Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT5126

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-05-2005
Datum publicatie
04-05-2005
Zaaknummer
200407067/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 mei 2002 heeft appellant (hierna: het dagelijks bestuur) aan de rechtsvoorgangster van de besloten vennootschap "Explore Vision Group B.V." (hierna: de Explore Vision Group) medegedeeld dat het bouwplan voor een informatiepaneel op basis van LED-technologie (hierna: het informatiepaneel) aan de gevel van het pand [locatie] te Amsterdam, ter vervanging van een neonreclamebord, in strijd is met redelijke eisen van welstand en daarom niet mag worden uitgevoerd. Bij besluit van 28 juni 2002 heeft het dagelijks bestuur voorts de Explore Vision Group gelast geen aanvang te maken met de werkzaamheden en medegedeeld dat bestuursdwang zal worden toegepast indien aan de last geen gevolg wordt gegeven.

Bij besluiten van 5 november 2002 heeft het dagelijks bestuur de door de rechtsvoorgangster van de Explore Vision Group tegen de besluiten van 13 mei 2002 en 28 juni 2002 gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200407067/1.

Datum uitspraak: 4 mei 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum van de gemeente Amsterdam,

appellant,

 

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 juli 2004 in het geding tussen:

de besloten vennootschap Explore Vision Group B.V., gevestigd te Amsterdam

en

het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum van de gemeente Amsterdam.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 13 mei 2002 heeft appellant (hierna: het dagelijks bestuur) aan de rechtsvoorgangster van de besloten vennootschap "Explore Vision Group B.V." (hierna: de Explore Vision Group) medegedeeld dat het bouwplan voor een informatiepaneel op basis van LED-technologie (hierna: het informatiepaneel) aan de gevel van het pand [locatie] te Amsterdam, ter vervanging van een neonreclamebord, in strijd is met redelijke eisen van welstand en daarom niet mag worden uitgevoerd. Bij besluit van 28 juni 2002 heeft het dagelijks bestuur voorts de Explore Vision Group gelast geen aanvang te maken met de werkzaamheden en medegedeeld dat bestuursdwang zal worden toegepast indien aan de last geen gevolg wordt gegeven.

Bij besluiten van 5 november 2002 heeft het dagelijks bestuur de door de rechtsvoorgangster van de Explore Vision Group tegen de besluiten van 13 mei 2002 en 28 juni 2002 gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 13 juli 2004, verzonden op 14 juli 2004, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank), voorzover thans van belang, het daartegen door de Explore Vision Group ingestelde beroep gegrond verklaard en die besluiten vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het dagelijks bestuur bij brief van 20 augustus 2004, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 14 december 2004 heeft de Explore Vision Group van antwoord gediend.

Bij brieven van 1 en 2 maart 2005 zijn nadere stukken ontvangen van de Explore Vision Group. Deze zijn aan het dagelijks bestuur toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 maart 2005, waar het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door drs. B.W. Kemper, ambtenaar bij het stadsdeel, en de Explore Vision Group, vertegenwoordigd door mr. drs. K.D. Meersma, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het dagelijks bestuur betoogt, samengevat weergegeven, dat de rechtbank heeft miskend dat naar aanleiding van de melding van 25 februari 2002 van het voornemen om het voorziene informatiepaneel te bouwen geen fictieve akkoordverklaring is ontstaan, omdat gelet op aard en  omvang van dit informatiepaneel er voor de Explore Vision Group redelijkerwijs geen twijfel aan kon bestaan dat een bouwvergunning was vereist.  

2.2.    De melding heeft betrekking op een informatiepaneel op basis van LED-technologie dat zal bestaan uit een hoofdscherm, twee mededelingenborden en een logoscherm. De totale oppervlakte van het informatiepaneel bedraagt 114.75 m². Het paneel heeft een gewicht van circa 8000 kg.

2.3.    Ingevolge artikel 40, eerste lid, van de Woningwet (oud), voorzover thans van belang, is het verboden te bouwen zonder een vergunning van burgemeester en wethouders.

   Ingevolge artikel 42, eerste lid, van de Woningwet (oud), is in afwijking van artikel 40, eerste lid, geen bouwvergunning vereist voor het bouwen van bij het Besluit meldingplichtige bouwwerken aangegeven bouwwerken, mits:

a.    het voornemen tot het bouwen van een dergelijk bouwwerk schriftelijk, overeenkomstig de ingevolge artikel 8, vierde lid, gegeven voorschriften, bij burgemeester en wethouders is gemeld en

b.    voorzover het derde of vierde lid niet van toepassing is, burgemeester en wethouders binnen vijf weken na de dag waarop zij de melding hebben ontvangen aan de melder hebben medegedeeld dat het gemelde bouwwerk een bouwwerk is als bedoeld in het Besluit meldingplichtige bouwwerken en dat, voor zover van toepassing, dat bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand als bedoeld in artikel 12, eerste lid, dan wel die mededeling ingevolge het zesde lid van rechtswege is gedaan.

   Ingevolge artikel 42, zesde lid, van Woningwet (oud) is de mededeling als bedoeld in het eerste lid, onder b, van rechtswege gedaan ingeval burgemeester en wethouders binnen de daar genoemde termijn geen mededeling aan de melder hebben gedaan, tenzij burgemeester en wethouders binnen die termijn aan de melder hebben medegedeeld dat voor het gemelde bouwwerk een bouwvergunning is vereist.

2.4.    Zoals de Afdeling eerder heeft geoordeeld in haar uitspraak van 4 juli 1995 inzake H01.94.0107 (AB 1995/530, JB 1995/226, BR 1995/765, Gst. 1995, 7017, nr. 7), kan een zogenoemde fictieve akkoordverklaring in de zin van artikel 42, zesde lid, van de Woningwet ook ontstaan, indien de melding geen bouwwerk betreft als bedoeld in het Besluit meldingplichtige bouwwerken. Dit kan anders komen te liggen in gevallen waarin er voor de melder van een bouwwerk, met name gelet op de aard en de omvang daarvan, redelijkerwijs geen twijfel aan kan bestaan dat het een bouwwerk betreft waarvoor een bouwvergunning is vereist.

2.5.    Naar ter zitting niet is bestreden, heeft de Explore Vision Group voor het indienen van de melding gesprekken gevoerd met het dagelijks bestuur waarbij de aard en de omvang van het voorziene informatiepaneel is besproken. Na die gesprekken is door het dagelijks bestuur aan de Explore Vision Group een meldingsformulier bouwvoornemen gestuurd voor het indienen van de melding. Onder deze omstandigheden kan niet worden staande gehouden dat er voor de Explore Vision Group bij het indienen van de melding redelijkerwijs geen twijfel aan kon bestaan dat een bouwvergunning is vereist. Dat het dagelijks bestuur bij brief van 10 januari 2002 de Explore Vision Group heeft medegedeeld dat een informatiepaneel op basis van LED-technologie op grond van de reclamerichtlijnen niet is toegestaan, betekent niet dat de Explore Vision Group daaruit moest afleiden dat voor het paneel een bouwvergunning is vereist. Omstandigheden die zich eventueel na de melding hebben voorgedaan, anders dan een mededeling als bedoeld in artikel 42, zesde lid, van de Woningwet (oud), dienen in dit verband buiten beschouwing te blijven. De rechtbank is terecht tot het oordeel gekomen dat in het onderhavige geval naar aanleiding van de melding een fictieve akkoordverklaring is ontstaan.  

2.6.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7.    Het dagelijks bestuur dient op hierna vermelde wijze te worden veroordeeld in de proceskosten.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    bevestigt de aangevallen uitspraak;

II.    veroordeelt het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum van de gemeente Amsterdam tot vergoeding van bij de Explore Vision Group B.V. in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Amsterdam (stadsdeel Amsterdam-Centrum) aan de Explore Vision Group B.V. te worden betaald.

Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, Voorzitter, en mr. J.A.M. van Angeren en mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Dijk    w.g. Schortinghuis

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2005

66-430.