Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2004:AR5434

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-11-2004
Datum publicatie
10-11-2004
Zaaknummer
200408031/2
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 mei 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel (hierna: het college) aan [vergunninghouder] bouwvergunning verleend voor het verbouwen van een woning met bedrijfsruimte tot een kantoor met twee appartementen en met toepassing van artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vrijstelling verleend ten behoeve van het gebruik van het kantoor ten behoeve van zakelijke dienstverlening op het perceel [locatie] te [plaats].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200408031/2.

Datum uitspraak: 3 november 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 20 september 2004 in het geding tussen:

verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 7 mei 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel (hierna: het college) aan [vergunninghouder] bouwvergunning verleend voor het verbouwen van een woning met bedrijfsruimte tot een kantoor met twee appartementen en met toepassing van artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vrijstelling verleend ten behoeve van het gebruik van het kantoor ten behoeve van zakelijke dienstverlening op het perceel [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 3 augustus 2004 heeft het college het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 september 2004, verzonden op 5 oktober 2004, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 28 september 2004, bij de Raad van State ingekomen op 29 september 2004, hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 28 september 2004, bij de Raad van State ingekomen op 29 september 2004, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 oktober 2004, waar verzoeker in persoon, bijgestaan door B.J.G. Driessen, gemachtigde, en het college, vertegenwoordigd door mr. A.A.M. Kuijken en J. Verleijsdonk, beide ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is [vergunninghouder], in persoon en bijgestaan door E.P.J. Hendricks, gemachtigde, daar gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    In hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat de vrijstelling en de bouwvergunning niet mochten worden verleend.

2.2.    Gelet hierop, bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat evenmin aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.D. Boer, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk    w.g. Boer

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 november 2004

201.