Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT6542

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-05-2005
Datum publicatie
01-06-2005
Zaaknummer
200502059/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 3 juni 2004 heeft de gemeenteraad van Wieringen, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 mei 2004 en 1 juni 2004, het bestemmingsplan "Lutjestrand 2003" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200502059/2.

Datum uitspraak: 24 mei 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

het college van burgemeester en wethouders van Wieringen,

verzoeker,

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 3 juni 2004 heeft de gemeenteraad van Wieringen, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 mei 2004 en 1 juni 2004, het bestemmingsplan "Lutjestrand 2003" vastgesteld.

Verweerder heeft bij zijn besluit van 11 januari 2005, kenmerk 2004-28571, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 8 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op 10 maart 2005, beroep ingesteld.

Bij brief van 8 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op 10 maart 2005, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 mei 2005, waar verzoeker, vertegenwoordigd door mr. drs. P.J. Woudstra, mr. D.A. de Vries en drs. ing. G.J. van Deutekom de Lepper, ambtenaren van de gemeente, en verweerder, vertegenwoordigd door W.J. Ardewijn, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is de stichting Watersportcamping Lutjestrand, vertegenwoordigd door [gemachtigde] daar gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Met het bestemmingsplan wordt beoogd het Lutjestrand optimaal in te richten en de aanwezige recreatiemogelijkheden zoveel mogelijk te verbeteren en verder te ontwikkelen.

2.3.    Verzoeker verzoekt uit een oogpunt van rechtszekerheid bij wege van voorlopige voorziening om schorsing van het bestreden besluit, aangezien het besluit volgens hem onbevoegd is genomen doordat dit niet is vermeld op de besluitenlijst van 11 januari 2005.

Hij stelt verder dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft onthouden aan het plandeel met de bestemming "Dagrecreatieve doeleinden" wat betreft de gronden van de camping 't Lutjestrand. Hij verzoekt om schorsing van dit deel van het besluit.

2.4.    Vaststaat dat op de openbare besluitenlijst van de vergadering van gedeputeerde staten van Noord-Holland op 11 januari 2005 niet is vermeld dat is beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is naar het oordeel van de Voorzitter evenwel gebleken dat in de vergadering van 11 januari 2005 is beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan. Ter zitting is voorts door verweerder bevestigd dat daarbij overeenkomstig het bestreden besluit is besloten dat goedkeuring wordt onthouden aan het plan voorzover het de gronden van de camping 't Lutjestrand betreft en dat het plan voor het overige wordt goedgekeurd. Op het minute formulier is aangetekend dat de portefeuillehouder zou nagaan of de rode omlijning op de plankaart inderdaad de hele camping omvatte. Indien dit niet het geval was, diende deze overeenkomstig het besluit om goedkeuring te onthouden aan de gehele camping te worden aangepast. Om deze reden is het besluit volgens verweerder niet op de openbare besluitenlijst vermeld.

Gelet op het vorenstaande is de Voorzitter vooralsnog van oordeel dat het goedkeuringsbesluit in de vergadering van 11 januari 2005 bevoegd is genomen.

De Voorzitter heeft dan ook niet de verwachting dat het bestreden besluit in verband hiermee in de hoofdzaak niet in stand zal blijven.

2.5.    Voorzover het verzoek ziet op het plandeel waaraan goedkeuring is onthouden overweegt de Voorzitter dat het verzoek er toe strekt dat het bestemmingsplan op dit punt niettemin kan worden verwezenlijkt. Een voorlopige voorziening die dat mogelijk maakt is, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, te verstrekkend, aangezien ook de uitspraak van de Afdeling, gelet op de aard van de toetsing in de bodemprocedure, alleen dan zal strekken tot goedkeuring van het plandeel indien voor verweerder geen ruimte bestaat een andersluidende beslissing te nemen. Van een zodanige situatie is niet gebleken, noch van uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld dat het bestreden besluit evidente gebreken vertoont en bovendien zo urgente belangen in het geding zijn dat de procedure in de hoofdzaak in redelijkheid niet kan worden afgewacht.

2.6.    Het verzoek dient te worden afgewezen.

2.7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.D. van Onselen, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren    w.g. Van Onselen

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2005

178-409.