Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT7487

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-06-2005
Datum publicatie
15-06-2005
Zaaknummer
200504213/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

j besluit van 3 mei 2005, kenmerk NL 111215, heeft verweerder op grond van de Verordening 259/93/EEG van 1 februari 1993, betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en vanuit de Europese Gemeenschap bezwaar gemaakt tegen het voornemen van verzoekster om 5.000.000 kg gemengde restfractie afkomstig van de sortering van bouw- en sloopafval, bedrijfsafval en stedelijk afval over te brengen naar Duitsland.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 8:81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAF 2005/53 met annotatie van Van der Meijden
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200504213/1.

Datum uitspraak: 9 juni 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

en

de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 3 mei 2005, kenmerk NL 111215, heeft verweerder op grond van de Verordening 259/93/EEG van 1 februari 1993, betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en vanuit de Europese Gemeenschap bezwaar gemaakt tegen het voornemen van verzoekster om 5.000.000 kg gemengde restfractie afkomstig van de sortering van bouw- en sloopafval, bedrijfsafval en stedelijk afval over te brengen naar Duitsland.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt.

Bij brief van 12 mei 2005, bij de Raad van State ingekomen op 13 mei 2005, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 juni 2005, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. L. Hartogs, advocaat te Doetinchem, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. M.J. Achterberg, ambtenaar van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, en drs. P. Robben en mr. M. Kaersenhout, gemachtigden, zijn verschenen.

De Voorzitter heeft het verzoek afgewezen.

Daartoe heeft hij het volgende overwogen.

Ter zitting is gebleken dat in de inrichting van verzoekster nog voldoende opslagcapaciteit aanwezig is om de op het kennisgevingsformulier NL 111215 vermelde afvalstoffen in afwachting van de beslissing op bezwaar op te slaan. Gelet hierop en nu verweerder ter zitting heeft toegezegd zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 2 weken, op het bezwaar te zullen beslissen, is de Voorzitter van oordeel dat met het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening geen spoedeisend belang is gemoeid.

Uitgesproken in het openbaar overeenkomstig artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht door mr. W. Konijnenbelt, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. D.A.B. Montagne, ambtenaar van Staat.

w.g. Konijnenbelt   w.g. Montagne

Voorzitter    ambtenaar van Staat

374.