Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AS4711

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-02-2005
Datum publicatie
02-02-2005
Zaaknummer
200406308/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 maart 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roermond (hierna: het college) een lichte bouwvergunning verleend voor de bouw van een hekwerk ten behoeve van een reeds gerealiseerde skatebaan op een perceel aan de Burgemeester Geuljanslaan te Roermond, kadastraal bekend gemeente Roermond, sectie C, nummer 5508.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
M en R 2005, 38K
Milieurecht Totaal 2005/4560
JM 2005/34 met annotatie van de Graaf
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200406308/1.

Datum uitspraak: 2 februari 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de stichting "Stichting Milieugroep Roermond", gevestigd te Roermond,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 16 juni 2004 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Roermond.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 28 maart 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roermond (hierna: het college) een lichte bouwvergunning verleend voor de bouw van een hekwerk ten behoeve van een reeds gerealiseerde skatebaan op een perceel aan de Burgemeester Geuljanslaan te Roermond, kadastraal bekend gemeente Roermond, sectie C, nummer 5508.

Bij besluit van 2 september 2003 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 16 juni 2004, verzonden op 16 juni 2004, heeft de rechtbank Roermond (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 26 juli 2004, bij de Raad van State ingekomen op 27 juli 2004, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 28 oktober 2004 heeft het college van antwoord gediend.

Bij brief van 31 december 2004 heeft de Stichting een nader stuk ingediend.

Deze is aan de andere partij toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 januari 2005, waar appellante in persoon, bijgestaan door mr. S. Smeets, advocaat te Venlo en mr. E.W.M. Simons, gemachtigde, en het college, vertegenwoordigd door mr. R.J.H. Sassen, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

   Ingevolge artikel 1:2, derde lid, van de Awb worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

2.2.    Blijkens artikel 2 van haar statuten stelt appellante zich ten doel:

"Een bijdrage te leveren aan het behouden of verbeteren van de natuur- en milieukwaliteit in de gemeente Roermond door middel van:

a. ….

b. ….

c. ….

d. De stichting wil optreden als belangenbehartiger ten aanzien van natuur- en milieuzaken en wil dat doel ondermeer verwezenlijken door:

- het bundelen en op elkaar afstemmen van de aktiviteiten van organisaties en particulieren, die zich willen inzetten voor de instandhouding en/of verbetering van het natuur- en leefmilieu in Roermond;

- het op een positieve wijze beïnvloeden van het beleid en de aktiviteiten van de plaatselijke overheid op het gebied van natuur- en milieu-educatie."

2.3.    De rechtbank heeft overwogen dat appellante niet als belanghebbende in zin van artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Awb kan worden aangemerkt, aangezien de vergunningverlening voor de bouw van enkel een hekwerk niet in betekenende mate zou kunnen leiden tot aantasting van het leefmilieu en/of de natuur.

2.4.    Appellante betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat zij regelmatig overleg voert met de gemeente Roermond en regelmatig bezwaar- en beroepsprocedures voert tegen het gemeentebestuur van Roermond en hierbij steeds als belanghebbende is aangemerkt. Daarnaast voert appellante aan dat de rechtbank er ten onrechte aan voorbij is gegaan dat het hekwerk een fysieke belemmering vormt voor de migratie van dieren in de ter plaatse aanwezige ecologische verbindingszone. Hierdoor is appellante van mening dat de bouw van het hekwerk nadelig van invloed is op de belangen die zij conform haar statuten behartigt.

2.5.    De Afdeling is van oordeel dat, nu in artikel 2, onder d, van de statuten de term "ondermeer" is opgenomen en bovendien gesproken wordt over het bundelen van aktiviteiten, zonder enige beperking, het voeren van bezwaar- en beroepsprocedures onder de statutaire doelomschrijving van de stichting valt. De stichting wil blijkens de statuten optreden als belangenbehartiger ten aanzien van natuur- en milieuzaken in de gemeente Roermond en doet dat feitelijk ook. Anders dan de rechtbank, is de Afdeling van oordeel dat niet op voorhand valt in te zien dat het in geding zijnde hekwerk niet tot aantasting van natuurwaarden kan leiden. Er is daarom geen grond voor het oordeel dat het belang van de stichting niet rechtstreeks bij het bestreden besluit is betrokken. De rechtbank is ten onrechte tot een andere conclusie gekomen.

2.6.    Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd.

2.7.    De Afdeling ziet geen reden de zaak zelf af te doen, nu zij thans onvoldoende zicht heeft op de feitelijke en juridische gronden van het beroep. De zaak dient naar de rechtbank te worden teruggewezen voor een inhoudelijke behandeling.

2.8.    De Afdeling zal de proceskosten in hoger beroep vaststellen. De rechtbank dient omtrent de vergoeding van deze kosten te beslissen.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    verklaart het hoger beroep gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Roermond van 16 juni 2004, 03 / 1220 WW44K1;

III.    wijst de zaak naar de rechtbank terug;

IV.    stelt de door appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte proceskosten vast op een bedrag van € 683,47, waarvan € 644,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en bepaalt dat de rechtbank beslist omtrent de vergoeding van deze kosten;

V.    gelast dat de gemeente Roermond aan appellante het door haar voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht (€ 409,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Klein Nulent, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump    w.g. Klein Nulent

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2005

218-478.