Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2004:AR5043

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-10-2004
Datum publicatie
03-11-2004
Zaaknummer
200407511/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 juli 2003, verzonden op 14 augustus 2003, heeft het college van burgemeester en wethouders van Hillegom (hierna: het college) verzoeker op straffe van een dwangsom gelast vóór 1 november 2003 het met het vigerende bestemmingsplan strijdige restaureren, onderhouden en stallen van auto’s en het opslaan van materialen in de opstallen op het perceel, plaatselijk bekend [locatie], kadastraal bekend onder […], nummer […] (hierna: het perceel), te staken. Bij besluit van 9 oktober 2003 is dit besluit gewijzigd in de zin dat het te staken gebruik bestaat uit: het restaureren, onderhouden en stallen van auto’s en het opslaan van materialen die niet ten dienste staan van agrarisch gebruik, in de opstallen op het perceel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200407511/2.

Datum uitspraak: 26 oktober 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 22 juli 2004 in het geding tussen:

verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Hillegom.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 8 juli 2003, verzonden op 14 augustus 2003, heeft het college van burgemeester en wethouders van Hillegom (hierna: het college) verzoeker op straffe van een dwangsom gelast vóór 1 november 2003 het met het vigerende bestemmingsplan strijdige restaureren, onderhouden en stallen van auto’s en het opslaan van materialen in de opstallen op het perceel, plaatselijk bekend [locatie], kadastraal bekend onder […], nummer […] (hierna: het perceel), te staken. Bij besluit van 9 oktober 2003 is dit besluit gewijzigd in de zin dat het te staken gebruik bestaat uit: het restaureren, onderhouden en stallen van auto’s en het opslaan van materialen die niet ten dienste staan van agrarisch gebruik, in de opstallen op het perceel.

Bij besluit van 6 februari 2004 heeft het college het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 juli 2004, verzonden op 27 juli 2004, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 7 september 2004, bij de Raad van State ingekomen op diezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 13 september 2004.

Voorts heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 oktober 2004, waar verzoeker in persoon, bijgestaan door mr. J.C. van Nie, advocaat te Almelo, en het college, vertegenwoordigd door A.J. Arnold Bik, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit geldt temeer indien, zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het besluit heeft getoetst en het beroep ongegrond heeft bevonden.

2.2.    In hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht is voorts geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat zal blijken dat verzoeker de last niet mocht worden opgelegd. Bij na te melden oordeel is mede in aanmerking genomen dat ter zitting onweersproken is gesteld dat de huurder van het perceel evenzeer is aangeschreven het desbetreffende gebruik te staken en deze zich daarbij in die zin heeft neergelegd dat aan de last wordt voldaan en derhalve geen dwangsommen worden verbeurd.

2.3.    Onder die omstandigheden en gelet op de betrokken belangen, bestaat geen aanleiding voor het treffen van de gevraagde voorziening en dient het verzoek daartoe te worden afgewezen.

2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I. Sluiter, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb    w.g. Sluiter

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2004

292.