Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AS6202

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-02-2005
Datum publicatie
10-02-2005
Zaaknummer
200500432/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 april 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almelo (hierna: het college) vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) verleend voor de aanleg van de Nijreessingel, weggedeelte tussen de Bornerbroeksestraat en de Bornsestraat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200500432/2.

Datum uitspraak: 10 februari 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van onder meer:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 16 december 2005 in het geding tussen:

verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van Almelo.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 6 april 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almelo (hierna: het college) vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) verleend voor de aanleg van de Nijreessingel, weggedeelte tussen de Bornerbroeksestraat en de Bornsestraat.

Bij besluit van 25 juni 2004, verzonden bij brief van 28 juni 2004, heeft het college het daartegen door onder meer verzoekers gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 16 december 2004, verzonden op dezelfde datum, heeft de rechtbank Almelo (hierna: de rechtbank) het daartegen door onder meer verzoekers ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van de door verzoekers bestreden besluiten in stand blijven.

Tegen deze uitspraak hebben onder meer verzoekers bij brief van 14 januari 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 14 januari 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 4 februari 2005, waar [een der verzoekers] in persoon, bijgestaan door ing. M.H. Middelkamp, gemachtigde, en het college, vertegenwoordigd door mr. I.C. Lampe, advocaat te Almelo, en J. Gehring, projectleider, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit geldt temeer, indien, zoals in dit geval de rechter in eerste aanleg het besluit heeft getoetst en de rechtsgevolgen van de primaire besluiten in stand heeft gelaten, omdat hij de daartegen ingebrachte bezwaren ongegrond heeft geoordeeld.

2.2.    In hetgeen verzoekers naar voren hebben gebracht, is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal worden geconcludeerd dat de vrijstelling niet verleend had mogen worden. In dit verband is van belang dat het college met [twee verzoekers] in overleg is over de te nemen compenserende maatregelen voor de verminderde bereikbaarheid van hun bromfiets- en motoronderdelenbedrijf als gevolg van de aanleg van de weg en daartoe aan deze verzoekers verschillende voorstellen heeft gedaan. Verzoekers wensen echter volledige vergoeding van alle kosten. Anders dan verzoekers stellen, vereist de uit te voeren belangenafweging dat het college bij de verlening van de vrijstelling in voldoende mate heeft onderzocht of het belang van de langs het tracé gelegen bedrijven op ongehinderde voortzetting van hun bedrijfsactiviteiten moet wijken voor de belangen gemoeid met de vrijstelling van de bestemming. Een aan te bieden compensatie kan onderdeel uitmaken van die belangenafweging. Op voorhand is niet gebleken dat het college met de geboden compensatievoorstellen die belangenafweging onvoldoende zorgvuldig heeft uitgevoerd. Voorts betreft dit tracé, van 2,2 km, het sluitstuk van de, voor het overige reeds aangelegde, buitenste verkeersring rond Almelo ter oplossing van de knelpunten in de verkeersdoorstroming en ter verbetering van de verkeersveiligheid en van de leefbaarheid in Almelo-zuid. Met de onmiddellijke uitvoering van de vrijstelling is derhalve een groot algemeen belang gediend. Onder die omstandigheden en gelet op de betrokken belangen bestaat geen aanleiding voor het treffen van de gevraagde voorziening. Het verzoek daartoe dient te worden afgewezen.

2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van E.J. Nolles, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn    w.g. Nolles

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2005

291.