeur] en [gemachtigde] daar gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Het plan voorziet in uitbreiding van de kousenfabriek "de Meteoor".

2.3.    Verzoeker stelt dat verweerder ten onrechte grotendeels goedkeuring aan het plan heeft verleend.

Hij voert hiertoe onder meer aan dat zowel de belangenafweging van de gemeenteraad, als van verweerder op onjuiste gegevens is gebaseerd. Zo is volgens verzoeker op grond van verouderd kaartmateriaal een vertekend beeld ontstaan over de afstand tussen de voorziene uitbreiding van de kousenfabriek en de nabijgelegen woningen. Verzoeker stelt dat deze afstand in werkelijkheid te kort is. Hij bestrijdt het standpunt van verweerder dat geen sprake is van een rustige woonwijk. Derhalve is volgens hem ten onrechte afgeweken van de in de VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten van 1999 (hierna: de VNG-brochure) aanbevolen richtafstand.

Het plan maakt uitbreiding van de kousenfabriek tot een grootschalig bedrijf mogelijk, aldus verzoeker. Daarbij wijst hij op de in het plan opgenomen maximale bebouwingshoogten. Een dergelijk groot bedrijf hoort volgens hem niet thuis op de huidige locatie van de kousenfabriek. Verder stelt verzoeker dat de met het plan beoogde uitbreiding zijn privacy ernstig zal aantasten.

2.4.    Verweerder heeft het plan in zoverre niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening of het recht geacht en heeft het plan in zoverre goedgekeurd.

Verweerder gaat uit van de juistheid van de door hem en de gemeenteraad gebruikte gegevens, waaronder het kaartmateriaal.

Verder stelt verweerder zich op het standpunt dat de uitbreiding van de fabriek op voldoende afstand van de aanwezige woningen is voorzien. Daarbij acht hij van belang dat het om een woonwijk in stedelijk gebied gaat, zodat van de in de VNG-brochure geadviseerde richtafstand kan worden afgeweken. Tevens zijn de in het plan opgenomen bebouwingsmogelijkheden volgens verweerder niet zo groot dat de kousenfabriek na uitbreiding, ter plaatse planologisch niet meer aanvaardbaar is. Daarbij heeft hij betrokken dat het bedrijf in een overgangsgebied ligt tussen woningbouw aan de noordzijde en grootschalige bedrijvigheid aan de zuidzijde van de wegen de Locht en de Kempenbaan.  

2.5.    De Voorzitter stelt vast dat de standpunten van partijen sterk uiteen lopen over het antwoord op de vraag of het kaartmateriaal een juist beeld geeft van de afstand van de voorziene uitbreiding van de kousenfabriek tot de reeds aanwezige hindergevoelige bebouwing. Dit geldt eveneens voor de vraag naar het karakter van de omgeving van de kousenfabriek en de daarmee samenhangende (on)mogelijkheid om van de in de VNG-brochure aanbevolen afstand af te wijken, als ook voor de vraag naar de ruimtelijke inpassing van het bedrijf na uitbreiding. Voor het beantwoorden van deze vragen is naar het oordeel van de Voorzitter nader onderzoek noodzakelijk, waartoe deze procedure zich evenwel niet leent. De Voorzitter zal bevorderen dat een zodanig onderzoek zal worden uitgevoerd. In afwachting van de behandeling van de bodemprocedure waarin dit onderzoek aan de orde zal komen, zijn onomkeerbare ontwikkelingen niet gewenst. Derhalve ziet hij reeds hierom aanleiding het bestreden besluit bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen, voorzover daarbij aan het plan goedkeuring is verleend.

Gelet op het vorenstaande behoeven de overige bezwaren geen bespreking.

2.6.    Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 22 februari 2005, no. 1033372, voorzover daarbij goedkeuring is verleend aan het bestemmingsplan "Voltooiing Kempenbaan De Run, aanvulling I (de Meteoor)" ;

II.    veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 606,97 (zegge: zeshonderdzes euro en zevenennegentig cent), waarvan een gedeelte groot € 322,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de provincie Noord-Brabant aan verzoeker onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

III.    gelast dat de provincie Noord-Brabant aan verzoeker het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 138,00 (zegge: honderdachtendertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, Voorzitter, in tegenwoordigheid van E.J. Nolles, ambtenaar van Staat.

w.g. Hoekstra    w.g. Nolles

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2005

291-425.