Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AR8735

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-01-2005
Datum publicatie
05-01-2005
Zaaknummer
200404987/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 31 juli 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Texel (hierna: het college) aan [vergunninghouder] bouwvergunning verleend voor een woonhuis met garage op het perceel [locatie] te [plaats].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200404987/1.

Datum uitspraak: 5 januari 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 17 mei 2004 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Texel.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 31 juli 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Texel (hierna: het college) aan [vergunninghouder] bouwvergunning verleend voor een woonhuis met garage op het perceel [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 28 januari 2003 heeft het college het daartegen door appellant gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 17 mei 2004, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Alkmaar (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 17 juni 2004, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 15 juli 2004. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 12 augustus 2004 heeft het college van antwoord gediend. [vergunninghouder] heeft gereageerd bij brief van 30 juli 2004.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellant. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 december 2004, waar appellant in persoon, bijgestaan door mr. E.A. Wentink-Quelle, advocaat te Ouderkerk aan de Amstel, en het college, vertegenwoordigd door mr. M. Oosterdijk, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is verschenen [vergunninghouder], vertegenwoordigd door mr. J. Breeuwer, gemachtigde.

2.    Overwegingen

2.1.    De Afdeling volgt appellant niet in zijn betoog dat de rechtbank ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat het college het door appellant gemaakte bezwaar tegen het besluit van 31 juli 2002 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Vaststaat dat de bezwaartermijn bedoeld in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht eindigde op 18 september 2002. Blijkens het daarop geplaatste datumstempel is het bezwaarschrift op 19 september 2002 - derhalve na afloop van die termijn - bij het college ingediend. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden geoordeeld dat niet aannemelijk is gemaakt dat het bezwaarschrift, in weerwil van voormelde datumstempel, binnen die termijn is ingediend. De omstandigheid dat bij indiening van het bezwaarschrift ten gemeentehuize niet ongevraagd een ontvangstbevestiging aan appellant is verstrekt, kan aan het voorgaande niet afdoen.

2.2.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, Voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. W.D.M. van Diepenbeek, Leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Duursma, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk    w.g. Duursma

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 januari 2005

66-412.