Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2004:AR5062

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-10-2004
Datum publicatie
03-11-2004
Zaaknummer
200407953/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 mei 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar (hierna: het college) verzoeker op straffe van een dwangsom gelast, voorzover thans van belang, de zonder vergunning op het voordakvlak van het bijgebouw op het perceel [locatie] te [plaats] gebouwde dakkapel te verwijderen en verwijderd te houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200407953/2.

Datum uitspraak: 28 oktober 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 13 augustus 2004 in het geding tussen:

verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 6 mei 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar (hierna: het college) verzoeker op straffe van een dwangsom gelast, voorzover thans van belang, de zonder vergunning op het voordakvlak van het bijgebouw op het perceel [locatie] te [plaats] gebouwde dakkapel te verwijderen en verwijderd te houden.

Bij besluit van 27 januari 2004 heeft het college het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 13 augustus 2004, verzonden op 16 augustus 2004, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd voorzover dat betrekking heeft op het opleggen van de last onder dwangsom met betrekking tot de doorgang van de woning naar het koetshuis en voorts het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 september 2004, hoger beroep ingesteld.

Voorts heeft hij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 oktober 2004, waar verzoeker in persoon, bijgestaan door mr. J.G. Hinnen, advocaat te Noordwijk, en het college, vertegenwoordigd door mr. M.J. Waleboer, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het verzoek om voorlopige voorziening ziet op de handhaving in bezwaar van de last op straffe van een dwangsom om de zonder vergunning op het voordakvlak van het bijgebouw op het perceel [locatie] te [plaats] gebouwde dakkapel te verwijderen en verwijderd te houden.

2.2.    Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit geldt temeer indien, zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het besluit heeft getoetst en het beroep daartegen ongegrond heeft bevonden.

2.3.    In hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat zal blijken dat de bedoelde last niet aan verzoeker mocht worden opgelegd.

2.4.    Onder die omstandigheden en gelet op de betrokken belangen bestaat geen aanleiding voor het treffen van de gevraagde voorziening. Derhalve dient het verzoek te worden afgewezen.

2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I. Sluiter, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb    w.g. Sluiter

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2004

292.