Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AS8441

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-02-2005
Datum publicatie
02-03-2005
Zaaknummer
200501296/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 februari 2005 heeft verweerder (hierna: het stembureau), voorzover thans van belang, de opgaven tot kandidaatstelling van [kandidaat sub 1] en [kandidaat sub 2] geldig verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200501296/1.

Datum uitspraak: 25 februari 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het stembureau van het Hoogheemraadschap van Rijnland,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 7 februari 2005 heeft verweerder (hierna: het stembureau), voorzover thans van belang, de opgaven tot kandidaatstelling van [kandidaat sub 1] en [kandidaat sub 2] geldig verklaard.

Tegen dit besluit heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 februari 2005, beroep ingesteld.

Bij brief van 16 februari 2005 heeft het stembureau een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 februari 2005 waar het stembureau, vertegenwoordigd door mr. E.J. Daalder, advocaat te Den Haag, is verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Appellant betoogt dat - zakelijk weergegeven - het stembureau de opgaven tot kandidaatstelling van [kandidaat sub 1] en [kandidaat sub 2] ten onrechte geldig heeft verklaard, omdat uit de uitspraak van de Afdeling van 10 november 2004 volgt dat de nieuwe verkiezingen die door het Hoogheemraadschap van Rijnland gehouden dienen te worden voor hen zonder gevolgen moeten blijven. Nu zij derhalve rechtsgeldig zijn verkozen en door het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap van Rijnland onherroepelijk zijn toegelaten, kunnen zij geen kandidaat meer zijn bij de nieuwe verkiezingen, aldus appellant.

2.2.    Dit betoog faalt. De Afdeling heeft in de uitspraak van 10 november 2004 zaak no. 200408810/1 verstaan dat in het Kiesdistrict Noord voor de categorie gebouwd nieuwe verkiezingen zullen worden gehouden en dat daarbij de kandidaatstelling, bedoeld in hoofdstuk 4 en 5 van het Rijnlands Kiesreglement (hierna: het Reglement), opnieuw wordt doorlopen. Van rechtsgeldige verkiezing en onherroepelijke toelating van voornoemde personen is dan ook nog geen sprake. Gelet hierop, dienen [kandidaat sub 1] en [kandidaat sub 2] aan de nieuw te houden verkiezingen deel te nemen, hetgeen slechts mogelijk is als zij op de kandidatenlijst voor die verkiezingen zijn opgenomen. De uitspraak van de Afdeling van 10 november 2004 dient aldus te worden verstaan, dat, indien de uitkomst van deze verkiezingen mocht zijn dat [kandidaat sub 1] en [kandidaat sub 2] op grond van de stemmen die zij dan behalen niet gekozen zijn, zij desalniettemin gekozen verklaard blijven en, mits alsdan aan de door de wet en het Reglement gestelde vereisten wordt voldaan, tot het algemeen bestuur kunnen worden toegelaten.

2.3.    Het beroep is ongegrond.

2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Voorzitter, en mr. M. Vlasblom en mr. H.G. Lubberdink, Leden, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb    w.g. Van Loon

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2005

284-435.