Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT7447

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-06-2005
Datum publicatie
15-06-2005
Zaaknummer
200408070/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 september 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van Littenseradiel (hierna: het college) aan appellant bouwvergunning geweigerd voor een windturbine met een ashoogte van 40 m op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200408070/1.

Datum uitspraak: 15 juni 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. 03/1380 WW44 van de rechtbank Leeuwarden van 3 september 2004 in het geding tussen:

de vereniging "It Fryske Gea", gevestigd te Leeuwarden

en

het college van burgemeester en wethouders van Littenseradiel.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 5 september 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van Littenseradiel (hierna: het college) aan appellant bouwvergunning geweigerd voor een windturbine met een ashoogte van 40 m op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Nadat het college appellant in de gelegenheid heeft gesteld het bouwplan aan te passen heeft het bij besluit van 24 oktober 2003 het daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 5 september 2001 herroepen en alsnog bouwvergunning verleend voor een windturbine met een ashoogte van 35 m.

Bij uitspraak van 3 september 2004, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het daartegen door de vereniging "It Fryske Gea"ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 30 september2004, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 22 december 2004. Deze brieven zijn aangehecht.

De vereniging "It Fryske Gea" heeft gereageerd bij brief van 20 december 2004.

Bij brief van 21 december 2004 heeft het college van antwoord gediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van . Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 april 2005, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. M. Alta, gemachtigde, en het college, vertegenwoordigd door B. Kroese, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is verschenen de vereniging "It Fryske Gea", vertegenwoordigd door drs. H.J. de Vries, bijgestaan door mr. J. Veltman, advocaat te Groningen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het perceel is ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied-West" (hierna: het bestemmingsplan) bestemd voor "Agrarische bedrijfsdoeleinden".

   Ten tijde van het besluit van 5 september 2001 tot weigering van de op 22 november 2000 aangevraagde bouwvergunning voor een solitaire windturbine stond dat plan op onder meer gronden met deze bestemming de bouw van windturbines met een ashoogte tot 35 m toe en was in de planvoorschriften voorzien in de mogelijkheid vrijstelling te verlenen voor een ashoogte tot 40 m. Bij besluit van 22 januari 2001, in werking getreden op 26 januari 2001 heeft de raad van de gemeente Littenseradiel voor het buitengebied west een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van de WRO genomen. Bij besluit van 4 maart 2003 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân de op 2 september 2002 door de raad van de gemeente Littenseradiel vastgestelde "Voorschriften bestemmingsplan Buitengebied-West, partiële herziening windenergie" gedeeltelijk goedgekeurd. Ingevolge deze partiële herziening, die op 3 juni 2003 van kracht is geworden, is een windturbine op het onderhavige perceel niet toegestaan.

2.2.    Naar aanleiding van het tegen het besluit van 5 september 2001 gemaakte bezwaar heeft het college appellant in de gelegenheid gesteld zijn bouwplan aan te passen. Daartoe heeft appellant op 20 oktober 2003 een gewijzigde bouwtekening bij het college ingediend. Deze bouwtekening voorziet in een windturbine van een andere makelij met een ashoogte van 35 m. Het college heeft vervolgens bij de beslissing op bezwaar het besluit van 5 september 2001 herroepen en alsnog bouwvergunning verleend voor het aldus gewijzigde bouwplan.

2.3.    Appellant betoogt dat de rechtbank de wijziging van het bouwplan ten onrechte niet van ondergeschikte betekenis heeft geacht en het college derhalve, anders dan de rechtbank heeft overwogen, bij de beslissing op bezwaar het gewijzigde bouwplan terecht heeft getoetst aan het bestemmingsplan zoals dat gold voor de inwerkingtreding van de partiële herziening. Dat betoog faalt.

2.4.    Het verschil in hoogte is, ook afgezet tegen de oorspronkelijk beoogde ashoogte van 40 m, zodanig groot dat de windturbine in betekenende mate afwijkt van de turbine die bij de indiening van de bouwaanvraag was voorzien. Dat de lagere windturbine, naar de opvatting van appellant een geringere planologische uitstraling heeft, kan er niet aan afdoen dat de gedaantewijziging van dien aard is dat sprake is van een ander bouwplan. De rechtbank is, zij het op andere gronden, tot hetzelfde oordeel gekomen.

2.5.    Gelet op het voorgaande was voor toetsing van het gewijzigde bouwplan aan het bestemmingsplan "Buitengebied Littenseradiel West" zoals dat gold ten tijde van de indiening van de bouwaanvraag geen plaats. Hetgeen appellant overigens heeft aangevoerd behoeft derhalve geen bespreking meer.

2.6.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient met verbetering van gronden te worden bevestigd.

2.7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. R. van der Spoel, Leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Willems, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump    w.g. Willems

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2005

412.