Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AS7244

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-02-2005
Datum publicatie
23-02-2005
Zaaknummer
200401256/1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLEE:2003:AO1149
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 februari 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) aan De Wind Groep, namens [partij] vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening verleend van nader aangeduide bestemmingen van het bestemmingsplan "Buitengebied", ten behoeve van de verwezenlijking van de zogenoemde eerste fase van het bestemmingsplan "Tusken Moark en Ie".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200401256/1.

Datum uitspraak: 23 februari 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de vereniging "Vereniging Milieudefensie", gevestigd te Amsterdam,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 31 december 2003 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 19 februari 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) aan De Wind Groep, namens [partij] vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening verleend van nader aangeduide bestemmingen van het bestemmingsplan "Buitengebied", ten behoeve van de verwezenlijking van de zogenoemde eerste fase van het bestemmingsplan "Tusken Moark en Ie".

Bij besluit van 29 oktober 2002 heeft het college het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard, alsnog vrijstelling verleend van de artikelen 3, 4 en 16, van de voorschriften van het bestemmingsplan "Buitengebied" en het besluit van 19 februari 2002, onder aanpassing van de motivering, in stand gelaten.

Bij uitspraak van 31 december 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en, voorzover hier van belang, het primaire besluit van 19 februari 2002 geschorst tot twee weken nadat de nieuwe beslissing op bezwaar op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 9 februari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 11 februari 2004, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 8 maart 2004. Deze brieven zijn  aangehecht.

Bij brief van 4 mei 2004 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân een reactie op het hoger beroepschrift gegeven. [partij] heeft bij brief van 18 mei 2004 een reactie op het hoger beroepschrift gegeven. Bij brieven van 18 mei 2004 en 12 juli 2004 heeft het college van antwoord gediend.

Bij besluit van 11 mei 2004 heeft het college opnieuw op de door appellante gemaakte bezwaren beslist, alsnog vrijstelling verleend van de artikelen 3, 4 en 16, van de voorschriften van het bestemmingsplan "Buitengebied" en het besluit van 19 februari 2002, onder aanpassing van de motivering, in stand gelaten.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellante en [partij]. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 oktober 2004, waar appellante, vertegenwoordigd door J. van der Meer, gemachtigde, en drs. K. van Dijk, deskundige, het college, vertegenwoordigd door drs. M.C.M. Waanders, wethouder, mr. G. Folmer en ir. J. de Boer, ambtenaren van de gemeente, alsmede dr. ir. D. Bos en dr. B.S. Ebbinge, deskundigen, het college van gedeputeerde staten van Fryslân, vertegenwoordigd door drs. S.B. Douma, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is de [partij], vertegenwoordigd door mr. J.C. Ellerman, advocaat te Amsterdam, alsmede mr. J. la Faille en W.H.J. Dragt, gemachtigden, daar gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    Bij uitspraak van heden, met no. 200404709/1, heeft de Afdeling de tegen het besluit omtrent de goedkeuring van het bestemmingsplan "Tusken Moark en Ie" ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Het bestemmingsplan "Tusken Moark en Ie" voorziet in het juridisch-planologische kader voor de ontwikkeling van een woonlocatie, waarop (ook) de vrijstelling betrekking heeft en is de titel voor de ruimtelijke ingrepen waartegen appellante zich keert. Nu niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan een belang bij een inhoudelijke beoordeling van de aangevallen uitspraak en de daarop gevolgde beslissing op bezwaar van 11 mei 2004 kan worden aangenomen, moet worden geoordeeld dat het procesbelang bij beoordeling van de aangevallen uitspraak en het hiervoor bedoelde besluit is vervallen.

2.2.    Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Voorzitter, en mr. P.J.J. van Buuren en mr. W.D.M. van Diepenbeek, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S.H. van den Ende, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump    w.g. Van den Ende

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2005

218-275.