Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT5114

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-04-2005
Datum publicatie
04-05-2005
Zaaknummer
200502033/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 januari 2005 heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghouder] een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een kaas- en klompenmakerij op het perceel [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente Amstelveen, sectie […], nummer […]. Dit besluit is op 31 januari 2005 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200502033/2.

Datum uitspraak: 29 april 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 25 januari 2005 heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghouder] een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een kaas- en klompenmakerij op het perceel [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente Amstelveen, sectie […], nummer […]. Dit besluit is op 31 januari 2005 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 8 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op 9 maart 2005, beroep ingesteld.

Bij brief van 8 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 april 2005, waar verzoekers, waarvan [gemachtigden] in persoon, bij monde van mr. drs. T.L. Fernig, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. A.J. Tielbeke en ing. A.M. Hofstee, ambtenaren van de gemeente, zijn verschenen.

Verder is vergunninghouder, vertegenwoordigd door mr. P.M. Waszink, advocaat te Amsterdam, daar gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    De gronden van verzoekers zien op geluidoverlast van touringcars en het komen en gaan van bezoekers, strijd met het Besluit luchtkwaliteit en visuele hinder.

2.2.1.    Bij besluit van 2 november 1993 is voor de inrichting een oprichtingsvergunning krachtens de Hinderwet verleend. Dit besluit is bij uitspraak van 30 december 1994, in zaak no. G05.93.3131, door de Afdeling gedeeltelijk vernietigd. Onweersproken is dat als gevolg van deze uitspraak voor de inrichting op basis van de geldende vergunning geen geluidgrenswaarden gelden en het aantal touringcars en personenauto's dat de inrichting bezoekt niet is beperkt.

   Met de bij het thans bestreden besluit verleende vergunning worden de volgende wijzigingen ten opzichte van de geldende vergunning mogelijk gemaakt: een nieuwe stal voor 34 runderen, verplaatsing van de opslag voor hooi en stro, nieuwe toiletgebouwen voor de toeristen, uitbreiding van het pand aan de zijkant van de woning met een schuur en een nieuwe aanlegsteiger in de Amstel.

2.2.2.    In hetgeen verzoekers hebben aangevoerd betreffende geluidoverlast en het Besluit luchtkwaliteit, ziet de Voorzitter, mede gelet op het vorenstaande, geen aanleiding voor het in afwachting van de behandeling van de hoofdzaak treffen van een voorlopige voorziening. Met de bij het bestreden besluit verleende vergunning treedt, nu daaraan wel geluidgrenswaarden zijn verbonden, wat daarvan ook zij, geen verslechtering op. Hiermee is tevens - indirect - ten opzichte van de geldende vergunning het aantal touringcars en personenauto's dat de inrichting bezoekt en op het terrein van de inrichting wordt geparkeerd, beperkt.

   Verder ziet de Voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat zich, wat het in voorschrift 4.1.9 voorgeschreven geluidscherm betreft, niet zodanige visuele hinder voordoet, dat dit zou moeten leiden tot het weigeren van de vergunning of het stellen van nadere voorschriften.

2.3.    Gelet op het vorenstaande, ziet de Voorzitter aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.A. de Vink, ambtenaar van Staat.

w.g. Hammerstein-Schoonderwoerd    w.g. De Vink

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2005

154.