Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT7959

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-06-2005
Datum publicatie
22-06-2005
Zaaknummer
200409301/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 mei 2003 heeft appellant, voorzover hier van belang, aan Bizon Theaterreclame te Amstelveen bouwvergunning verleend voor het plaatsen van een digitale display op het perceel Boulevard Barnaart 50 te Zandvoort (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200409301/1.

Datum uitspraak: 22 juni 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort,

appellant,

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 04/256 van de rechtbank Haarlem van 6 oktober 2004 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te [woonplaats]

en

appellant.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 27 mei 2003 heeft appellant, voorzover hier van belang, aan Bizon Theaterreclame te Amstelveen bouwvergunning verleend voor het plaatsen van een digitale display op het perceel Boulevard Barnaart 50 te Zandvoort (hierna: het perceel).

Bij besluit van 23 december 2003 heeft appellant het daartegen door [wederpartij] gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, het besluit van 27 mei 2003 ingetrokken en wederom een bouwvergunning verleend voor het plaatsen van een digitale display op het perceel.

Bij uitspraak van 6 oktober 2004, verzonden op 11 oktober 2004, heeft de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) het daartegen door [wederpartij] ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en appellant opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in die uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 16 november 2004, bij de Raad van State ingekomen op 17 november 2004, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn ingediend bij brief van 1 december 2004. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 5 januari 2005 heeft [wederpartij] van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 juni 2005, waar appellant, vertegenwoordigd door T. van der Kleij, ambtenaar van de gemeente, is verschenen. Voorts is daar gehoord [wederpartij], bijgestaan door mr. E.K.J. Eilander, gemachtigde.

2.    Overwegingen

2.1.    Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting is de door appellant vergunde digitale display bestemd voor mededelingen van de Zandvoortse Reddingsbrigade, alsmede voor reclameboodschappen.

2.2.    Appellant betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het bouwplan in strijd is met de bestemming "Waterstaatsdoeleinden" omdat, nu voor deze bestemming geen specifieke voorschriften zijn gesteld, voor het plandeel niet is vastgelegd of een bepaald bouwwerk daar al dan niet is toegestaan.

2.2.1.    Ter zitting heeft appellant verklaard dat de bouwaanvraag niet aan de bestemming "Waterstaatsdoeleinden" is getoetst. De rechtbank heeft hierover met juistheid geoordeeld dat uit het ontbreken van specifieke voorschriften voor deze bestemming niet volgt dat de bouwaanvraag niet aan de bestemming behoeft te worden getoetst. De rechtbank heeft verder terecht en op goede gronden geoordeeld dat de voorziene digitale display in strijd is met de aan het perceel toegekende bestemming en dat dit in de weg stond aan de bij bestreden besluit verleende bouwvergunning.

   Het betoog van appellanten dat dit oordeel zich niet verdraagt met het bepaalde in artikel 9, tweede lid, van de Woningwet, treft geen doel.  Dat bij gemeentelijke bouwverordening (aanvullende) voorschriften ten aanzien van bouwwerken kunnen worden gesteld, die van toepassing blijven indien het bestemmingsplan daarvoor geen voorschriften bevat, laat onverlet dat een bouwwerk in overeenstemming met de bestemming dient te zijn. Dat is hier niet het geval.

2.3.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4.    Omdat de onderhavige zaak en de zaak met nr. 200409298/1, die eveneens op de zitting van 6 juni 2005 is behandeld, naar het oordeel van de Afdeling als samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht moeten worden aangemerkt, en appellant in die zaak in de bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten is veroordeeld, bestaat in deze zaak geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, Voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S.H. van den Ende, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom    w.g. Van den Ende

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2005

275.