Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AS7209

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-02-2005
Datum publicatie
23-02-2005
Zaaknummer
200401741/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 februari 2004 heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan het college van burgemeester en wethouders van Opsterland ontheffing verleend van de zorgplicht voor een doelmatige inzameling en het doelmatig transport van afvalwater voor 1496 percelen binnen het grondgebied van de gemeente Opsterland. Dit besluit is op 4 februari 2004 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200401741/1.

Datum uitspraak: 23 februari 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.    [appellant sub 1], wonend te [woonplaats],

2.    [appellanten sub 2], allen wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Fryslân,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 2 februari 2004 heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan het college van burgemeester en wethouders van Opsterland ontheffing verleend van de zorgplicht voor een doelmatige inzameling en het doelmatig transport van afvalwater voor 1496 percelen binnen het grondgebied van de gemeente Opsterland. Dit besluit is op 4 februari 2004 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben appellant sub 1 bij brief van 25 februari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 27 februari 2004, en appellanten sub 2 bij brief van 8 maart 2004, bij de Raad van State ingekomen op 15 maart 2004, beroep ingesteld.

Bij brief van 18 november 2004 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellanten sub 2. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 januari 2005, waar appellant sub 1 in persoon, appellanten sub 2, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en [partij] in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door J. Luinstra, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Bij besluit van 19 april 2004 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken. De vraag is of appellanten, gelet hierop, nog belang hebben bij de beoordeling van hun beroepen.

2.1.1.    Appellanten betogen dat verweerder zijn besluit tot intrekking van het besluit van 2 februari 2004 niet op de juiste wijze heeft bekendgemaakt, zodat het nog niet in werking is getreden. Dit betekent dat het besluit van 2 februari 2004 niet is ingetrokken, zodat zij nog procesbelang hebben.

2.1.2.    Ingevolge artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht treedt een besluit niet in werking voordat het is bekend gemaakt.

   Ingevolge artikel 3:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht geschiedt de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.

2.1.3.    De Afdeling stelt vast dat verweerder vergunninghouder, het college van burgemeester en wethouders van Opsterland, tot wie het besluit van 2 februari 2004 is gericht, schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van zijn besluit tot intrekking van dit besluit. Daarmee is het besluit tot intrekking bekendgemaakt overeenkomstig artikel 3:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en in werking getreden.

Het bestreden besluit is derhalve ingetrokken. Niet is gebleken dat appellanten nog belang hebben bij de beoordeling van het ingetrokken besluit.

2.2.    De beroepen zijn niet-ontvankelijk.

2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart de beroepen niet-ontvankelijk;

Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van Staat.

w.g. Hammerstein-Schoonderwoerd    w.g. Van Heusden

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2005

163-433.