Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AS3916

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-01-2005
Datum publicatie
26-01-2005
Zaaknummer
200404059/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 maart 2001 heeft het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand Amsterdam een verzoek van appellant om toevoeging als bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200404059/1.

Datum uitspraak: 26 januari 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 maart 2004 in het geding tussen:

appellant

en

de raad voor rechtsbijstand Amsterdam.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 20 maart 2001 heeft het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand Amsterdam een verzoek van appellant om toevoeging als bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand afgewezen.

Bij besluit van 15 juli 2002 heeft de raad voor rechtsbijstand Amsterdam (hierna: de raad) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 31 maart 2004, verzonden op diezelfde dag, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 12 mei 2004, bij de Raad van State ingekomen op 13 mei 2004, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 11 juni 2004. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 22 juni 2004 heeft de raad van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 december 2004, waar appellant, vertegenwoordigd door Ph.M. Verdult, en de raad, vertegenwoordigd door M.M.C. Laan, gemachtigde, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.1.    Appellant voert tevergeefs aan dat de rechtbank onvoldoende aandacht heeft besteed aan de onmacht van zijn gemachtigde ten tijde van de informatievergaring in het kader van de behandeling van het administratief beroep om adequaat te reageren. Appellant stelt dat deze onmacht het gevolg is van de opname van zijn gemachtigde in het ziekenhuis voor een operatie, doch de rechtbank heeft terecht overwogen dat deze omstandigheid voor rekening en risico van appellant dient te komen.

2.1.2.    Gelet op het vorenstaande, alsmede gelet op de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting kan van het vasthouden van de raad aan de termijn van vier dagen waarbinnen de stukken moesten worden overgelegd en de weigering van uitstel hiervoor niet gezegd worden dat dit zou moeten leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat appellant tijdens de bezwaarschriftprocedure door de raad ruimschoots in de gelegenheid is gesteld zijn standpunt ter zake kenbaar te maken en met stukken te onderbouwen. De rechtbank heeft mitsdien terecht overwogen dat van een onzorgvuldig onderzoek naar de draagkracht van appellant niet is gebleken.

2.2.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L. Groenendijk, ambtenaar van Staat.

w.g. Claessens    w.g. Groenendijk

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2005

164-209.