Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AS3896

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-01-2005
Datum publicatie
26-01-2005
Zaaknummer
200410527/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 maart 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxtel (hierna: het college) diverse verkeersmaatregelen getroffen ten aanzien van de Burgakker te Boxtel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200410527/2.

Datum uitspraak: 21 januari 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van:

1.    [verzoeker sub 1], wonend te [woonplaats],

2.    de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid H&S B.V., gevestigd te Boxtel,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 29 november 2004 in het geding tussen:

verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van Boxtel.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 19 maart 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxtel (hierna: het college) diverse verkeersmaatregelen getroffen ten aanzien van de Burgakker te Boxtel.

Bij besluiten van 6 en 9 augustus 2002 heeft het college het daartegen door verzoekers gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard voorzover dit was ingediend door verzoeker sub 1. Daarbij is het bezwaar, voorzover het was ingediend door verzoekster sub 2, onder wijziging van het primaire besluit gedeeltelijk gegrond, en voor het overige ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 24 april 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen door verzoekers ingestelde beroep gegrond verklaard, de besluiten van 6 en 9 augustus 2002 vernietigd, en bepaald dat het college opnieuw op de bezwaren van verzoekers dient te beslissen met inachtneming van het in de uitspraak bepaalde.

Bij besluit van 15 juli 2003 heeft het college, opnieuw beslissend op het bezwaar van verzoekers, dit (ook ten aanzien van het bezwaar van verzoeker sub 1) ontvankelijk en, onder herroeping van het primaire besluit, gedeeltelijk gegrond, en voor het overige ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 29 november 2004, verzonden op 1 december 2004, heeft de rechtbank de daartegen door verzoekers ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben verzoeker sub 1 bij brief van 24 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op 27 december 2004, en verzoekster sub 2 bij brief van 5 januari 2005, bij de Raad van State ingekomen op 6 januari 2005, hoger beroep ingesteld. Verzoeker sub 1 heeft zijn hoger beroep aangevuld bij brief van 3 januari 2005. Verzoekster sub 2 heeft haar hoger beroep aangevuld bij brief van 11 januari 2005.

Voorts hebben zij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 13 januari 2005, waar verzoeker sub 1 in persoon, bijgestaan door mr. drs. D.A.C. Janssen, advocaat te Boxtel, verzoekster sub 2, vertegenwoordigd door mr. R.J. Wevers, advocaat te Boxtel, en het college, vertegenwoordigd door mr. G.C. Kooijman, advocaat te Den Bosch, en C.M. Campos da Cruz, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Met betrekking tot het door verzoeker sub 1 ingediende verzoek overweegt de Voorzitter dat niet is gebleken van een spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Niet aannemelijk is dat verzoeker sub 1, als eigenaar van het aan verzoekster sub 2 verhuurde pand aan de Rechterstraat 8-12 te Boxtel, enig nadeel of schade zal ondervinden van de effectuering van het verkeersbesluit hangende het hoger beroep. Reeds hierom dient zijn verzoek te worden afgewezen.

2.3.    De Voorzitter is voorshands met verzoekster sub 2 van oordeel dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het verkeersbesluit strekt tot de door hem daaraan ten grondslag gelegde belangen van bevordering van de verkeersveiligheid en de bruikbaarheid van de weg. Er zijn geen stukken overgelegd waaruit blijkt van een onderzoek naar de verkeerssituatie ter plaatse die op deze punten het in geding zijnde besluit ondersteunen. Het enige in het dossier aanwezige advies van de politie, dat overigens dateert van na het in eerste aanleg bestreden besluit, is zelfs negatief ten aanzien van het besluit voor wat betreft de verkeersveiligheid.

2.4.    Gezien het vorenoverwogene, alsook in aanmerking nemend dat de stukken en het verhandelde ter zitting geen reden geven voor de veronderstelling dat voorlopige handhaving van de huidige verkeerssituatie in de Burgakker tot onaanvaardbare problemen zal leiden, terwijl anderzijds niet uitgesloten moet worden geacht dat de bestreden verkeersmaatregelen voor verzoekster sub 2 tot problemen zullen leiden in verband met de bevoorrading van haar bedrijf, ziet de Voorzitter aanleiding voor het treffen van de hierna te melden voorlopige voorziening.

2.5.    Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    wijst het door verzoeker sub 1 ingediende verzoek af;

II.    schorst naar aanleiding van het verzoek van verzoekster sub 2 bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Boxtel van 19 maart 2002 (zonder kenmerk) en 15 juli 2003 (zonder kenmerk);

III.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Boxtel in de door verzoekster sub 2 in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 644,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Boxtel te worden betaald aan verzoekster sub 2;

IV.    gelast dat de gemeente Boxtel aan verzoekster sub 2 het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 409,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.Z.C. Koutstaal, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek    w.g. Koutstaal

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2005

383.