Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2004:AO9967

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-05-2004
Datum publicatie
25-05-2004
Zaaknummer
200400829/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij brief van 4 februari 2003, kenmerk BA/2002/3307, aan appellante heeft verweerder een termijn gesteld, als bedoeld in artikel 18.12, derde lid, van de Wet milieubeheer.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:3
Wet milieubeheer
Wet milieubeheer 18.12
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JB 2004/258

Uitspraak

200400829/2.

Datum uitspraak: 19 mei 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Overijssel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij brief van 4 februari 2003, kenmerk BA/2002/3307, aan appellante heeft verweerder een termijn gesteld, als bedoeld in artikel 18.12, derde lid, van de Wet milieubeheer.

Bij besluit van 16 december 2003, kenmerk BA/2003/774 nr. A’04-44, verzonden op dezelfde dag, heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar deels gegrond en voor het overige ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 27 januari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 28 januari 2004, beroep ingesteld.

Bij brief van 27 januari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 28 januari 2004, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 maart 2004, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. J.G.M. Roijers, advocaat te Rotterdam, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. M. van Dijk-Prakken, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente, vertegenwoordigd door R.P.G. Janssen, ambtenaar van de gemeente, en de “Stichting Wel en Wee”, vertegenwoordigd door mr. F.F. Scheffer, advocaat te Deventer, daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Bij uitspraak van heden, inzake 200400829/1, heeft de Afdeling beslist op het door verzoekster tegen het besluit van 16 december 2003 ingestelde beroep. Reeds hierom ziet de Voorzitter geen aanleiding om het verzoek in te willigen.

2.2. Gelet op het vorenstaande wijst de Voorzitter het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Beekhuis, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Scheerhout, ambtenaar van Staat.

w.g. Beekhuis w.g. Scheerhout

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2004

318.