Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AT0592

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-03-2005
Datum publicatie
16-03-2005
Zaaknummer
200406841/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 juli 2003 heeft de gemeenteraad van Beesel (hierna: de gemeenteraad) verklaard dat een wijziging wordt voorbereid van het bestemmingsplan "Algemeen bestemmingsplan Beesel 1972", met name het perceel kadastraal bekend gemeente Beesel, sectie K, nummer 1875, plaatselijk bekend Welkensvenweg te Reuver, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarwerkte situatieschets.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200406841/1.

Datum uitspraak: 16 maart 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 23 juni 2004 in het geding tussen:

appellante

en

de gemeenteraad van Beesel.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 14 juli 2003 heeft de gemeenteraad van Beesel (hierna: de gemeenteraad) verklaard dat een wijziging wordt voorbereid van het bestemmingsplan "Algemeen bestemmingsplan Beesel 1972", met name het perceel kadastraal bekend gemeente Beesel, sectie K, nummer 1875, plaatselijk bekend Welkensvenweg te Reuver, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarwerkte situatieschets.

Bij besluit van 17 november 2003 heeft de gemeenteraad het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 23 juni 2004, verzonden op 1 juli 2004, heeft de rechtbank Roermond (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 10 augustus 2004, bij de Raad van State ingekomen op 11 augustus 2004, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 15 oktober 2003 (lees: 2004) heeft de gemeenteraad van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 januari 2005, waar appellante, vertegenwoordigd door ing. H.C. Neelen, gemachtigde, en de gemeenteraad, vertegenwoordigd door F.M.A.M. Tegels en ing. R.M.M. Lange, ambtenaren van de gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het besluit van 14 juli 2003 houdt verband met de voorgenomen verplaatsing van de tennisclub Bosdael naar de onderhavige locatie.

2.2.    Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO), voor zover van belang, kan de gemeenteraad verklaren, dat een bestemmingsplan wordt voorbereid. Ingevolge het vierde lid vervalt een besluit als bedoeld in het eerste lid, indien niet binnen één jaar na de datum van inwerkingtreding daarvan het ontwerp van een plan ter inzage is gelegd.

2.3.    Vast is komen te staan dat binnen de periode van één jaar na 24 juli 2003, de datum waarop het voorbereidingsbesluit in werking is getreden, geen ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd, zodat het thans bestreden voorbereidingsbesluit ingevolge het bepaalde in artikel 21, vierde lid, van de WRO is vervallen op 24 juli 2004.

Voorts staat vast dat niet op basis van het in geding zijnde voorbereidingsbesluit toepassing is gegeven aan artikel 19, eerste en vierde lid, van de WRO.

Appellante heeft tegen het door de gemeenteraad op 19 juli 2004 genomen voorbereidingsbesluit, welk besluit op 21 juli 2004 bekend is gemaakt, een bezwaarschrift ingediend. Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting ziet dit laatste voorbereidingsbesluit op dezelfde locatie en is dit besluit genomen ten behoeve van dezelfde planologische ontwikkeling.

Het bezwaar is door de gemeenteraad bij besluit van 22 november 2004, verzonden op 24 november 2004, ongegrond verklaard, waarbij het besluit van 19 juli 2004 is gehandhaafd. Hiertegen is geen rechtsmiddel aangewend.

Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat appellant geen belang meer heeft bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de in dit geding aan de orde zijnde beslissing op bezwaar van 17 november 2003.

De omstandigheid dat het college bij besluit van 6 september 2004 vrijstelling op basis van artikel 19, eerste en vierde lid, van de WRO en bouwvergunning heeft verleend voor het tenniscomplex, levert geen grond op voor het oordeel dat appellant belang heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit, aangezien aan deze vrijstelling het inmiddels onherroepelijke voorbereidingsbesluit van 19 juli 2004 ten grondslag is gelegd.

2.4.    Het hoger beroep is dan ook niet-ontvankelijk.

2.5.    Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.M. van Angeren, Voorzitter, en mr. P.J.J. van Buuren en mr. B.J. van Ettekoven, Leden, in tegenwoordigheid van mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Angeren    w.g. Steinebach-de Wit

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2005

328.