Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT5354

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-05-2005
Datum publicatie
11-05-2005
Zaaknummer
200408091/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 juni 2003 heeft appellant (hierna: de burgemeester) de tijdelijke algehele sluiting bevolen van het door [wederpartij] geëxploiteerde [horecabedrijf] aan de [locatie] te [plaats] voor de duur van één week.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 8:69
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JB 2005/190
Gst. 2005, 195 met annotatie van K. Albers

Uitspraak

200408091/1.

Datum uitspraak: 11 mei 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de burgemeester van 's-Hertogenbosch,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 19 augustus 2004 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te [woonplaats]

en

appellant.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 11 juni 2003 heeft appellant (hierna: de burgemeester) de tijdelijke algehele sluiting bevolen van het door [wederpartij] geëxploiteerde [horecabedrijf] aan de [locatie] te [plaats] voor de duur van één week.

Bij besluit van 23 september 2003 heeft de burgemeester het daartegen door [wederpartij] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 19 augustus 2004, verzonden op 24 augustus 2004, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen door [wederpartij] ingestelde beroep gegrond verklaard en de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de burgemeester bij brief van 30 september 2004, bij de Raad van State ingekomen op 1 oktober 2004, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 28 oktober 2004. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 25 november 2004 heeft [wederpartij] van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 maart 2005, waar de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. J.J.H. van Goch, ambtenaar van de gemeente, en [wederpartij] in persoon, bijgestaan door mr. M.F.J. Martens, advocaat te Rosmalen, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het hoger beroep van de burgemeester is gericht tegen de overwegingen van de rechtbank die betrekking hebben op de vraag of de opgelegde maatregel onevenredig is in de zin van artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat het besluit van 23 september 2003 in strijd is met de artikelen 7:12, eerste lid, en 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Zij heeft dit besluit om die reden, onder gegrond verklaring van het daartegen ingestelde beroep, vernietigd.

2.2.    De Afdeling overweegt ambtshalve dat in het beroep in eerste aanleg niet is aangevoerd dat de sluiting of de duur van de sluiting van het horecabedrijf onevenredig is in verhouding tot het doel van het sluitingsbevel. In dat beroep zijn alleen gronden aangevoerd die betrekking hebben op de vaststelling van de feiten, de gevolgde procedure bij de voorbereiding van het sluitingsbevel en de termijn tussen het besluit en de sluiting. [wederpartij] heeft over de opgelegde maatregel zelf niet geklaagd. Daargelaten of het oordeel van de rechtbank dat het sluitingsbevel een punitief karakter heeft, juist is, moet worden geoordeeld dat de rechtbank door te beoordelen of het sluitingsbevel onevenredig is, in strijd met artikel 8:69, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is getreden buiten de omvang van het geschil, zoals dat door [wederpartij] aan de orde was gesteld.

2.3.    Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het hoger beroep gegrond is en dat de aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Nu de rechtbank in de aangevallen uitspraak terecht tot de conclusie is gekomen dat de door [wederpartij] in haar beroep aangevoerde gronden niet slagen, zal de Afdeling, doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, het inleidende beroep alsnog ongegrond verklaren.

2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    verklaart het hoger beroep gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 19 augustus 2004, AWB 03/3036;

III.    verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, Voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. W.D.M. van Diepenbeek, Leden, in tegenwoordigheid van mr. Y.C. Visser, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Dijk    w.g. Visser

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2005

148.