Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2004:AS4582

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-11-2004
Datum publicatie
14-03-2018
Zaaknummer
200406460/1
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluiten van 21 maart 2003 heeft de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie (hierna: de minister) aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Deze besluiten zijn aangehecht.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 6:5
Vreemdelingenwet 2000
Vreemdelingenwet 2000 85
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JV 2005/47 met annotatie van K.J. de Graaf & H.B. Winter
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200406460/1

Datum uitspraak: 22 november 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling A] en [de vreemdeling B],

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zutphen, van 19 juli 2004 in het geding tussen:

appellanten

en

de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie.

1.    Procesverloop

Bij besluiten van 21 maart 2003 heeft de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie (hierna: de minister) aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Deze besluiten zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 19 juli 2004, verzonden op 23 juli 2004, heeft de rechtbank ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zutphen, de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 2 augustus 2004, hoger beroep ingesteld. Appellanten hebben hun hoger beroep aangevuld bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 6 augustus 2004. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 18 augustus 2004 heeft de minister een reactie ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

2.    Overwegingen

2.1.    In de op 6 augustus 2004 ontvangen brief hebben appellanten het met de op 2 augustus 2004 ontvangen brief ingestelde hoger beroep aangevuld. Nu deze aanvulling binnen de voor het instellen van hoger beroep gestelde termijn is ingediend, dienen de brieven tezamen te worden beschouwd en behandeld als één hoger-beroepschrift. Derhalve bestaat geen aanleiding om, zoals de minister betoogt, de op 6 augustus 2004 ontvangen brief als een hoger-beroepschrift in een nieuwe zaak aan te merken. De Afdeling komt hiermee terug op haar eerdere jurisprudentie terzake.

2.2.    Hetgeen in de grieven naar voren is gebracht, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, met dat oordeel volstaan.

2.3.    Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Voorzitter, en mr. B. van Wagtendonk en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. A.A. Snijders, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb    w.g. Snijders

Voorzitter    ambtenaar van Staat    

Uitgesproken in het openbaar op 22 november 2004

279