Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2005:AR8732

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-01-2005
Datum publicatie
05-01-2005
Zaaknummer
200404471/1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMID:2004:AO8367
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 augustus 2001 heeft appellant het verzoek van [wederpartij] om inschrijving in het filiatieregister geweigerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2005, 62

Uitspraak

200404471/1.

Datum uitspraak: 5 januari 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 20 april 2004 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te [woonplaats]

en

appellant.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 13 augustus 2001 heeft appellant het verzoek van [wederpartij] om inschrijving in het filiatieregister geweigerd.

Bij besluit van 19 mei 2003 heeft appellant het daartegen door [wederpartij] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 april 2004, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Middelburg (hierna: de rechtbank) het daartegen door [wederpartij] ingestelde beroep gegrond verklaard en de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 28 mei 2004, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 29 juni 2004 heeft [wederpartij] van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 november 2004, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. F.W. Bleichrodt, advocaat te Den Haag, en [wederpartij], vertegenwoordigd door mr. R.W. van Voorst Vader, advocaat te Terneuzen, en [vader] van [wederpartij], zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wet op de adeldom (hierna: de Wet) geschiedt de verlening van adeldom door verheffing, inlijving of erkenning.

   Ingevolge artikel 3 van de Wet gaat adeldom ook volgens de bestaande regelingen met betrekking tot adeldom over op buiten het huwelijk geboren kinderen.

2.2.    [Wederpartij] is geboren op […]. Haar adoptie door [vader] en zijn echtgenote is uitgesproken bij beschikking van de rechtbank Middelburg van 9 april 1980.

2.3.    De rechtbank heeft overwogen dat artikel 3 van de Wet onmiddellijke werking heeft, en dat ingevolge dit artikel de Wet ook van toepassing is op hetgeen bij haar inwerkingtreding bestaat, nu de parlementaire geschiedenis geen aanknopingspunten biedt voor een ander standpunt. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat bij de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer uitsluitend is gesproken over de overgangsrechtelijke consequenties van artikel 3 van de Wet voor natuurlijke kinderen, en dat niet is gesproken over het overgangsrecht voor adoptiefkinderen. Gelet daarop moet volgens de rechtbank worden geoordeeld dat artikel 3 van de Wet na inwerkingtreding geldt voor op dat moment geadopteerde kinderen.

2.4.    Appellant bestrijdt in hoger beroep met succes deze overwegingen van de rechtbank.

   Terzake artikel 3 van de Wet is geen overgangsrecht vastgesteld. Anders dan de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat voornoemd artikel niet mede van toepassing is op geadopteerde kinderen van mannelijke personen die tot de Nederlandse adel behoren en die zijn geboren voordat de Wet op 1 augustus 1994 in werking trad. Voor dit oordeel is in de eerste plaats redengevend dat de in artikel 3 van de Wet opgenomen verwijzing naar bestaande regelingen met betrekking tot adeldom bezwaarlijk anders kan worden opgevat dan als een verwijzing naar de geboorte en het tijdstip daarvan, aangezien immers in de regel de overgang van adeldom door geboorte wordt bepaald. Voorts is van belang dat de Minister van Binnenlandse Zaken bij de behandeling van het voorstel van wet in de Eerste Kamer (Handelingen I, 1993/1994, 27-1475 en Handelingen I, 1993/1994, 30-1671) heeft verklaard dat artikel 3 uitsluitend betrekking heeft op kinderen die geboren worden na inwerkingtreding van de Wet, dat het rechtsfeit van de geboorte bepalend is voor de vraag of dat artikel toepasselijk is, en dat is beoogd om de uitvoeringstechnische gevolgen van artikel 3 zo beperkt mogelijk te houden.

   Bij het vorenstaande sluit aan dat met artikel 3 van de Wet niet is beoogd om onderscheid te maken tussen natuurlijke en geadopteerde kinderen, zodat het in strijd is met artikel 3 indien adeldom over zou gaan op een voor 1 augustus 1994 geboren kind als het door een adellijke man is geadopteerd, terwijl adeldom niet overgaat als een voor 1 augustus 1994 geboren kind door een adellijke man is erkend. De rechtbank heeft dit miskend.

   Gelet op het voorgaande heeft appellant zich met recht op het standpunt gesteld dat artikel 3 van de Wet voor zowel natuurlijke als geadopteerde kinderen van mannelijke personen die tot de Nederlandse adel behoren slechts toepasselijk is indien zij zijn geboren na 1 augustus 1994, en dat mitsdien terecht is geweigerd om [wederpartij] in het filiatieregister in te schrijven omdat zij is geboren voordat de Wet in werking is getreden.

2.5.    Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, verklaart de Afdeling het beroep van [wederpartij] tegen het besluit van 19 mei 2003 alsnog ongegrond.

2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 20 april 2004, Awb 03/419;

II.    verklaart het door [wederpartij] bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. C.H.M. van Altena, Leden, in tegenwoordigheid van mr. J. de Koning, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink    w.g. De Koning

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 januari 2005

91-450.