Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AS9243

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-03-2005
Datum publicatie
09-03-2005
Zaaknummer
200409879/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 maart 2004 heeft de gemeenteraad van Hengelo het bestemmingsplan "HOV doorstroomas Vossenbelt" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200409879/2.

Datum uitspraak: 1 maart 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de stichting "Stichting (h)Eerlijk Hengelo", gevestigd te Hengelo,

verzoekster,

en

het college van gedeputeerde staten van Overijssel,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 9 maart 2004 heeft de gemeenteraad van Hengelo het bestemmingsplan "HOV doorstroomas Vossenbelt" vastgesteld.

Bij besluit van 5 oktober 2004, kenmerk RWB/2004/1097 heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 6 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op 7 december 2004, beroep ingesteld.

Bij deze brief heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 februari 2005, waar verzoekster, vertegenwoordigd door ing. W. van Wensveen en drs. P.J.P. Koch, gemachtigden, en verweerder, vertegenwoordigd door O. Westra, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is de gemeenteraad van Hengelo, vertegenwoordigd door drs. G. Dijkhuis, ambtenaar van de gemeente, daar gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Het plan beoogt de aanleg mogelijk te maken van een zogenoemde Hoogwaardig Openbaar Vervoer-baan van de woonwijk Vossenbelt naar het station van Hengelo. Verweerder heeft goedkeuring aan het plan verleend.

2.3.    Verzoekster kan zich niet met de door verweerder verleende goedkeuring verenigen. Zij voert met name bezwaren aan tegen de door het plan mogelijk gemaakte verbreding van de Kopenhagenstraat en de verhoging van de maximumsnelheid ter plaatse, welke volgens haar onder meer tot geluidoverlast en verkeersonveilige situaties zullen leiden. Daarnaast voert verzoekster bezwaren aan tegen het verloop van het tracé en de wijze waarop de keuze daarvoor tot stand is gekomen.

2.4.    Verzoekster heeft ter toelichting van haar verzoek verwezen naar het door haar ingediende beroepschrift, waarin zij een groot aantal bezwaren uit tegen het plan, het goedkeuringsbesluit van verweerder en de gevolgde procedure. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat de bezwaren van verzoekster weliswaar niet allemaal rechtstreeks verband houden met de wijzigingen aan de Kopenhagenstraat, maar dat zij daartoe wel zijn te herleiden. De Voorzitter beperkt zich in het kader van deze procedure dan ook tot de bezwaren die rechtstreeks verband houden met de wijzigingen aan de Kopenhagenstraat.

   De bezwaren gericht tegen het verhogen van de maximumsnelheid op de Kopenhagenstraat kunnen in deze procedure niet aan de orde komen, nu niet het bestemmingsplan maar het verkeersbesluit daarvoor de basis vormt. Ter zitting is overigens gebleken dat verzoekster tegen het afwijzen van haar bezwaren tegen dit verkeersbesluit beroep heeft aangetekend.

Wat betreft de door het plan mogelijk gemaakte verbreding van de Kopenhagenstraat, is ter zitting gebleken dat nog onzeker is of deze zal worden uitgevoerd. Op aandringen van verzoekster worden, alvorens daartoe te beslissen, de uitkomsten van een proef afgewacht die erop is gericht te bezien of verbreding achterwege kan blijven. Indien niettemin tot verbreding wordt besloten, zal uitvoering daarvan niet eerder dan medio 2006 haar beslag krijgen. Gelet hierop ontbreekt het voor het treffen van een voorlopige voorziening vereiste spoedeisende belang en dient het verzoek te worden afgewezen.

2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.C. Rop, ambtenaar van Staat.

w.g. Dolman    w.g. Rop

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2005

417.