Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT3747

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-04-2005
Datum publicatie
13-04-2005
Zaaknummer
200407593/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 februari 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eibergen (thans Berkelland, hierna: het college) onder voorwaarden vergunning verleend voor het oprichten van een sporthal op het perceel, kadastraal bekend gemeente Eibergen EBG02, sectie M, nummer 00656, plaatselijk bekend Panovenweg 16 te Rekken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200407593/1.

Datum uitspraak: 13 april 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 3 augustus 2004 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Eibergen (thans Berkelland).

1.    Procesverloop

Bij besluit van 25 februari 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eibergen (thans Berkelland, hierna: het college) onder voorwaarden vergunning verleend voor het oprichten van een sporthal op het perceel, kadastraal bekend gemeente Eibergen EBG02, sectie M, nummer 00656, plaatselijk bekend Panovenweg 16 te Rekken.

Bij besluit van 22 juli 2003 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 3 augustus 2004, verzonden op 4 augustus 2004, heeft de rechtbank Zutphen (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 10 september 2004, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 7 december 2004, ontvangen op dezelfde dag heeft vergunninghoudster, de Stichting Rentray (hierna: Rentray) een nadere memorie ingediend.

Bij brief van 7 december 2004, ontvangen op 8 december 2004, heeft het college gereageerd.

Bij brief van 14 februari 2005 heeft appellant nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 februari 2005, waar appellant in persoon, bijgestaan door mr. M. Alta, gemachtigde, en het college, vertegenwoordigd door J.P.M. Franck, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar Rentray gehoord, vertegenwoordigd door

mr. F.B.M. van Aanhold, advocaat te Zutphen, en, [locatiemanager] van Rentray.

2.    Overwegingen

2.1.    Appellant exploiteert een veehouderij aan de [locatie] te [plaats], nabij de op te richten sporthal. Hij kan zich niet verenigen met het oordeel van de rechtbank, dat het college bij het bestreden besluit de vergunning voor de bouw van de sporthal terecht heeft gehandhaafd. De sporthal dient ter vervanging van een gebouw dat op dezelfde plaats stond en op 26 januari 2002 is afgebrand. Appellant voert aan, dat het gebruik dat van de sporthal zal worden gemaakt, wezenlijk afwijkt van het gebruik, dat ten tijde van het van kracht worden van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied" op 10 februari 1998 werd gemaakt van het afgebrande gebouw.

2.2.    Op de gronden, waarop de sporthal is voorzien, rust ingevolge het bestemmingsplan de bestemming "bijzondere instelling". Op grond van het daarop betrekking hebbende artikel 15, eerste lid, van de planvoorschriften, zijn deze gronden bestemd voor gebruik ten behoeve van de Van Ouwenallervereniging (sociaal maatschappelijke hulpverlening), een en ander met bijbehorende bebouwing en voorzieningen.

   Ingevolge artikel 15, tweede lid, onder 1c, is ter plaatse bebouwing ten behoeve van sportvoorzieningen zoals een zwembad en een sporthal toegestaan.

2.3.       Het betoog van appellant slaagt niet. De voorziene sporthal is bestemd voor een vorm van maatschappelijke hulpverlening zoals door de Van Ouwenallervereniging wordt verleend. Rentray is eigenaar van het gebouw en bezigt het voor sportdoeleinden ten behoeve van onder haar hoede staande jongeren. Deze jongeren kunnen zowel krachtens een burgerrechtelijke maatregel van kinderbescherming als krachtens een beslissing van de strafrechter in de inrichting zijn geplaatst. Daarbij kunnen zij in een open of gesloten groep zitten. De opvang van de betrokken jongeren is geen andere dan voorheen - en vanaf 1978 door Rentray - werd geboden. De gronden waarop de sporthal is geprojecteerd alsmede de sporthal zelf worden dus gebruikt op een wijze die in artikel 15 van de planvoorschriften is voorzien. De bouw van de sporthal is daarom niet in strijd met het bestemmingsplan. Dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Zutphen in een uitspraak van 12 juli 2002 - ten aanzien van een eerder bouwplan van Rentray voor de oprichting van een sporthal op een andere locatie, gelegen op ongeveer 150 meter van het bedrijf van appellant - heeft geoordeeld dat sprake was van strijd met de bestemming, kan aan deze conclusie niet afdoen en vormt daarom geen grond om, in strijd met artikel 44, eerste lid, van de Woningwet, bouwvergunning te weigeren voor het bouwplan dat thans in geding is. De aangevallen uitspraak  dient, onder verbetering van de gronden waarop zij rust, te worden bevestigd.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Voorzitter, en mr. J.A.M. van Angeren en mr. S.F.M. Wortmann, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump    w.g. Schortinghuis

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 april 2005

66.