Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AS3164

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-01-2005
Datum publicatie
19-01-2005
Zaaknummer
200409585/2
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 april 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaltbommel (hierna: het college) aan [vergunninghouders] onder het verlenen van vrijstelling van de bepalingen van de gemeentelijke bouwverordening bouwvergunning verleend voor het oprichten van een woonhuis op het perceel kadastraal bekend gemeente Kerkwijk, sectie […], nrs. […], plaatselijk bekend [locatie] te [plaats].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200409585/2.

Datum uitspraak: 12 januari 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 2 november 2004 in het geding tussen:

verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Zaltbommel.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 2 april 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaltbommel (hierna: het college) aan [vergunninghouders] onder het verlenen van vrijstelling van de bepalingen van de gemeentelijke bouwverordening bouwvergunning verleend voor het oprichten van een woonhuis op het perceel kadastraal bekend gemeente Kerkwijk, sectie […], nrs. […], plaatselijk bekend [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 17 november 2003 heeft het college het door verzoeker daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard voor wat betreft de geconstateerde motiveringsgebreken en voor het overige ongegrond verklaard en het besluit tot het verlenen van bouwvergunning onder aanvulling van de motivering in stand gelaten.

Bij uitspraak van 2 november 2004, verzonden op 3 november 2004, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) het door verzoeker daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 25 november 2004, bij de Raad van State ingekomen op 26 november 2004, hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 16 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op 17 december 2004, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 december 2004, waar verzoeker in persoon, bijgestaan door mr. J.P. Kleijwegt, advocaat te Houten, en het college, vertegenwoordigd door L.C.A. Theunisse, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

Voorts zijn vergunninghouders daar gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit geldt temeer, indien, zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het besluit heeft getoetst en het beroep ongegrond heeft geoordeeld.

2.2.    In hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat de bouwvergunning niet mocht worden verleend. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat, gezien de bouwtekeningen en de door partijen ter zitting daarop gegeven toelichting, naar voorlopig oordeel van de Voorzitter, de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de uitbouw aan de achterzijde van de woning een aanbouw is in de zin van de voorschriften behorende bij het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Nederhemert-Dorp". Voorts wordt in aanmerking genomen dat, anders dan verzoeker heeft betoogd, vooralsnog niet aannemelijk is dat in strijd met het bestemmingsplan ter plaatse twee zelfstandige woningen worden gerealiseerd.

2.3.    Gelet op het vorenstaande bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat evenmin aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van Staat.

w.g. Hirsch Ballin    w.g. Schortinghuis

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2005

66-422.