Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT6984

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-06-2005
Datum publicatie
08-06-2005
Zaaknummer
200407391/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 juni 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda (hierna: het college) aan appellante bouwvergunning verleend voor het bouwen van 9 appartementen op het adres Doelen 80-82 te Breda (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200407391/1.

Datum uitspraak: 8 juni 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Princenhage Investments B.V., gevestigd te Prinsenbeek,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 22 juli 2004 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Breda.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 30 juni 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda (hierna: het college) aan appellante bouwvergunning verleend voor het bouwen van 9 appartementen op het adres Doelen 80-82 te Breda (hierna: het perceel).

Bij besluit van 29 september 2004 heeft het college de daartegen door [belanghebbenden] gemaakte bezwaren gegrond verklaard, het besluit van 30 juni 2003 herroepen en de bouwvergunning alsnog geweigerd.

Bij uitspraak van 22 juli 2004, verzonden op 26 juli 2004, heeft de rechtbank Breda (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 2 september 2004, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 22 september 2004 heeft [belanghebbende 1] een reactie ingediend.

Bij brief van 11 oktober 2004 heeft het college een memorie ingediend.

Bij brief van 18 oktober 2004 heeft [belanghebbende 2] een reactie ingediend.

Bij brief van 24 februari 2005 heeft appellante nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 maart 2005, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. R.Th.J. van 't Zelfde, advocaat te Breda, en [directeur], en het college, vertegenwoordigd door mr.drs. R.M.J.F. Meeuwis, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. [belanghebbenden] zijn met bericht niet verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het hoger beroep beperkt zich tot het oordeel van de rechtbank dat de voorgevelrooilijn op het perceel samenvalt met de voorgevel van de op te richten bebouwing.

2.2.    Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Princenhage" heeft het perceel de bestemmingen "Gemengde Doeleinden" en "Woondoeleinden".

   Ingevolge artikel 6, lid III, onder 1, van de planvoorschriften mogen op de als "Gemengde Doeleinden" aangewezen gronden gebouwen uitsluitend binnen de op de plankaart aangegeven bouwvlakken worden gebouwd dan wel in of achter de op de plankaart aangegeven bebouwingsgrenzen.

   Ingevolge lid III, onder 6, mag de bouwhoogte van gebouwen, gerekend vanaf 15 m na de voorgevelrooilijn, maximaal 3 m bedragen.

   Ingevolge artikel 1, onder 16, wordt onder voorgevelrooilijn verstaan:

a. Langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing:

- de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande hoofdgebouwen, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft;

- langs weggedeelten waaraan uitsluitend zijgevels zijn gelegen gelden de naar de weg gekeerde zijgevels als voorgevels;

b. langs een wegzijde, waarlangs geen bebouwing als onder a. bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd:

- bij een wegbreedte van ten minste 10 m de lijn gelegen op 15 m uit de as van de weg;

- bij een wegbreedte geringer dan 10 m, de lijn gelegen op 10 m uit de as van de weg.

2.3.    De rechtbank is terecht en op goede gronden tot het oordeel gekomen dat, gelet op artikel 1, onder 16, van de planvoorschriften en de ligging van de voorgevels van de bestaande hoofdgebouwen aan de Doelen de voorgevelrooilijn op het perceel samenvalt met de voorgevel van het op te richten bouwwerk zoals ingetekend op de bij het bouwplan behorende bouwtekeningen. De ligging van de voorgevels van de omliggende bestaande hoofdbebouwing is regelmatig. Enkel de te slopen bebouwing op het perceel wijkt af van de daarlangs denkbeeldig te trekken lijn. Het betoog dat de voorgevelrooilijn ruimschoots achter de op de plankaart aangegeven bebouwingsgrens ligt, faalt derhalve.

2.4.    Omdat het bouwwerk waar het bouwplan op ziet 8,8 m hoog is en een diepte van ongeveer 17,5 m heeft, is, zoals de rechtbank terecht heeft vastgesteld, het bouwplan aldus in strijd met het bestemmingsplan.

2.5.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Duursma, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump    w.g. Duursma

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2005

378.