Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT1986

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-03-2005
Datum publicatie
23-03-2005
Zaaknummer
200405000/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 juni 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hunsel (hierna: het college) de Sleestraat, de Europastraat, en de Krolleveldweg te Hunsel afgesloten voor gemotoriseerd verkeer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200405000/1.

Datum uitspraak: 23 maart 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de vereniging "Industriële vereniging Ittervoort", gevestigd te Hunsel,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 12 mei 2004 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Hunsel.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 5 juni 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hunsel (hierna: het college) de Sleestraat, de Europastraat, en de Krolleveldweg te Hunsel afgesloten voor gemotoriseerd verkeer.

Bij besluit van 8 mei 2003 heeft het college het daartegen door [partij] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk, de door [partijen] ingediende bezwaren gegrond verklaard, en het besluit van 5 juni 2002 herroepen.

Bij uitspraak van 12 mei 2004, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Roermond (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 17 juni 2004, bij de Raad van State ingekomen op 18 juni 2004, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 13 juli 2004. Deze brieven zijn aangehecht.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 januari 2004, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. A.L. Stegeman, advocaat te Roermond en [bestuurslid], zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    De rechtbank is op goede gronden tot het juiste oordeel gekomen dat, nu appellante niet zo spoedig mogelijk als dit redelijkerwijs kon worden verlangd, na het tijdstip waarvan vast staat dat zij kennis droeg van het in geding zijnde besluit, bezwaar heeft gemaakt, geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding, zodat dit bezwaar niet-ontvankelijk is. Eveneens juist is het oordeel van de rechtbank dat daaraan niet kan afdoen dat partijen onderling hadden afgesproken, dat voor appellante na toezending van het besluit een nieuwe beroepstermijn zou gaan lopen.

2.2.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.Z.C. Koutstaal, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink    w.g. Koutstaal

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 maart 2005

383.