Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AS8440

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-03-2005
Datum publicatie
02-03-2005
Zaaknummer
200407616/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 juli 2002 heeft het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant (hierna: het college), voor zover thans van belang, de natuurgebiedsplannen "Peelvenen" en "Oost-Brabant" (hierna: de natuurgebiedsplannen) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200407616/1.

Datum uitspraak: 2 maart 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Deurne,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 16 juli 2004 in het geding tussen:

appellant

en

het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 2 juli 2002 heeft het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant (hierna: het college), voor zover thans van belang, de natuurgebiedsplannen "Peelvenen" en "Oost-Brabant" (hierna: de natuurgebiedsplannen) vastgesteld.

Bij uitspraak van 16 juli 2004, verzonden op 26 juli 2004, voor zover thans van belang, heeft de rechtbank te ’s-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 september 2004, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 16 november 2004 heeft het college van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 december 2004, waar appellant, vertegenwoordigd door J.G.A.M. Meulendijks en mr. M. Jochem, beiden ambtenaren in dienst van de gemeente, en het college, vertegenwoordigd door mr. R.R.J.W.R. van Goethem, ambtenaar in dienst van de provincie, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Bij besluiten van 20 december 1999 (Stcrt. 1999, 252) heeft de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, onder meer lettend op de artikelen 2 en 4 van de Kaderwet LNV-subsidies, de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 (hierna: de Regeling SN) en de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer vastgesteld (hierna: de Regeling SAN).

   Ingevolge artikel 13, eerste lid, aanhef, van de Regeling SN, voorzover hier van belang, worden ten behoeve van de uitvoering van deze regeling natuurgebieden begrensd met de vaststelling van natuurgebiedsplannen.

   In de Regeling SAN is voor landschapsgebieden en landschapsgebiedsplannen een vergelijkbare bepaling vastgesteld in artikel 12, eerste lid, aanhef, en voor beheersgebieden en beheersgebiedsplannen in artikel 10, eerste lid, aanhef.

   Ingevolge artikel 14, eerste lid, van de Regeling SN, voor zover thans van belang, worden natuurgebiedsplannen vastgesteld bij besluit van gedeputeerde staten.

2.2.    Appellant klaagt dat de rechtbank het besluit tot vaststelling van de natuurgebiedsplannen ten onrechte in stand heeft gelaten, waar het de toekenning van het natuurdoeltype "bos met verhoogde natuurwaarde" aan de in de gemeente gelegen "Neerkantse bossen" en "Liesselse bossen" betreft. Hij betoogt daartoe dat zij aldus heeft miskend dat "multifunctioneel bos" het hoogst haalbare natuurdoeltype is. Hij wijst er in dat verband op dat het bosgebied van de "Neerkantse bossen" tegen de kern Neerkant aan ligt en dat het recreatieve gebruik van het bos dat daaruit voortvloeit de rust verstoort die normaliter vogels en andere dieren zou kunnen aantrekken en de vegetatie tot ontwikkeling brengt. Eenzelfde inbreuk doet zich volgens appellant voor in de "Liesselse bossen", waarin zich een motorcrosscircuit van 7 ha bevindt dat al ruim 30 jaar door een motorcrossclub wordt gebruikt en dat men wil laten voortbestaan. Voorts zijn er diverse wandel-, fiets- en ruiterpaden die intensief worden gebruikt, aldus appellant.

2.3.    Naar aanleiding van de door appellant tegen het ontwerp-besluit ingediende zienswijze heeft het college zich in het vaststellingsbesluit op het standpunt gesteld dat de provincie naar een verhoging van de natuurwaarden van de grotere boscomplexen streeft door daarvoor het zogenoemde streefbeeld "bos met verhoogde natuurwaarde" op te nemen. Dit natuurdoeltype betreft ook een multifunctioneel type. De eigenaar van het bos bepaalt of het zogenoemde streefbeeld gerealiseerd wordt. De beheersbijdrage voor dit natuurdoeltype ligt hoger dan voor "multifunctioneel bos", terwijl toch houtoogst mogelijk blijft.

2.4.    Voor het eerst in hoger beroep heeft appellant feiten gesteld en argumenten aangedragen, op grond waarvan het college de bossen zijns inziens als "multifunctioneel bos" had moeten typeren. De rechtbank heeft terecht in hetgeen appellant bij haar heeft aangevoerd geen grond gevonden voor het oordeel dat het college op onjuiste gronden het natuurdoeltype "bos met verhoogde natuurwaarde" aan de desbetreffende bossen heeft toegekend.

2.5.    Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep ongegrond is. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Voorzitter, en mr. C.H.M. van Altena en mr. S.F.M. Wortmann, Leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb    w.g. Van Meurs-Heuvel

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2005

47-477.