Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT2789

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-03-2005
Datum publicatie
30-03-2005
Zaaknummer
200410531/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 april 2004 heeft de gemeenteraad van Sint-Oedenrode, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 april 2004, het bestemmingsplan "Buitengebied 1997, 1e partiële herziening (locatie […])" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200410531/2.

Datum uitspraak: 24 maart 2005.

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 29 april 2004 heeft de gemeenteraad van Sint-Oedenrode, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 april 2004, het bestemmingsplan "Buitengebied 1997, 1e partiële herziening (locatie […])" vastgesteld.

Verweerder heeft bij zijn besluit van 23 november 2004, no. 1000095, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.

Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 24 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op 29 december 2004, beroep ingesteld.

Bij brief van 24 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op 29 december 2004, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 4 maart 2005, waar verzoekers, bijgestaan door [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door H.A.J. van Hout, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.

Voorts zijn de gemeenteraad, vertegenwoordigd door C.G.A. van Rossum en R.W.M. van den Broek, ambtenaren van de gemeente, en [partij], bijgestaan door mr. A.P. Cornelissen, advocaat te Middelharnis, daar gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Het plangebied bestaat uit een perceel van [partij]. Tot voor kort was er een agrarisch bedrijf gevestigd. Het plan voorziet ter plaatse in de bouw van vier burgerwoningen in het buitengebied op basis van de zogenoemde ruimte-voor-ruimte regeling en een burgerwoonbestemming voor een agrarische bedrijfswoning.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het plan goedgekeurd.

2.3.    Verzoekers stellen dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plan en verzoeken schorsing van het goedkeuringsbesluit. Zij stellen dat de ontwikkelingsmogelijkheden van hun melkveebedrijf, dat in de nabijheid van het plangebied ligt, zullen worden beperkt als gevolg van het plan. Zij voeren onder meer aan dat ten onrechte omgevingscategorie II wordt gehanteerd en dat voor het bepalen van de stankcirkel van het melkveebedrijf wordt uitgegaan van een verkeerd emissiepunt.

Voorts stellen zij dat de ruimte-voor-ruimte regeling hier niet mag worden toegepast en dat het advies van de Provinciale Planologische Commissie op dit punt zonder deugdelijke motivering niet wordt gevolgd.

2.4.    Verweerder heeft geen reden gezien het plandeel in strijd met een goede ruimtelijke ordening te achten en heeft het goedgekeurd.

2.5.    In het streekplan Brabant in Balans zijn de voorwaarden voor toepassing van de ruimte-voor-ruimte regeling beschreven. Een van deze voorwaarden is dat de bouw van woningen uitsluitend binnen de bebouwde kom mag plaatsvinden dan wel binnen een kernrandzone of een bebouwingscluster en bovendien zoveel mogelijk dient aan te sluiten op de bestaande bebouwing. Een kernrandzone is in het streekplan omschreven als een gedeelte van het buitengebied dat grenst aan de bebouwde kom, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar.

Het plangebied ligt op een afstand van ruim honderd meter van de kern Olland. De Voorzitter is er, gelet op de beperkte grootte van de kern Olland en gelet op het feit dat er slechts weinig bebouwing staat tussen deze kern en het plangebied, op voorhand niet van overtuigd dat de Afdeling in de bodemzaak zal oordelen dat het hier een kernrandzone betreft.

Voorts is, gelet op de aard van de omgeving en het feit dat deze blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting in het verleden is aangemerkt als omgevingscategorie III, bij de Voorzitter twijfel blijven bestaan over de vraag of verweerder van de juiste omgevingscategorie is uitgegaan.

2.6.    Gelet op al het voorgaande is de Voorzitter er voorshands niet van overtuigd dat het bestreden besluit in de bodemprocedure in stand zal blijven. In verband hiermee acht hij termen aanwezig de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

Gelet op de belangen van [partij] ziet de Voorzitter voorts aanleiding een spoedige behandeling van de hoofdzaak te bevorderen.

2.7.    Verweerder dient op na te melden wijze te worden veroordeeld in de proceskosten.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 23 november 2004, 1000095;

II.    veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant tot vergoeding van bij verzoekers in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 59,51; het dient door de provincie Noord-Brabant aan verzoekers onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

III.    gelast dat de provincie Noord-Brabant aan verzoekers het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 136,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van Staat.

w.g. Dolman    w.g. Klein

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2005.

176-448.