Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT5640

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-05-2005
Datum publicatie
18-05-2005
Zaaknummer
200502540/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 februari 2005, kenmerk SB/Mil/GvV/03/2024, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan de stichting "Stichting Kunstijsbaan Kennemerland" (hierna: vergunninghoudster) een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een kunstijsbaan, gelegen op het perceel IJsbaanlaan 2 te Haarlem, kadastraal bekend gemeente Haarlem, sectie G, nummer 3678. Dit besluit is op 10 februari 2005 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200502540/2.

Datum uitspraak: 10 mei 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 4 februari 2005, kenmerk SB/Mil/GvV/03/2024, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan de stichting "Stichting Kunstijsbaan Kennemerland" (hierna: vergunninghoudster) een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een kunstijsbaan, gelegen op het perceel IJsbaanlaan 2 te Haarlem, kadastraal bekend gemeente Haarlem, sectie G, nummer 3678. Dit besluit is op 10 februari 2005 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben onder meer verzoekers bij brief van 23 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op 24 maart 2005, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 24 maart 2005.

Bij brief van 23 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op 24 maart 2005, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 26 april 2005, waar verzoekers, van wie [gemachtigden] in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. G.N. van Vuure en H. Bosman, ambtenaren van de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is vergunninghoudster daar gehoord, vertegenwoordigd door mr. A.M. van de Laar, advocaat te Haarlem.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    De revisievergunning is mede aangevraagd in verband met de door vergunninghoudster geplande gedeeltelijke overkapping van de ijsbaan.

2.3.    Verzoekers vrezen geluidhinder vanwege de inrichting, mede als gevolg van een toename van de geluidreflectie van passerende treinen.

2.3.1.    Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting worden de bouwwerkzaamheden ten behoeve van de overkapping uitgevoerd na afloop van het schaatsseizoen 2005-2006, namelijk tussen april en september 2006. De blijkens het dictum van het bestreden besluit aan de vergunning verbonden geluidvoorschriften treden op 1 oktober 2006 in werking, tot welk moment de geluidvoorschriften verbonden aan de vergunning van 10 juli 1996 van kracht blijven. Het is vergunninghoudster tot 1 oktober 2006 derhalve niet toegestaan om meer geluid te produceren dan zij op grond van de vergunning van 10 juli 1996 mag. De Voorzitter gaat ervan uit dat vóór april 2006 een uitspraak in de bodemprocedure mag worden verwacht. Voor geluidhinder als gevolg van de vergunde overkapping vooraleer op het beroep is beslist, hoeft derhalve niet te worden gevreesd.

   Gelet op het vorenstaande ontbreekt een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.

2.4.    De Voorzitter wijst het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.

2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.C. Rijntjes-Lindhout, ambtenaar van Staat.

w.g. Hirsch Ballin    w.g. Rijntjes-Lindhout

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 mei 2005

194-442.