Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2004:AR3737

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-10-2004
Datum publicatie
13-10-2004
Zaaknummer
200406488/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 november 2003 heeft de gemeenteraad van Wieringermeer, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 augustus 2003, het bestemmingsplan "Wieringerwerf Bedrijvenpark Robbenplaat-West" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200406488/2.

Datum uitspraak: 6 oktober 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[Verzoeker A] en [verzoeker B], wonend te [woonplaats] en [verzoekster C] en [verzoekster D], gevestigd te [plaats],

verzoekers,

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 27 november 2003 heeft de gemeenteraad van Wieringermeer, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 augustus 2003, het bestemmingsplan "Wieringerwerf Bedrijvenpark Robbenplaat-West" vastgesteld.

Verweerder heeft bij zijn besluit van 6 juli 2004, kenmerk 2003-52461, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.

Tegen dit besluit hebben onder meer verzoekers bij brief van 3 augustus 2004, bij de Raad van State ingekomen op 5 augustus 2004, beroep ingesteld.

Bij brief van 4 augustus 2004, bij de Raad van State ingekomen op 5 augustus 2004, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 september 2004, waar verzoekers, bijgestaan door mr. G.L.M. Teeuwen, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. K.J.I.M. Hehenkamp, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.

Voorts is de gemeenteraad van Wieringermeer, vertegenwoordigd door mr. C. Suurd, ambtenaar van de gemeente, daar gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Het plan voorziet in de planologische regeling van de aanleg van een bedrijventerrein in Wieringerwerf.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het plan goedgekeurd.

2.3.    Verzoekers stellen dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plan, in het bijzonder aan de plandelen met de bestemming "Bedrijven" die zien op gronden tegenover de percelen [locatie] Zij verzoeken de goedkeuring van de plandelen bij wege van voorlopige voorziening te schorsen om te voorkomen dat een bouwvergunning wordt verleend voor de daar voorziene bebouwing. Deze bebouwing zal volgens hen het woongenot op de percelen [locatie] aantasten en parkeerproblemen veroorzaken. Verzoekers zijn daarnaast van mening dat het plan in strijd is met de in het Masterplan opgenomen uitgangspunten, die een hoogwaardige beeldkwaliteit voorschrijven. Het verzoek is voorts gericht tegen de goedkeuring van de in het plan voorziene verlegging van de Schagerweg. Verzoekers stellen dat als gevolg hiervan een verkeersgevaarlijke situatie ontstaat bij de aan de Schagerweg gevestigde autowasstraat.

2.4.    Verweerder heeft in deze bezwaren geen aanleiding gezien goedkeuring aan het plan te onthouden.

2.5.    De Voorzitter overweegt ten aanzien van het verzoek als volgt.

Uit het verhandelde ter zitting blijkt dat nog geen bouwvergunningen zijn aangevraagd voor de in het plan voorziene bedrijfsbebouwing op de gronden tegenover de percelen [locatie]. Voorts staat vast dat op de desbetreffende gronden niet kan worden gebouwd voordat de Schagerweg is verlegd. Ter zitting is door de gemeenteraad en verweerder verklaard dat het de bedoeling is dat de verlegging van deze weg in 2007 zal plaatsvinden.

Gelet op deze omstandigheden is met het verzoek geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.

2.6.    Het verzoek dient te worden afgewezen.

2.7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.J. den Broeder, ambtenaar van Staat.

w.g. Dolman    w.g. Den Broeder

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2004

176-448.