Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT7454

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-06-2005
Datum publicatie
15-06-2005
Zaaknummer
200408329/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 augustus 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van Littenseradiel (hierna: het college) afwijzend beslist op het verzoek van om bouwvergunning voor een windturbine met een ashoogte van 40 m op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200408329/1.

Datum uitspraak: 15 juni 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de vereniging "It Fryske Gea", gevestigd te Leeuwarden,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 31 augustus 2004 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Littenseradiel.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 22 augustus 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van Littenseradiel (hierna: het college) afwijzend beslist op het verzoek van om bouwvergunning voor een windturbine met een ashoogte van 40 m op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Nadat het college [verzoeker] in de gelegenheid heeft gesteld het bouwplan aan te passen heeft het bij besluit van 24 oktober 2003 het daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 22 augustus 2001 herroepen en alsnog bouwvergunning verleend voor een windturbine met een ashoogte van 35 m.

Bij uitspraak van 31 augustus 2004, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 8 oktober 2004, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

[verzoeker] heeft gereageerd bij brief van 30 november 2004.

Bij brief van 7 januari 2005 heeft het college van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 april 2005, waar appellante, vertegenwoordigd door drs. H.J. de Vries, bijgestaan door mr. J. Veltman, advocaat te Groningen, en het college, vertegenwoordigd door B. Kroese, ambtenaar van de gemeente, zijn. Voorts is verschenen [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. E. Wiarda, gemachtigde, vergezeld van ing. B. Dijkstra.

2.    Overwegingen

2.1.    Het perceel is ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied-West" (hierna: het bestemmingsplan) bestemd voor "Agrarische bedrijfsdoeleinden".

   Ten tijde van het besluit van 22 augustus 2001 tot weigering van de op 14 december 2000 door [verzoeker] aangevraagde bouwvergunning voor een solitaire windturbine stond dat plan op onder meer gronden met deze bestemming de bouw van windturbines met een ashoogte tot 35 m toe en was in de planvoorschriften voorzien in de mogelijkheid vrijstelling te verlenen voor een ashoogte tot 40 m. Bij besluit van 22 januari 2001, in werking getreden op 26 januari 2001 heeft de raad van de gemeente Littenseradiel voor het buitengebied west een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van de WRO genomen. Bij besluit van 4 maart 2003 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân de op 2 september 2002 door de raad van de gemeente Littenseradiel vastgestelde "Voorschriften bestemmingsplan Buitengebied-West, partiële herziening windenergie" gedeeltelijk goedgekeurd. Ingevolge deze partiële herziening, die op 3 juni 2003 van kracht is geworden, is een windturbine op het onderhavige perceel niet toegestaan.

2.2.    Naar aanleiding van het tegen het besluit van 22 augustus 2001 gemaakte bezwaar heeft het college [verzoeker] in de gelegenheid gesteld zijn bouwplan aan te passen. Daartoe heeft [verzoeker], laatstelijk op 17 september 2003, gewijzigde bouwtekeningen bij het college ingediend. Bij deze wijziging is de ashoogte van de windturbine teruggebracht tot 35 m. Het college heeft vervolgens bij de beslissing op bezwaar het besluit van 22 augustus 2001 herroepen en alsnog bouwvergunning verleend voor het aldus gewijzigde bouwplan.

2.3.    Appellante heeft betoogd dat de rechtbank de wijziging van het bouwplan ten onrechte van ondergeschikte betekenis heeft geacht en het college derhalve, anders dan de rechtbank heeft overwogen, bij de beslissing op bezwaar het gewijzigde bouwplan ten onrechte heeft getoetst aan het bestemmingsplan zoals dat gold voor de inwerkingtreding van de partiële herziening. Dit betoog slaagt.

2.4.    Het verschil in hoogte is, ook afgezet tegen de oorspronkelijk beoogde ashoogte van 40 m, zodanig groot dat de windturbine in betekenende mate afwijkt van de turbine die bij de indiening van de bouwaanvraag was voorzien. Daarbij is bovendien in aanmerking genomen dat met de wijziging niet alleen de ashoogte maar ook de verhouding van de mast ten opzichte van de gelijk gebleven rotordiameter is veranderd. Dat de lagere windturbine, naar de rechtbank heeft overwogen een geringere planologische uitstraling heeft kan er niet aan afdoen dat de gedaantewijziging van dien aard is dat sprake is van een ander bouwplan.

2.5.    Gelet op het voorgaande was voor toetsing van het gewijzigde bouwplan aan het bestemmingsplan "Buitengebied Littenseradiel West" zoals dat gold ten tijde van de indiening van de bouwaanvraag geen plaats. Hetgeen appellante overigens heeft aangevoerd behoeft derhalve geen bespreking meer.

2.6.    Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 24 oktober 2003 alsnog gegrond verklaren. Dat besluit dient wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd. Het college dient met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen opnieuw op het bezwaar van appellante te beslissen.

2.7.    Het college is in de uitspraak van heden in zaakno. 200408335/1 in de kosten veroordeeld. Gelet op de samenhang met die zaak wordt in deze zaak geen kostenveroordeling uitgesproken.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    verklaart het hoger beroep gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 31 augustus 2004, 03/1374 WW44;

III.    verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV.    vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Littenseradiel van 24 oktober 2003, BK;

V.    gelast dat de gemeente Littenseradiel aan de vereniging "It Fryske Gea" het door haar voor de behandeling van het hoger beroep en het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van (€ 409,00 + € 267,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. R. van der Spoel, Leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Willems, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump    w.g. Willems

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2005

412.